CU en SGP willen opheldering over boete voor Israël Producten Centrum

Kamerleden Gert-Jan Segers en Roelof Bisschop vragen aan ministers Sigrid Kaag en Hugo de Jonge om opheldering over de boete die het Israël Producten Centrum heeft gekregen. CU en SGP willen daarnaast weten hoe de NVWA de motie voor gelijke behandeling van etikettering van producten uit betwiste gebieden gaat uitvoeren.

Onlangs ontving het Israël Producten Centrum in Nijkerk een boete van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Reden voor de geldstraf is dat volgens de NVWA de etikettering op sommige wijnflessen niet klopt, daar deze vermelden dat het gaat om een “product uit een Israëlisch dorp in Judea en Samaria”.

Christenen voor Israël berichtte in juli op haar website dat twee ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op bezoek waren geweest bij het Israël Producten Centrum in Nijkerk. De NVWA-ambtenaren kwamen op inspectie in verband met de ‘Interpretatieve mededeling inzake de vermelding van de oorsprong van goederen uit de sinds juni 1967 door Israel bezette gebieden’ – een richtsnoer hoe EU-lidstaten om moeten gaan met de labeling van producten uit Israëlische nederzettingen. Deze EU-richtlijn stelt dat Israël geen soevereiniteit heeft over de in 1967 veroverde Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem) en de Golan, en dat producten uit Israëlische nederzettingen niet als “made in Israel” gelabeld mogen worden. 

Minister Van Ark negeert eenzijdigheid EU-richtlijn, SGP en BBB dienen motie in voor gelijke behandeling

Naar aanleiding van deze berichtgeving dienden CU, SGP en PVV destijds Kamervragen in. Minister voor Medische Zorg Tamara van Ark verdedigde hierop de actie door de NVWA. De autoriteit ziet toe op de handhaving van EU-wetgeving met betrekking tot de vermelding van de herkomstaanduiding voor alle landen en gebieden, aldus Van Ark. Volgens de minister geldt deze wetgeving “voor alle landen en gebieden, dus ook voor andere bezette gebieden”. “Er is derhalve geen sprake van ongelijke behandeling van Israël en de door Israël bezette gebieden”, zo concludeert de minister voor Medische Zorg.

De minister gaat hier echter voorbij aan het feit dat alleen voor producten uit Israëlische nederzettingen, en geen enkel ander betwist gebied, de EU een richtlijn heeft uitgegeven ter aanvulling op de eerder aangehaalde wet. De wetgeving waar Van Ark naar verwijst definieert niet exact wanneer het gaat om bezette gebieden – daar is met betrekking tot Israël en Israël alleen een richtlijn voor uitgegeven. Van een gelijke behandeling is dus geen sprake.

Aan proactieve handhaving wordt door de NVWA overigens niet gedaan. Ambtenaren van de Voedsel- en Warenautoriteit gingen voor het eerst langs het Israël Producten Centrum in april 2019 naar aanleiding van een klacht, zo bevestigt minister Van Ark. Christenen Voor Israël stelt doelwit te zijn geweest van een lastercampagne door onder andere DocP met e-mailacties en kleinschalige demonstraties voor het Israëlcentrum.

Naar aanleiding van de ongelijke behandeling, dienden Roelof Bisschop (SGP) en Caroline van der Plas (BBB) een motie in die pleit voor gelijke behandeling. De motie kon op steun van een meerderheid van de Kamer rekenen. CU, SGP, CDA, VVD, JA21, BBB, FVD, PVV en 50PLUS stemden voor. D66, SP, PvdA, GroenLinks, PvdD, VOLT, DENK en BIJ1 stemden tegen de motie, en daarmee voor het in stand houden van rechtsongelijkheid wat betreft de etikettering van producten uit betwiste gebieden.

Wat zijn de gevolgen voor het handhavingsbeleid van de NVWA?

Met de aangenomen motie in handen, heeft Gert-Jan Segers (CU) samen met collega Bisschop Kamervragen ingediend bij minister voor Buitenlandse Handel Sigrid Kaag en minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge. De Kamerleden van CU en SGP vragen om opheldering over de boete voor het Israël Producten Centrum. Ze willen weten op welke wijze de winkel haar producten verkeerd geëtiketteerd zou hebben, en of het eerder is voorgekomen dat een bedrijf is beboet voor een volgens de NVWA verkeerde herkomstaanduiding. 

