Dijkgraaf helder in beantwoording vragen over Joodse studenten

De kersverse minister van Onderwijs, Robbert Dijkgraaf (D66), is helder over de situatie van de Joodse studenten aan de Nederlandse universiteiten. Hun veiligheid moet gewaarborgd worden door de universiteiten, zo schrijft de minister in antwoord op vragen van Ellian en Van der Woude (VVD). Die vragen kwamen er na berichten over Joodse studenten die niet meer durven uit te komen voor hun identiteit of mening, vanwege sociale druk of intimidatie in het hoger onderwijs.

Illustratief: Een van de vele gebouwen van de Universiteit Leiden(bron: Flickr/ mollyali)

Minister steunt veilige leeromgeving en IHRA-werkdefinitie

In de beantwoording is de minister resoluut: “Het hoger onderwijs moet een veilige leeromgeving bieden.” Zo meldt hij dat er bij de Universiteit Leiden intern gesprekken zijn gevoerd en dat docenten, met name die van Midden-Oosten Studies, garant moeten staan voor een open en inclusief debat. Een docent van de Universiteit Leiden heeft de grens tussen politiek en onderwijs overschreden, en hij is gecorrigeerd door het faculteitsbestuur. Zo stelt de minister tevens:

“Bij academische vorming horen ook confrontatie, debat en lastige gesprekken. Evenwel verbergt antisemitisme zich tegenwoordig dikwijls achter politieke uitingen. Deze kunnen in dit kader wel degelijk intimiderend zijn voor Joodse studenten en daarmee in de weg staan van een veilige leeromgeving.”

Wellicht in lijn met deze opmerking van de minister zag CIDI eerder een grote mate van dogmatiek en eenzijdigheid bij ‘academische bijeenkomsten’ over het Israelisch-Palestijns conflict op verschillende universiteiten.

Verder in de beantwoording stelt de minister: “Wij erkennen dat het ontkennen van het bestaansrecht van Israël als antisemitisme kan worden gezien en ervaren. Bij de bestrijding van antisemitisme hanteert het kabinet de definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) van antisemitisme als juridisch niet-bindende werkdefinitie.” Ook roept hij de universiteiten verder op om meer te doen aan sociale veiligheid, door middel van gesprekken en vertrouwenspersonen.

Betrokken studenten zagen gesprek tot niets uitlopen

De minister schrijft dat de Universiteit Leiden een gesprek heeft georganiseerd tussen Joodse studenten, de diversity officer en de voorzitter van het college. Een van de betrokken studenten kan zich totaal niet vinden in de manier hoe de minister deze gesprekken nu voorstelt aan de Kamer. Zo bleek de diversity officer niet open te staan voor de zorgen van de Joodse studenten. Het beloofde vervolggesprek is er tevens nooit gekomen en enkele Joodse studenten hebben recentelijk te maken gehad met doodsbedreigingen en antisemitische bekladdingen op campusgebouwen. Ondanks meldingen hiervan door studenten is hier door de betreffende diversity officer niets mee gedaan.

Zo stelt een van de betrokken studenten: “Het gesprek loste niets op en bood geen concrete benadering van de veiligheid van joodse studenten op de campus. In feite zwaaien leraren met haat tegen Israël en tijdens de academische panels roepen zelfs leraren op om Israël te heroveren in bijzijn van vele BDS-sympathisanten. Een andere student was ook niet te spreken over het gevoerde gesprek: “Het ging in mijn visie eigenlijk nergens naar toe. Er werd geweigerd om een duidelijk standpunt naar buiten toe in te nemen tegen de boycotoproepen en daarbij ook de oproepen toe  academische boycots.”

