Jaarverslag 2008

2008 was het jaar waarin Israel 60 jaar werd. CIDI is er trots op hoe Israel zich ontwikkeld heeft tot een krachtige democratie met 7,3 miljoen inwoners. Van die 60 jaar heeft CIDI er 34 actief meegemaakt. We hebben meegeleefd met de slachtoffers van de oorlogen en terreur, onze solidariteit betuigd met vredesplannen en vredesverdragen. We hebben steun binnen de Nederlandse samenleving gezocht en gevonden voor Israels recht op vrede en veiligheid.

2008 was het jaar waarin Israel 60 jaar werd. CIDI is er trots op hoe Israel zich ontwikkeld heeft tot een krachtige democratie met 7,3 miljoen inwoners. Van die 60 jaar heeft CIDI er 34 actief meegemaakt. We hebben meegeleefd met de slachtoffers van de oorlogen en terreur, onze solidariteit betuigd met vredesplannen en vredesverdragen. We hebben steun binnen de Nederlandse samenleving gezocht en gevonden voor Israels recht op vrede en veiligheid.

Ook in 2008 was CIDI heel ambitieus en dat zijn we nog steeds. Zo zijn we bezig geweest met onze vernieuwde full color Israel Nieuwsbrief, die we beter gaan verspreiden. Onze internet website is al enigszins veranderd, maar gaat met steun van Maror een totaal nieuwe lay-out krijgen. Ook zijn we intensief bezig geweest met het benaderen van scholen, zowel met de reizen naar Yad Vashem en het World of Difference programma als het geven van betere voorlichting over Israel. Het is nog altijd van het grootste belang dat er in Den Haag een organisatie is die effectief en vaak met succes opkomt voor Israels recht om in vrede, rust en veiligheid te leven.

Nederlandse politiek en media

Ook 2008 was een bewogen jaar voor Israel, vooral het begin van de operatie ‘Gegoten lood’ eind december was een zeer drukke periode voor CIDI. We lieten veel van ons horen en onderhield contacten met politiek en pers. Hieronder een overzicht van een aantal zaken waar CIDI zich voor heeft ingezet. Dit overzicht vermeldt niet de vele politieke contacten die CIDI het afgelopen jaar heeft gehad. Dat zou een te lange lijst opleveren.

Iran

CIDI maakt zich grote zorgen om Iran. De Iraanse president heeft gedreigd Israel van de kaart te vegen en steunt terroristische organisaties die het gemunt hebben op Israelische burgers en Joodse doelen over de hele wereld. Op dit moment is het land hard op weg om een atoombom te maken, waarmee ze dit dreigement kan waarmaken. Volgens het internationaal atoomagentschap (IAEA) heeft Iran 5.000 centrifuges in werking, waarmee verrijkt uranium geproduceerd wordt dat nodig is voor een nucleaire bom. Tegelijkertijd ontwikkelt Iran lange afstandsraketten, die uitermate geschikt zijn voor het dragen van kernkoppen die de randen van Europa kunnen bereiken. De schendingen van het non-profilatie verdrag door Iran kunnen leiden tot een nucleaire wapenwedloop in het Midden-Oosten en zijn extreem gevaarlijk voor de gehele wereld en met name Israel. Om die reden probeert CIDI de Nederlandse regering bewust te maken van dit gevaar. Dit heeft ondermeer geresulteerd dat naar aanleiding van een aan de Tweede Kamer gerichte brief van CIDI, over het voornemen van minister van Economische Zaken Van der Hoeven om de handelsbetrekkingen met Iran te intensiveren, de CDA-kamerleden Haverkamp en Ten Hoopen op 22 augustus 2008 Van der Hoeven en haar collega van Buitenlandse Zaken, minister Verhagen, in Kamervragen om opheldering hebben gevraagd. Die intensivering ging niet door.

ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind stelde de mensenrechtensituatie in Iran aan de kaak bij het ministerie van Buitenlandse Zaken toen bekend werd dat een christelijk, Iraans echtpaar is overleden na het gebruik van geweld door de geheime politie in Iran. ,,Als ChristenUnie zijn we constant druk bezig met de situatie van christenen in Iran, en ook de rest van de wereld,” aldus Joël Voordewind. De parlementariër slaagde erin een motie aangenomen te krijgen die oproept tot verdieping van de economische sancties tegen Iran.

