Obsessie over Hollandse maand bij Israelische supermarktketen

Minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra heeft weer een brief gepubliceerd naar aanleiding van vragen over Nederlandse steun aan een promotiemaand van Israelische supermarktketen Shufersal. De kwestie is de afgelopen maanden al meerdere keren ter sprake gekomen.

De Israelische supermarktketen Shufersal organiseert regelmatig promotiemaanden waarbij producten uit een bepaald land belicht worden. Zo was er ook sprake van een “Hollandse maand”, waarbij Nederlandse waren te koop waren. 

Onduidelijkheid over Nederlandse medewerking
De kwestie kwam in de Tweede Kamer voor het eerst ter sprake tijdens het debat over de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken. SP-Kamerlid Sadet Karabulut wilde meer weten over de betrokkenheid van de Nederlandse ambassade bij de promotie. Volgens de SP’er was de samenwerking tussen Nederlandse bedrijven en Shufersal in strijd met het Nederlandse ontmoedigingsbeleid, omdat de Israelische supermarktketen ook winkels heeft in nederzettingen. Minister Zijlstra liet in zijn antwoord weten totaal geen problemen te hebben met de Hollandse maand. “Top! Doen! Hollandpromotie ten voeten uit,” zo reageerde de bewindspersoon. Zijlstra antwoordde aanvankelijk dat de producten in kwestie alleen verkrijgbaar waren in supermarketen in Israel zelf, en niet in de nederzettingen.

Al snel doken echter foto’s op van de desbetreffende producten en gerelateerd promotiemateriaal in Shufersal-zaken in nederzettingen. Hierdoor werden de vraagtekens bij de “Hollandse maand” alleen maar groter. Minister Zijlstra stuurde naar aanleiding van deze onduidelijkheid een brief naar de Kamer. Hieruit bleek dat de Nederlandse steun voor de promomaand niet zo groot is als aanvankelijk gedacht.

In het epistel van de de minister komt naar voren dat Shufersal zelf de producten heeft gekozen en ook zelf verantwoordelijk is geweest voor de promotie en de distributie van de Hollandse maand. Wel is de supermarktketen in contact geweest met de Nederlandse ambassade over het zoeken naar mogelijke sponsoren in het Nederlandse bedrijfsleven. Hierop is de ambassade in contact geweest met een viertal bedrijven, die uiteindelijk geen interesse hadden. 

Zowel Shufersal als de bedrijven in kwestie zijn door de ambassade geïnformeerd over het Nederlandse ontmoedigingsbeleid. Belangrijk is hier het verschil tussen ontmoediging en boycot. De Nederlandse regering hanteert weliswaar een ontmoedigingsbeleid ten aanzien van zaken doen met bedrijven die actief zijn in de nederzettingen, maar van een handelsban is geen sprake.

Een aantal aspecten van de kwestie komen gedetailleerd aan de orde in de brief. Zo wist Zijlstra te melden dat op een receptie in de ambassadeursresidentie alleen vertegenwoordigers van Shufersal waren uitgenodigd die werkzaam zijn in Rishon Lezion.

Nog meer vragen
De uitgebreide brief was voor Karabulut echter niet genoeg. Tijdens een procedurevergadering in december vroeg het SP-Kamerlid een nieuwe schriftelijke vragenronde aan. Dit houdt in dat Kamerleden vragen kunnen indienen, die vervolgens in één document naar de verantwoordelijke minister gestuurd worden. Andere bij de vergadering aanwezige Kamerleden gaven aan – gezien de eerdere antwoorden van Zijlstra – daar geen behoefte aan te hebben, maar zagen ook geen reden een dergelijk verzoek tegen te houden. Gisteren heeft minister Zijlstra de antwoorden op de ingediende vragen gepubliceerd. 

Een groot deel van de vragen verzoekt om bevestiging van Rutte III of het nog steeds hetzelfde beleid voert ten aanzien van het vorige Kabinet. De antwoorden hierop zijn bevestigend: Net als Rutte II hanteert de huidige regering een ontmoedigingsbeleid ten aanzien van Israelische nederzettingen, wil het economische banden met Israel en de Palestijnse gebieden versterken, en wil het bijdragen aan de verwezenlijking van de tweestatenoplossing.

Overigens zijn de antwoorden op een aantal vragen zo terug te vinden in de eerdere brief van minister Zijlstra. Naar dit document wordt dan ook meermaals verwezen. De indruk ontstaat dat sommige vragenindieners deze wellicht niet gelezen hebben.

Naar aanleiding van het contact van de Nederlandse ambassade met vier bedrijven – zoals vermeld in de vorige beantwoording door Zijlstra – is er gevraagd naar de desbetreffende brief. Deze heeft de minister dan ook bijgevoegd bij de antwoorden op de nieuwe vragen. De vier betreffende firma’s zijn overigens – zoals ook eerder aangegeven door Zijlsta – niet ingegaan op de uitnodiging. Daarnaast zijn Nederlandse bedrijven – waarvan bekend is dat ze in zee zijn gegaan met Shufersal – geïnformeerd over het ontmoedigingsbeleid, aldus de VVD-bewindspersoon die dit in zijn eerdere correspondentie ook al liet weten.

Zwarte lijst VN
Er is ook gevraagd of Shufersal op een zogenaamde zwarte lijst van de VN staat. In 2016 heeft de VN-Mensenrechtenraad een resolutie aangenomen die de High Commissioner for Human Rights verzoekt om een database van bedrijven op te stellen die betrokken zijn bij Israelische nederzettingenactiviteiten. Minister Zijlstra laat weten dat dit rapport nog niet is verschenen. De bewindspersoon voegt daaraan toe dat tijdens de stemming over het aannemen van de bewuste resolutie, Nederland en de rest van de Europese Unie zich hebben onthouden van stemming. De EU – en dus ook Nederland – is tegen de instelling van een dergelijke database. Waarom de EU-lidstaten dat dan niet duidelijker hebben laten horen door tegen te stemmen in plaats van onthouding, is niet duidelijk.