EU: steun voor Palestijnse terreurgroepen geen reden voor uitsluiting van financiering

Affiliatie met of steun voor terreurgroepen is geen reden voor uitsluiting van financiering voor EU-activiteiten. Dat schrijft een vertegenwoordiger van de Europese Unie aan het Palestinian NGO Network (PNGO).

EU-vertegenwoordiger Sven Kühn von Burgsdorff voor de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en UNRWA heeft een toelichtingsbrief gestuurd aan PNGO, een koepelorganisatie voor Palestijnse non-gouvernementele organisaties. De brief is verstuurd naar aanleiding van ophef over berichtgeving dat Palestijnse mensenrechtenorganisaties een verklaring zouden moeten ondertekenen waarin ze afstand nemen van terrorisme.

Volgens Von Burgsdorff is sprake geweest van een “desinformatiecampagne”. De EU-vertegenwoordiger stelt dat van alle partners die EU-projecten implementeren, verlangd wordt zich te houden aan EU-wetgeving zoals vastgelegd in overeenkomsten, waaronder ook Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme. Von Burgsdorff benadrukt dat deze verordening niet gericht is op Palestijnse maatschappelijke organisaties, maar voor alle ontvangers van EU-subsidies wereldwijd. 

Op de lijst voor specifieke beperkende maatregelen staan geen Palestijnse natuurlijke personen, zo valt in de brief aan PNGO te lezen. Von Burgsdorff laat echter achterwege dat op deze lijst wel degelijk een aantal Palestijnse organisaties staan, namelijk de Abu Nidal Organisatie, de Al-Aqsa Martelarenbrigade, de Al-Aqsa Internationale Stichting, Hamas, Palestijnse Islamitische Jihad, het Volksfront voor de bevrijding van Palestina (PFLP), en het Volksfront voor de bevrijding van Palestina – Algemeen Commando (PFLP-GC).

Bij verschillende Palestijnse NGO’s zijn personen werkzaam die tevens affiliatie hebben met bovengenoemde terreurgroepen. Hier heeft EU-vertegenwoordiger Von Burgsdorff echter geen problemen mee: “Terwijl entiteiten en groepen die op restrictieve lijsten van de EU staan niet kunnen profiteren van door EU gesubsidieerde activiteiten, is het wel te verstaan dat een natuurlijk persoon met affiliatie met, sympathie voor of steun voor welke groep of entiteit dan ook genoemd op de restrictieve lijsten van de EU niet uitgesloten wordt van het profiteren van door EU gesubsidieerde activiteiten, tenzij zijn/haar exacte naam en achternaam (die zijn/haar identiteit bevestigt) correspondeert met welk natuurlijk persoon dan ook op de restrictieve lijsten van de EU”.

Oftewel: Palestijnen die lid zijn van een terroristische organisatie of deze steun verlenen, hebben niets te vrezen van de EU wat betreft subsidies voor de ‘mensenrechtenorganisaties’ waar zij tevens werkzaam voor zijn. 

Op de lijst voor specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten staan overigens maar 15 namen van personen. EU-vertegenwoordiger Von Burgsdorff wil business as usual wat betreft de Europese subsidieactiviteiten van Palestijnse NGO’s, en verwijst hiervoor naar de zeer beperkte personenlijst en stelt dat affiliatie van personen met groepen op de restrictieve lijst geen reden is voor uitsluiting van EU-subsidies.

De Europese Unie gaat dus onverminderd door met het verstrekken van subsidies aan Palestijnse NGO’s, in de wetenschap dat hier mogelijk mensen werkzaam zijn die tevens lid zijn van terroristische organisaties. Volgens het Israëlische ministerie van Strategische Zaken wordt de BDS-campagne door Palestijnse terreurbewegingen gezien als een aanvulling op hun strijd tegen de Joodse staat. Terroristen van met name Hamas en de PFLP hebben verschillende NGO’s in de Palestijnse gebieden, Europa, Noord-Amerika en Zuid-Afrika geïnfiltreerd om deze in te zetten in hun aanvallen op Israël. Daarnaast worden de organisaties gebruikt om fondsen te werven voor de terreurbewegingen, zo concludeerde het ministerie van Strategische Zaken.

In Nederland is het verhaal niet anders. Ondanks meerdere controverses, hebben ministers Stef Blok en Sigrid Kaag afgelopen jaar laten weten geen reden te zien om de selectiecriteria voor Nederlandse subsidieverlening aan te passen. Het meest recente voorbeeld is de Nederlandse subsidie voor een NGO waarbij iemand werkzaam is geweest die ervan verdacht wordt leider te zijn van de PFLP-terreurcel die de aanslag heeft gepleegd waarbij de 17-jarige Rina Shenrav is omgekomen.