Grote controverse over voorgenomen ‘Joodse Staat’-wet

De Israelische president, verschillende juridische adviseurs en vele anderen hebben forse kritiek op een wetsvoorstel dat de positie van Joden in Israel wil reguleren in een zogenoemde ‘basiswet’. De wet, een initiatief van Likoed-lid Avi Dichter, wil de positie van Israel als thuisland van het Joodse volk met Jeruzalem als zijn hoofdstad vastleggen, evenals het recht van het Joodse volk op zelfbeschikking in zijn vaderland (moederland in het Hebreeuws). (Een eerdere poging met een vergelijkbare wet is in 2015 gesneuveld).

Het voorstel poogt meerdere zaken te reguleren/formaliseren. Enkele onderdelen zijn zeer controversieel en leiden tot heftige discussies. Dit zijn de hoofdelementen:

  • De Hebreeuwse taal als (enige) formele taal van Israel. Nu is ook het Arabisch een officiële taal in Israel; het wetsvoorstel biedt de Arabische taal (moedertaal van zo’n 20% van de Israelische bevolking) een speciale status.
  • Het principe van ‘kibbutz galuyot’, het terughalen/terugkeren van Joden uit alle werelddelen.
  • De relatie tussen de staat Israel en Joden in de diaspora.
  • Het recht van alle inwoners van Israel (zonder onderscheid van godsdienst of afkomst) om hun tradities te behouden.
  • De joodse kalender als het formele kalender van de staat.
  • De Joodse feestdagen en Yom Ha’atzmaut als formele feest- en treurdagen van de staat.
  • Een groep kan kiezen wie wel of niet toegelaten mag worden om te wonen in een dorp/wijk, bijvoorbeeld op basis van religie (of stroming daarin) en nationaliteit.

De eerste stemming over dit voorstel vond plaats op 1 mei. Toen stemden 64 leden voor en 50 tegen het voorstel. Een speciale Kamercommissie, onder leiding van een ander Likoed-Knessetlid, is verantwoordelijk voor de verdere voorbereiding van de wet (Israel heeft geen Eerste Kamer, de procedure behelst meerdere stemmingsrondes in de Knesset).

Vandaag is de volgende stap gezet: de speciale commissie kwam bijeen. Ook deze bijeenkomst is niet soepel verlopen. De oppositie was en is zeer kritisch: de wet zou onder andere ondemocratisch zijn, het balans tussen de elementen Joods en democratisch verstoren en minderheden regelrecht discrimineren. Bovendien zou de onafhankelijkheidsverklaring van Israel  een goede, stevige basis zijn voor het moderne Israel.

Opvallend was dat ook Benny Begin, Likoedlid en zoon van de voormalige Israelische premier, tegen het voorstel stemde. Hij vindt dat met dit voorstel de liberale vrijheden van Israel en het respect voor mensenrechten wordt aangetast. “Dit is een voorbeeld van de vernietigende invloed van coalitiediscipline”, aldus Begin. “Er zijn meer coalitieleden die, net als ik, dit een slecht voorstel vinden”.

Vandaag (10 juli) gaf Avigdor Lieberman aan het voorstel slecht te vinden. Maar “soms moet je, ter willen van de coalitie, toch voor stemmen”, zei hij echter. Dov Hanin, Knessetlid van de Arabische lijst (de enige Jood in de lijst) schreef: “Deze wet zal niet alleen de Arabische bevolking benadelen, ook andere groepen, zoals mensen afkomstig uit Ethiopië, Rusland, LGTBs, etc.” Hij doelt hiermee vooral op het onderdeel dat ballotage toestaat voor dorpen of wijken. Ook vrouwenrechtenorganisaties zijn kritisch: ze vrezen dat vrouwenrechten eerder geschonden kunnen worden, omdat de wet meer ruimte geeft aan de Joodse religieuze wet. 

Drie critici vallen in het bijzonder op: de Israelische president Rivlin (voormalig Knessetvoorzitter en zelf Likoedlid) en de juridische adviseurs van de Knesset en de regering. Rivlin publiceerde vandaag een brief die hij aan de Israelische premier Netanyahu had gestuurd, waarin hij zijn zorgen uit, vooral over de clausule die ballotage op grond van groepskenmerken toestaat.

“Dit kan nadelige gevolgen hebben voor het Joodse volk over de wereld en in de Staat Israel, en kan zelfs tegen ons als wapen worden gebruikt door onze vijanden”, waarschuwt Rivlin in zijn brief. Om te zorgen dat Israel zowel Joods als democratisch blijft, riep hij de Knessetleden op om dit nog eens te overwegen. “Ik vraag u om u af te vragen: zijn wij bereid, in naam van de zionistische droom, mensen te discrimineren op grond van hun afkomst? Dit voorstel maakt het stichten van een nederzetting mogelijk met uitdrukkelijke uitsluiting van orthodoxen, mensen uit Arabische landen, LHTB’s of Druzen. Is dit onze droom?” Rivlin voegt hier aan toe: “Ik ben er zeker van dat dit niet de bedoeling was van de initiatiefnemers”.

De juridische adviseur van de Knesset gaf ook aan dat het ballotage-voorstel “een vlek dreigt te zijn op dit belangrijke wetsvoorstel en kan leiden tot een niet eerder voorgekomen bemoeienis van het Hooggerechtshof met het vaststellen van een basiswet door de Knesset.” De juridische adviseur van de regering gaf aan dat de clausule een “ernstig juridisch probleem vormt [..] het laat discriminatie van een burger toe op basis van nationaliteit. [..] het heeft ook internationale implicaties die ik niet hoef uit te spreken.”

De discussie is fel: meerdere Knessetleden zijn al uit de vergadering verwijderd, en het ziet ernaar uit dat de ballotageclausule inderdaad zal worden geschrapt. De discussie en controverse zullen nog lang nagalmen. Analisten verwachten dat de procedure (bewust) lang zal duren. “En wie weet wat de volgende verkiezing met zich meebrengt.”