Hooggerechtshof biedt bewoners Sheikh Jarrah compromis aan

IN ISRAEL / Door: JOSHUA FRIEDMANN / 5 okt 2021 JERUZALEM
Het Israelische Hooggerechtshof heeft de vier Palestijnse families in Sheikh Jarrah een compromis aangeboden: een schikking waarbij zij in hun huizen zouden mogen blijven als beschermde bewoners. Zij zouden dan wel een symbolische huur moeten betalen en daarmee de Joodse stichting waar zij tegen procederen als huisbaas moeten erkennen, een principekwestie die het erg onwaarschijnlijk maakt dat de kwestie met deze deal afgehandeld zal worden. Het voorstel werd in augustus gedaan; nu krijgen de families tot 2 november om te beslissen, besliste het hof gisteren.
demonstatie sheikh jarrah

Demonstratie tegen de beoogde huisuitzettingen in Sheikh Jarrah (Wikimedia)

Vastgoed en principes

De zaak rondom de huisuitzettingen is naast een vastgoedkwestie een grote principekwestie voor alle betrokkenen. De huizen in de straat Nahalat Shimon in Oost-Jeruzalem werden gebouwd door Jordanië op een stuk grond dat eigendom was van Joodse organisaties; de Joodse bewoners werden verdreven door het Jordaanse leger in 1948, tijdens de Israelische onafhankelijkheidsoorlog. In de nieuwe huizen op het onteigende stuk grond, huisvestte Jordanië verschillende families Palestijnse vluchtelingen, zonder hen ooit enig eigendomsbewijs voor de huizen te geven.

Toen Oost-Jeruzalem in Israelische handen viel in 1967, nam Israel een wet aan dat Joodse huiseigenaars met de papieren om hun eigendom van voor 1948 te bewijzen, hun onteigende vastgoed terug zouden kunnen eisen. Sindsdien wordt geprocedeerd over de huizen in de straat Nahalat Shimon. Een toegewijde stichting werd opgericht, eveneens genaamd Nahalat Shimon, om over deze huizen te procederen. De stichting heeft het uitgesproken doel om meer Joden te huisvesten in Oost-Jeruzalem.

In de jaren ’80 oordeelde het Hooggerechtshof al dat de Palestijnse bewoners beschermd moesten worden en mochten blijven, maar wel een symbolische huur zouden moeten betalen. Dat deden enige bewoners wel, en veel bewoners van de straat niet. De stichting Nahalat Shimon  zou nog dertig jaar doorprocederen over bijna ieder huis in de straat, tot op de dag van vandaag. 

Herhaling van zetten

De huidige uitzettingszaak kwam voor het Hooggerechtshof, nadat de Rechtbank Jeruzalem oordeelde dat de stichting Nahalat Shimon vier families in de straat mocht laten uitzetten. Deze gingen in hoger beroep, in de wetenschap dat het Hooggerechtshof al eerder telkens de voorkeur eraan gaf om bewoners van de betwiste huizen te laten blijven. Nu heeft het Hooggerechtshof de Palestijnse families tot 2 november de tijd gegeven om op het schikkingsvoorstel te reageren. 

De bewoners zouden volgens het voorstel in ieder geval vijftien jaar lang een status als ‘beschermde bewoners’ krijgen. Zij zouden wel een symbolische, lage huur van zo’n 4800 sjekel (€1.200) per jaar moeten betalen. Zij zouden wel de stichting als eigenaars van de huizen moeten erkennen, en een proceskostenvergoeding van 30.000 sjekel (ca. €7.500) moeten betalen. Als de bewoners het schikkingsvoorstel niet aannemen, zal het Hooggerechtshof een nieuwe, bindende uitspraak over de zaak moeten doen.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de bewoners dit aanbod na decennia juridische strijd zonder meer aan zullen aannemen. De proceskostenvergoeding is een groot bedrag, maar bovendien weigeren zij op principiële gronden ieder eigendomsrecht van de stichting Nahalat Shimon te erkennen, laat staan huur te betalen voor huizen die zij inmiddels als hun eigendom beschouwen.

In een videogesprek met de Kamercommissie Buitenlandse Zaken noemde Mohammed El Kurd, een felle woordvoerder van de families in zijn straat, iedere vraag over het betalen van huur ‘racistisch’: “Dat is een racistische vraag! Wees niet racistisch!” 

Rechter Yitzchak Amit drukte in augustus de bewoners op het hart om eens een “pragmatische” aanpak te kiezen. Maar vermoedelijk zal de juridische strijd om deze huizen, en anderen in Oost-Jeruzalem, hierom nog lang voort duren.