De student gaat verder: “De diversiteitsfunctionaris bood als oplossing voor het feit dat joden zich onveilig voelen op de universiteit om een post op Instagram over een joodse feestdag op het diversiteitsinstagram-account van de universiteit te plaatsen als een ‘aanpak’ (waarbij totaal geen verantwoordelijkheid wordt genomen). Het feit dat onze veiligheid wordt opgelost met een diversiteitberichtje op sociale media en niet op de hoofdpagina van universiteit Leiden zegt al genoeg. Juist met zo’n lichte en subtiele aanpak geeft de universiteit nog steeds het toneel voor leraren en studenten die met haat zwaaien en zonder enige nuance Israëlische en Joodse studenten bedreigen in hun mening en identiteit. Juist omdat dit gesprek, dat nooit zonder plan van aanpak of verantwoordelijkheid of überhaupt vervolgstappen/gesprekken, de situatie juist verergert. Zo zijn er doodsbedreigingen geweest, anti-joodse graffiti en hebben veel studenten al uitstel van hun studie aangevraagd omdat hun (geestelijke) gezondheid naar hun eigen veiligheidssituatie neigt.”

Ook viel het op dat de universiteit zich wel uitsprak gedurende het conflict tussen Oekraïne en Rusland, maar niet gedurende de escalatie tussen Israel en de terreurorganisatie Hamas in mei 2021. De universiteit wilde tevens geen officieel statement maken waarin zij stelt dat de oproep tot een academische boycot van Israel niet hoort bij de universiteit, zo stelden de studenten. Een andere studente wees naar het belang van sociale veiligheid voor haar mentale gezondheid. Zo stellen de betrokken studenten dat het betreffende gesprek niet eens echt gevoerd is, er zijn alleen maar uitvluchten bedacht om zo de hete aardappel vooruit te schuiven. 

 

De antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden Van der Woude en Ellian (beiden VVD), mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, over bedreigingen van Joodse studenten met kenmerk 2021Z24112, ingezonden op 22 december 2021.

  1. Bent u bekend met het artikel ‘Rabiate Israëlhaat aan Universiteit Leiden bedreiging voor Joodse studenten?[1]

Ja.

  1. Kunt u bevestigen dat docenten aan deze instelling zich pro-BDS uiten naar studenten toe? Zo ja, deelt u de mening dat deze politieke stellingname de academische vrijheid beperkt, doordat studenten niet meer uit durven gaan van een neutrale houding van de docent op dit onderwerp?

Het hoger onderwijs moet een veilige leeromgeving bieden. De Universiteit Leiden heeft mij geïnformeerd dat, mede naar aanleiding van de brief van Joodse studenten, op de Faculteit Geesteswetenschappen gesprekken zijn gevoerd met docenten en studenten over een veilige en inclusieve leeromgeving bij de behandeling van gevoelige onderwerpen en over het belang van de scheiding tussen politiek en onderwijs. Docenten die onderwijs geven over het Midden-Oosten zijn zich bewust van hun rol in het borgen en bevorderen van een open gesprek binnen de onderwijsomgeving ook wanneer er tussen studenten meningsverschillen zijn. In het enkele geval dat door een docent de grens tussen politiek en onderwijs is overschreden, is door het faculteitsbestuur corrigerend opgetreden. 

Zoals mijn voorganger eerder heeft benadrukt staat naast de vrijheid van meningsuiting van studenten ook de academische vrijheid. Die houdt in dat docenten in vrijheid hun onderzoek kunnen doen, hun bevindingen naar buiten kunnen brengen én onderwijs kunnen geven – ook wanneer dat gevoelige onderwerpen betreft of wanneer studenten zich daar moeilijk in kunnen vinden. Bij academische vorming horen ook confrontatie, debat en lastige gesprekken. [1]

Evenwel verbergt antisemitisme zich tegenwoordig dikwijls achter politieke uitingen. Deze kunnen in dit kader wel degelijk intimiderend zijn voor Joodse studenten en daarmee in de weg staan van een veilige leeromgeving.

  1. In hoeverre acht u het gewenst dat een universiteit direct of indirect een vereniging financiert die BDS propageert, in het licht van het feit dat de rijksoverheid zich volledig onthoudt van dergelijke financiering?