Op zondag 21 september hield CIDI voor speciale genodigden een besloten bijeenkomst over Iran in de Rabin zaal. Deelnemers waren ondermeer de Duitse wetenschapper Matthias Künzel.

Stedenband Rotterdam – Gaza

Het voorstel van de linkse partijen in Rotterdam, PvdA, GroenLinks en SP, om een zusterband aan te gaan met Gaza, is fel bekritiseerd door de Partij van de Vrijheid en het CIDI. Het CIDI riep Rotterdam op geen relatie met het bolwerk van de Palestijnse terreurbeweging Hamas aan te gaan, omdat de beweging hierdoor erkenning krijgt. “Die heeft Hamas nodig om zijn misdadige en gewelddadige karakter te kunnen behouden”, stelt het CIDI.

Uiteindelijk is door de gemeenteraad van Rotterdam met een heel kleine meerderheid besloten om op dit moment geen stedenband aan te gaan met Gaza.

Operatie ‘Gegoten lood’

Nog net in 2008, op 27 december, begon de operatie ‘Gegoten lood’. Het conflict in de Gazastrook betrof een militair conflict tussen Israel en de Palestijnse terreurorganisatie Hamas. Naar aanleiding van de jarenlange raketbeschietingen door Hamas en andere organisaties op het zuiden van Israel. Hamas had bovendien geweigerd het half jaar bestand met Israel te verlengen. De operatie begon op 27 december 2008 met Israelische luchtaanvallen en werd op 3 januari 2009 aangevuld met een grondoffensief. Doel van Israel was het vernietigen van de militaire infrastructuur van Hamas, die onder meer bestaat uit tunnels voor de smokkel van o.a. wapens tussen de Gazastrook en Egypte. Het conflict eindigde met het eenzijdig afkondigen van een bestand door zowel Israel als (korte tijd later) Hamas.

CIDI kreeg in 2008 veel vragen over de Israelische actie tegen Hamas. Antwoorden op de meest gestelde vragen hebben we gepubliceerd in onze Israel Nieuwsbrief en op onze website. Veel van die antwoorden gingen over de vraag of Israel aspecten van het oorlogsrecht heeft overtreden. Die vragen zijn ingegeven door boosheid over burgerslachtoffers, vooral als dat kinderen zijn. Israel heeft zich veel moeite getroost om burgerslachtoffers te voorkomen – zelfs meer dan de meeste andere legers in recente conflicten. Maar de enige manier om het maken van burgerslachtoffers volledig uit te sluiten, is om geen actie te ondernemen. Na de jarenlange beschieting van Israelische burgers, met steeds betere raketten waardoor steeds meer mensen in Israel onder vuur kwamen te liggen, was dat geen optie voor de Israelische regering. Die heeft net als elke regering de plicht haar burgers te beschermen. CIDI betreurt elk burgerslachtoffer van het conflict, aan beide zijden. Voor ons bestaat in dat opzicht geen verschil tussen het leven van een Israeli of een Palestijn. Bij het begin van de operatie kwam CIDI met een persbericht waarin we een duidelijk standpunt namen. Dit werd in een aantal kranten en op verschillende internet sites gepubliceerd. Er vonden ook enkele interviews plaats.

In 2009 kwam CIDI meer in actie door het organiseren van een solidariteitsmanifestatie, het aanbieden van een petitie aan de Tweede Kamer, door het voorlichten van de media en het beantwoorden van talloze vragen van individuen. Er vonden verschillende tv en radio optredens plaats.

Monitoren antisemitisme

Jaarlijks publiceert CIDI een overzicht van antisemitische incidenten in Nederland. Deze monitor is zowel nationaal als internationaal de standaard geworden ten aanzien van het antisemitisme in Nederland. De rapportage is niet alleen belangrijk om aan te geven in hoeverre het aantal incidenten is toe- dan wel afgenomen, maar het laat ook zien op welke punten er beleid ontwikkeld dient te worden. Toename van antisemitisme op scholen betekent bijvoorbeeld dat meer aandacht besteed moet worden aan educatie op scholen; toename van incidenten gepleegd door daders van Noord-Afrikaanse afkomst impliceert die groep speciale aandacht verdient, bijvoorbeeld door meer dialoogactiviteiten of door het aanpakken van haat-internetsites.

