SP roept regering op ‘handel uit illegale nederzettingen aan banden te leggen’

Naar aanleiding van de boete van de NVWA voor het Israël Producten Centrum voor het gebruik van het etiket “product uit een Israëlisch dorp in Judea en Samaria”, vraagt SP-buitenlandwoordvoerder Jasper van Dijk of de geldstraf wel hoog genoeg is “om herhaling te voorkomen”.

Uitzicht op de Israëlische nederzettingen Eli en Shilo. Bron foto: Akiva van Koningsveld.

Het Israël Producten Centrum (IPC) heeft onlangs een boete van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gekregen. Het IPC moet een geldstraf van 2100 euro voldoen, daar volgens de NVWA de etikettering van een aantal wijnen die te koop worden aangeboden niet klopt. Deze vermelden dat het gaat om een “product uit een Israëlisch dorp in Judea en Samaria”.

De ophef rondom deze gang van zaken leidde tot een motie van de SGP en de BBB. Volgens Kamerleden Roelof Bisschop en Caroline van der Plas is sprake van rechtsongelijkheid, daar de NVWA wel op de etikettering van producten uit Israëlische nederzettingen handhaaft, maar niet op de etikettering van producten uit andere betwiste gebieden. Dinsdag is hun motie die de regering verzoekt “dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden”, door een meerderheid van de Tweede Kamer aangenomen.

Op dezelfde dag als dat de motie werd aangenomen, laat de SP een ander geluid horen. Buitenlandwoordvoerder van de partij Jasper van Dijk vraagt zich in schriftelijke Kamervragen af of de boete voor het IPC wel hoog genoeg is. Hij vraagt aan ministers Sigrid Kaag en Tamara van Ark of de hoogte van de geldstraf voldoende is “om herhaling te voorkomen”.

Van Dijk vraagt de minister voor Buitenlandse Handel en de minister voor Medische Zorg hoe erop toegezien wordt “dat etiketten daadwerkelijk aangepast worden zodat duidelijk wordt dat de producten uit bezet Palestijns gebied komen”. Het SP-Kamerlid wil weten of er importheffing is betaald, daar volgens hem de in het met Israël gesloten associatieakkoord vastgestelde handelsvoordelen niet van toepassing zijn.

De SP-buitenlandwoordvoerder vindt het voor de hand liggen “dat handel uit illegale nederzettingen aan banden wordt gelegd”. Volgens Van Dijk is namelijk “het maken van onderscheid in de praktijk moeilijk”.

Hierbij is van belang dat de Nederlandse regering een ontmoedigingsbeleid hanteert, niet een boycotbeleid. Van een handelsban is dus geen sprake. De afgelopen jaren is de Tweede Kamer meerdere keren gewezen op dit ontmoedigingsbeleid, onder andere naar aanleiding van Kamervragen over de verkoop van hagelslag en ontbijtkoek bij een Israëlische supermarktketen

In navolging van zijn voorganger Sadet Karabulut, vraagt Jasper van Dijk of een overzicht gegeven kan worden hoeveel Nederland en de EU uit nederzettingen importeren. In antwoord op dezelfde vraag die eerder al meermaals uit de koker van de SP kwam, heeft minister Blok eerder al geantwoord dat de Nederlandse regering onmogelijk alle herkomstetikettering kan controleren.

Opmerkelijk genoeg stelt Van Dijk dit al in zijn eigen vragen vast. In zijn pleidooi voor het aan banden leggen van “handel uit illegale nederzettingen” stelt de SP-buitenlandwoordvoerder immers dat het maken van onderscheid in de praktijk moeilijk is. Het waarschijnlijke antwoord op de opnieuw gestelde vraag naar een overzicht van de import laat zich dan ook raden.