De financiering van de studentenvereniging MENA betreft compensatie van de registratiekosten bij de Kamer van Koophandel (760 euro) en in 2021 een vergoeding van 421 euro van het Expertisebureau D&I voor hun algemene kosten en activiteiten. Het Expertisebureau D&I geeft ondersteuning voor evenementen aan diverse studentenorganisaties als wordt stilgestaan bij diversiteitsonderwerpen. De Universiteit Leiden heeft mij verder geïnformeerd dat MENA meerdere activiteiten waaronder een Academic Panel on Palestine heeft georganiseerd met sprekers op verschillende kennisgebieden en met verschillende perspectieven, voor wat betreft BDS zowel voor als kritisch ten aanzien van BDS.

  1. Kunt u bevestigen of de diversiteitsofficier van de Universiteit Leiden inderdaad geen enkele actie heeft ondernomen na een brandbrief van Joodse studenten? Zo ja, deelt u de mening dat dit niet acceptabel is?

Naar aanleiding van de brief van Joodse studenten aan het College van Bestuur is er een gesprek georganiseerd tussen de voorzitter van het college, de diversiteitsofficier en de studenten. Daarna zijn er meerdere gesprekken geweest op faculteitsniveau om de sociale veiligheid in het onderwijs te verbeteren waar de diversiteitsofficier aanwezig was en betrokken was in de coördinatie.

  1. In hoeverre erkent u dat het ontkennen van het bestaansrecht van Israël als het nieuwe antisemitisme wordt gezien of ervaren?

Wij erkennen dat het ontkennen van het bestaansrecht van Israël als antisemitisme kan worden gezien en ervaren. Bij de bestrijding van antisemitisme hanteert het kabinet de definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) van antisemitisme als juridisch niet-bindende werkdefinitie[2]: “Antisemitisme is een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als een gevoel van haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom en tegen instellingen en religieuze voorzieningen van de Joodse gemeenschap.” Uitingen van antisemitisme kunnen volgens de IHRA ook gericht zijn tegen de Staat Israël, opgevat als een Joods collectief gegeven. Bijvoorbeeld door het Joodse volk het recht op zelfbeschikking te ontzeggen, of door het met twee maten meten, in die zin dat van de Staat Israël een bepaald gedrag wordt geëist dat niet van andere democratische naties wordt verwacht of verlangd.[3]

  1. Wat gaat u doen om te waarborgen dat Joodse studenten zich veilig en vrij voelen, zowel in fysieke zin als academisch, op universiteiten?

In een academische onderwijsomgeving is het van belang een open discussie te voeren waarin verschillende perspectieven naar voren gebracht kunnen worden. Ik vind het dan ook belangrijk dat alle studenten zich binnen hun opleiding en in academische discussies vrij voelen om zich uit te spreken. De Inspectie van het Onderwijs heeft studenten bevraagd of zij zich vrij voelen om hun mening te uiten binnen de opleiding. Een eerste beeld hiervan is te vinden in de ‘Gezamenlijke notitie persoonlijke ontplooiing en maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in het hoger onderwijs’ van inspectie en NVAO.[4] De inspectie zal hier verder over rapporteren in de komende Staat van het Onderwijs.

Voor universiteiten is het bieden van een veilige en inclusieve omgeving voor studenten en medewerkers een prioriteit. Om de sociale veiligheid te bevorderen hebben alle universiteiten vertrouwenspersonen, ombudsfunctionarissen en een klachtenprocedure om onveilige situaties te melden en aan te pakken. Bij gevallen van fysiek geweld, seksueel geweld, discriminatie of racisme wordt opgeroepen om aangifte te doen.

[1] Kamerstuk 31288-923

[2] Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 1799 (2021D08366)

[3] De werkdefinitie van antisemitisme van de IHRA | Drupal (holocaustremembrance.com)

[4] Bijlage bij kamerstuk 31288-923.