Grapperhaus: Hezbollah-vlag bij demonstratie is strafbaar, echter geen aanhoudingen

In antwoord op Kamervragen over een getoonde Hezbollah-vlag tijdens een demonstratie in Den Haag bevestigt minister Ferdinand Grapperhaus dat het tonen van de vlag van de Libanese terreurorganisatie strafbaar is. Er zijn echter geen verdachten aangehouden omdat er geen sprake zou zijn geweest van een “harde opsporingsindicatie.”

Op 9 juni vond een anti-Israel-demonstratie plaats in Den Haag. Hierbij werd gewapperd met een vlag van terreurorganisatie Hezbollah. Naar aanleiding hiervan dienden CDA en VVD Kamervragen in bij minister Blok van Buitenlandse Zaken en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid.

In zijn beantwoording laat minister Grapperhaus weten dat het tonen van de Hezbollah-vlag strafbaar is. Met het tonen van de vlag wordt namelijk de terroristische ideologie van de organisatie uitgedragen, wat strafbaar is op grond van artikel 131 Sr (opruiing). 

Geen aanhoudingen
Ondanks dat er dus een strafbaar feit heeft plaatsgevonden, zijn er geen aanhoudingen verricht. Vanwege het ontbreken van “harde opsporingsindicaties die konden leiden tot een concrete verdachte is in dit geval niemand aangehouden”, aldus minister Grapperhaus.

De interpretatie van de vlag heeft pas achteraf plaatsgevonden door de politie, ondanks dat de vlag al tijdens de demonstratie werd waargenomen, meldt de bewindspersoon op het ministerie van Justitie en Veiligheid.

De minister weet ook te vermelden dat het niet de eerste keer is dat met Hezbollah-vlaggen wordt gewapperd. In 2013 en 2016 werden bij dezelfde demonstraties ook al vlaggen van de terreurorganisatie getoond. Grapperhaus geeft bij deze gevallen geen verdere informatie over het optreden van de politie, maar voor zover bekend zijn er ook toen geen aanhoudingen verricht. 

Gezien het niet-ingrijpen van de politie terwijl er wel degelijk een strafbaar feit is gepleegd, wilden CDA en VVD weten of het handhavingskader van het Openbaar Ministerie aangepast moet worden. Volgens minister Grapperhaus is optreden echter al mogelijk, en is een aanpassing dus niet nodig.

Politie moet strenger optreden
Het is dan ook des te treuriger dat er op de bewuste 9 juni niet is opgetreden door de politie. De minister erkent immers dat er een strafbaar feit heeft plaatsgevonden, dat dit door de politie is waargenomen, en bovendien is bekend welke organisatie de demonstratie had georganiseerd. Deze opsporingsindicaties zouden hard genoeg moeten zijn om consequenties te hebben voor de dader(s). Als de politie tijdens – en dus niet pas ná – de demonstratie had vastgesteld dat het om een strafbare terreurvlag ging, hadden nog tijdens de demonstratie aanhoudingen kunnen worden verricht. 

Het heeft alleen zin om haatdragende uitingen in de openbare ruimte te verbieden, wanneer deze ook daadwerkelijk worden aangepakt. Dat dit niet is gebeurd, is dus een gemiste kans. Zeker bij vlaggen van terreurorganisaties zou de politie adequaat moeten optreden. Hopelijk leiden de beantwoorde Kamervragen ertoe dat de politie in de toekomst strenger zal toezien op dit soort uitingen en zal ingrijpen waar nodig.