In het jaar 2007 – het overzicht 2008 verschijnt in juni 2009 – rapporteerde CIDI 104 meldingen van antisemitische incidenten. Dit was een sterke daling niet alleen ten opzichte van het ‘piekjaar’ 2006 (met 261 meldingen, een stijging van 64%) maar zelfs tot onder het niveau van daarvoor. Ook buiten Nederland was een sterke daling van antisemitische incidenten te zien.

In Nederland werd deze daling voor een groot deel veroorzaakt door antisemitische e-mails. Dat waren er slechts vijf in 2007, tegenover 132 in 2006, veelal naar aanleiding van de derde Libanonoorlog. “Hoewel internationaal een eventueel verband tussen het conflict in het Midden-Oosten en antisemitisme daarbuiten de laatste tijd ter discussie wordt gesteld, blijkt dit verband er in Nederland toch wel degelijk te zijn”, merkte CIDI in 2008 op naar aanleiding van deze ontwikkeling.

Op de valreep van het jaar 2008 werd dit verband ook voor twijfelaars definitief bevestigd, toen onmiddellijk na de start van ‘Operation Cast Lead’ in Gaza het aantal meldingen abrupt omhoog schoot. Ook ditmaal zorgde een stroom van antisemitische e-mails naar aanleiding van de situatie in het Midden-Oosten voor een groot deel van de stijging. Deze stroom kwam eind december al op gang en zou in de eerste weken van 2009 bijdragen aan een sterke stijging van het aantal meldingen. (In de rapportage over 2008 zal een aparte bijlage worden opgenomen over het aantal meldingen gedurende de Gaza-actie, vanaf eind 2008 tot en met de eerste weken van 2009.)

CIDI geeft in de rapportages ook een overzicht van de mate waarin Justitie alle zaken afhandelt. Zo werd in het verleden bij herhaling gesignaleerd dat sommige zaken niet of veel te laat werden behandeld. In 2008 bleek opnieuw dat de afhandeling van antisemitische incidenten door politie en justitie in alle stadia soms onvoldoende was.

In 2008 sleepten nog zeker drie zaken waarover CIDI had geklaagd dat zij waren geseponeerd of eenvoudig bleven liggen. In alle drie deze zaken had het Gerechtshof het Openbaar Ministerie alsnog opdracht gegeven ze alsnog te onderzoeken en te vervolgen. Maar de zaak tegen de rapgroep Nieuwe Allochtonen Generatie (NAG) wegens het ten gehore brengen en actief op internet verspreiden van het nummer ‘Kankerjoden’ liep in 2008 al vijf jaar en ook in de andere twee zaken was in 2008 geen enkele activiteit te bespeuren.

Ook de politie bleek in 2008 soms traag en onwillig aangiftes op te nemen van antisemitische incidenten, ondanks herhaalde verzekeringen dat discriminatiezaken een punt van speciale aandacht zijn.

In oktober 2008 bond CIDI de strijd aan tegen dit ‘negeren’, die nog steeds voortduurt. Directe aanleiding hiervoor was een incident in Amsterdam: een ‘zichtbaar Joodse’ jongen werd op Sjabbat aangevallen en getrapt door drie Marokkaanse leeftijdgenoten. Twee daarvan hadden hem eerder uitgescholden voor ‘kankerjood’. Die avond toen Sjabbat uit was, wilde de jongen aangifte doen van dit voorval. Maar de agenten op het politiebureau konden de aangifte niet opnemen, want ‘zij hadden geen tijd’. Die avond niet, en zelfs de eerste tien dagen niet. Pas nadat het CIDI dit in de publiciteit bracht, kon de jongen wel eerder aangifte doen en verontschuldigde de commandant van het bureau zich.

CIDI maakt zich sterk voor een samenleving waarin iedereen volgens het uitgangspunt van gelijkwaardigheid wordt behandeld: ongeacht sekse, afkomst of religieuze belevingswereld. Om die samenleving dichterbij heeft CIDI zich in de afgelopen jaren geprofileerd als actieve partner binnen de interculturele en interreligieuze dialoog en investeert het in tal van dialoogprojecten en educatieve programma’s. Als kleine organisatie is het voor CIDI van belang goede contacten te hebben met niet-Joodse organisaties en antidiscriminatienetwerken. Met een aantal daarvan ontwikkelt CIDI samenwerkingsprojecten. Ook bezocht CIDI internationale conferenties; belangrijk om geïnformeerd te blijven en nieuwe contacten op te doen.

