CIDI: belangenverstrengeling op Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah

De vorige Nederlandse vertegenwoordiger in Ramallah, Peter Mollema, was verantwoordelijk voor subsidie aan een organisatie waar zijn eigen zoon voor werkte. Nils Mollema werkte in 2018 voor Al-Mezan. De Nederlandse vertegenwoordiging in de Palestijnse gebieden draagt de directe verantwoordelijkheid voor de financiering van Al-Mezan met ontwikkelingshulp. 

Ook huurde Mollema zijn eigen zoon in als stagiair. Dat blijkt dinsdag uit onderzoek van het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI).

Pro-Palestijnse organisaties
Nils Mollema (1993) liep tussen maart en augustus 2016 stage op het Nederlandse kantoor in de Palestijnse Gebieden. Op dat moment was Mollema’s vader, tegenwoordig verantwoordelijk voor de communicatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken, hoofd van de missie. Tijdens zijn stage deed de zoon van de vertegenwoordiger onder andere research naar de visie van Palestijnse jongeren op het conflict met Israel.

Na zijn terugkomst in Nederland is Nils werkzaam voor diverse NGO’s. In eerste instantie werkt hij als landencoördinator Israel, Palestina en Iran bij Amnesty International. Even later duikt hij op bij diverse pro-Palestijnse organisaties. In september haalt Electronic Intifada Mollema aan als woordvoerder van Al-Mezan, een radicale anti-Israel NGO. Al-Mezan probeert door middel van juridische ‘lawfare’ Israel te delegitimiseren in (internationale) rechtbanken. Dit doen ze bijvoorbeeld door arrestatiebevelen aan te vragen voor Israeli’s en bedrijven die zakendoen met Israel aan te klagen. 

Ook steunt Al-Mezan BDS (boycot, desinvesteren en sancties) tegen Israel. Dit is een wereldwijde anti-Israel campagne die bedoeld is om bedrijven, organisaties, overheden en bekende personen die op enigerlei wijze met Israel samenwerken, zodanig onder druk te zetten dat zij die samenwerking stopzetten. Zo hoopt een internationaal netwerk van BDS-organisaties de volledige politieke, economische, wetenschappelijke en culturele uitsluiting van Israel te bewerkstelligen. Het kabinet heeft herhaaldelijk aangegeven tegenstander te zijn van BDS.

Subsidies
Toch wordt Al-Mezan sinds 2014 gesubsidieerd door de Nederlandse regering. In eerste instantie ging het om indirecte financiering via het controversiële HR/IHL Secretariat. Over dit subsidiefonds worden regelmatig Kamervragen gesteld, vanwege een opeenstapeling van problemen. Veel begunstigden van het Secretariat bleken BDS te steunen en sommige gesubsidieerde organisaties hadden zelfs werknemers in dienst met banden met terreurbeweging PFLP.

Nederland droeg via dit subsidiefonds bij aan de core funding van Al-Mezan, waarmee vaste kosten zoals salarissen worden bekostigd. In 2018, het jaar waarin Nils Mollema woordvoerder werd van Al-Mezan, begon de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah onder leiding van Peter Mollema de organisatie direct te steunen met bijna 220.000 euro per jaar. Er waren aldus rechtstreekse contacten tussen de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah en Al-Mezan, omdat zij volgens documenten op transparantiewebsite OpenAid.nl budgethouder zijn. Dit wijst op (de schijn van) belangenverstrengeling.

Op dit moment werkt Nils Mollema op het Nederlandse kantoor van Al Haq. In deze capaciteit was hij onlangs betrokken bij het bezoek van Al Haq-directeur Shawan Jabarin aan Nederland. Jabarin is een omstreden figuur, omdat hij banden zou hebben met terreurbeweging PFLP. Vanwege zijn PFLP-banden werd Jabarin in 2003 de toegang tot Jordanië ontzegd. Ook deze werkgever van Nils Mollema ontving dit jaar via het Secretariat financiering vanuit Nederland, terwijl Al Haq BDS steunt.

Desinformatie en BDS
Net als zijn werkgevers verspreidt Nils Mollema desinformatie over Israel. Zo beweert hij op Twitter dat Israelische Arabieren geen algemeen kiesrecht hebben. Ook zouden zij geen gelijke toegang hebben tot onderwijs. Dit is simpelweg niet waar: er zitten nota bene 13 leden namens Arabische partijen in de Knesset. Ook hebben zij gewoon toegang tot het Israelische onderwijssysteem. Twee van de best presterende scholen van Israel staan zelfs in Arabische dorpen. Toch is de positie van Arabieren in Israel volgens Mollema “nog slechter” dan die van de zwarte bevolking onder apartheid in Zuid-Afrika.

Het is onwenselijk dat Nederlandse ontwikkelingsgelden terecht komen bij radicale anti-Israel organisaties die desinformatie verspreiden en BDS propageren. Dit gaat immers rechtstreeks in tegen het Nederlandse kabinetsbeleid. Dat familie van de Nederlandse vertegenwoordiger in Ramallah werkzaam blijkt te zijn bij diezelfde organisaties, is al helemaal onverteerbaar.