De vragen van Segers en Bisschop staan in contrast met die van Jasper van Dijk (SP). Van Dijk diende op dezelfde dag dat de motie voor gelijke behandeling werd aangenomen Kamervragen in, waarin hij zich afvraagt of de boete voor het Israël Producten Centrum wel hoog genoeg is. Hierbij pleit de SP-buitenlandwoordvoerder voor het aan banden leggen van “handel uit illegale nederzettingen”.

Waar de SP vraagt om een overzicht van producten uit Israëlische nederzettingen, vragen de CU en de SGP om een overzicht van producten uit de Westelijke Sahara. Met de boete voor het Israël Producten Centrum in het achterhoofd vanwege het volgens de NVWA verkeerd etiketteren, vragen Segers en Bisschop hoe producten uit het door Marokko bezette gebied geëtiketteerd zouden moeten worden.

Naast de onlangs aangenomen motie voor gelijke behandeling door de NVWA, verwijzen Segers en Bisschop ook naar de in 2019 aangenomen motie van toenmalig Kamerlid Joël Voordewind. Deze motie verzoekt de regering op Europees niveau te pleiten voor een gelijke behandeling wat betreft de etikettering van producten uit betwiste gebieden, daar nu nog met de richtlijn voor producten uit Israëlische nederzettingen sprake is van een uitzonderingspositie. De CU en de SGP willen van ministers Kaag en De Jonge weten welke gevolgen de twee moties hebben voor het handhavingsbeleid van de NVVWA.

 

2021Z07334

(ingezonden 3 mei 2021)

Vragen van de leden Segers (ChristenUnie) en Bisschop (SGP) aan de ministers voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over invoer van producten uit de Westelijke Sahara via Marokko naar de EU

  1. Kunt aangeven waarom het Israël Producten Centrum uit Nijkerk is beboet voor de etikettering van hun wijn uit de Westelijke Jordaanoever? Kunt u aangeven waarom de manier waarop zij de herkomst van het product omschrijven niet in overeenstemming is met geldende regels en voorschriften?[1]
  2. Is het eerder voorgekomen dat een bedrijf is beboet voor een verkeerde omschrijving van de herkomst van een product? Zo ja, kunt u deze gevallen omschrijven?
  3. Voor welke gebieden met een betwistte of bezette status in de wereld gelden de regels en voorschriften op grond waarvan het Israël Producten Centrum nu beboet is? Gelden deze bijvoorbeeld ook voor producten afkomstig uit het door Turkije bezette deel van Cyprus die mogelijk via Turkije ingevoerd worden? Gelden deze bijvoorbeeld ook voor producten afkomstig uit de Krim die mogelijk via Rusland ingevoerd worden? Kunt u een uitputtend overzicht geven van alle bezette gebieden waarvoor deze regels en voorschriften van toepassing zijn?
  4. Kunt u een document verstrekken met daarin de gegevens over de uitvoer van producten die van oorsprong uit de Westelijke Sahara komen, zoals onderdeel is van de overeengekomen informatie-uitwisseling tussen de EU en Marokko?[2] Kunt u deze gegevens specificeren voor die producten die in Nederland zijn ingevoerd?
  5. Hoe zouden dergelijke producten geëtiketteerd moeten worden?
  6. Kunt u dergelijke gegevens ook overleggen over de overige gebieden waar vraag 3 op doelt?
  7. Welke gevolgen hebben de aangenomen moties-Voordewind c.s.[3] en Bisschop-Van der Plas[4] voor het handhavingsbeleid van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op dit punt?

[1] Nijkerk Nieuws, 18 april 2021, “Israël Producten Centrum beboet door NVWA”, nijkerk.nieuws.nl/nieuws/154404/israel-producten-centrum-beboet-door-nvwa/

[2] Zoals genoemd in de beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden Voordewind en Dik-Faber over het besluit Nr. 1/2020 van het Associatiecomité EU-Marokko van 16 maart 2020, 28 september 2020 (Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2020-2021, nr. 201).

[3] Kamerstuk 35300-V, nr. 36.

[4] Kamerstuk 33835, nr. 188.