Publicaties

Israel en ik

Ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de staat Israel gaf CIDI in samenwerking met Uitgeverij Aspekt een speciaal boek uit. In het boek ‘Israel en ik’ vertellen 15 bekende Nederlanders over hun persoonlijke relatie met de staat Israel. Het is geschreven door Bert de Bruin. De Bruin interviewde de volgende personen: oud-Euro commissaris en VVD coryfee Frits Bolkestein, de NRC columniste Elsbeth Etty, kinderpsychologe en concentratiekamp overlevende Bloeme Evers, de schrijfster Jessica Durlacher, tv-presentatrice Barbara Barend, Volkskrant columniste Nausicaa Marbe, regisseuse Dana Nechushtan, oud minister van Buitenlandse Zaken Bernard Bot, burgemeester van Amstelveen en oud-VVD voorzitter Jan van Zanen, burgemeester van Groningen en oud-PvdA fractievoozitter Jacques Wallage, vicepremier Andre Rouvoet, PvdA Kamerlid Samira Bouchibti, NOVA journalist Karel Ornstein, voetballer Daniel de Ridder en de Palestijnse docent in de Arabische taal en letterkunde aan de Universiteit van Leiden, Asad Jaber. CIDI directeur Ronny Naftaniel schreef het voorwoord.
De geinterviewden zijn zowel ouderen als jongeren, Joden, Moslims en anderen. De beroepen van de deelnemers zijn divers waardoor het boek een gevarieerd beeld geeft en verschillende meningen, wensen en observaties laat zien.

De lancering van ‘Israel en ik’, op 8 september 2008 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, ging gepaard met een paneldiscussie met als onderwerp: Nederland, Europa, en Israël – Dynamische perspectieven. Tijdens de discussie lag de nadruk op de verhoudingen tussen Israël en Nederland / Europa en op de rol van Nederland en de Europese Unie in het licht van het Palestijns-Israëlische vredesproces. De deelnemers aan de paneldiscussie waren prof. dr. Fred Grünfeld, hoogleraar aan de Universiteiten van Maastricht en Utrecht, Dirk- Jan van Baar, commentator internationale betrekkingen bij HP / De Tijd, Nausicaa Marbe, schrijfster en columniste van de Volkskrant en Jan Marinus Wiersma, lid van de commissie Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement (PvdA). De schrijver van het boek, Bert de Bruin, verzorgde de inleiding van de avond. Het panel ging een stevige discussie aan met elkaar en met het publiek. Er waren meer dan 150 mensen aanwezig. In het dagblad Metro werd het boek in de top 5 van beste boeken van die week gezet.

Joden-haat en Zion’s-haat

Een tweede boek verscheen op 6 april 2009; Joden-haat en Zion’s-haat. Het werd in 2008 geschreven door de psychiater prof. dr. Herman van Praag. Het eerste exemplaar werd uitgereikt door prof. dr. Maarten Brands in de bibliotheek van Amstelveen. Prof. dr. Maarten Brands is emeritus hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Joden-haat en Zion’s-haat werd in de serie ‘CIDI informatiereeks’ uitgebracht in samenwerking met uitgeverij Aspekt. Van Praag beschrijft in het boek de verschillende vormen van haat tegen de Joden. Hij geeft aan dat de vorm waarin die haat zich manifesteert afhankelijk is van de tijdsperiode en zodoende varieert. Volgens Van Praag was Joden-haat aanvankelijk theologisch gefundeerd, vervolgens “racistisch” en uit deze zich tegenwoordig als ongemotiveerde, eenzijdige kritiek richting de staat Israel, met als ultieme boodschap de ontkenning van de legitimiteit van die staat.

Joden-haat is weer een actueel thema en kan, zoals is gebleken, een massavernietigings-wapen worden. De stelling van de auteur is dat Zion’s-haat dezelfde potentie bezit. In het postscriptum gaat de auteur in op de recente operatie van Israel in de Gazastrook.

Holocaustontkenning

Tijdens het afscheid van Hadassa Hirschfeld zijn er een vijftal lezingen gegeven over antisemitisme, Holocaustontkenning en Holocaustinversie. In 2008 zijn de lezingen uitgewerkt en geschreven met de bedoeling ze eveneens in de CIDI informatiereeks uit te geven. Ze worden aangevuld met essays van CIDI-medewerkers. Het uiteindelijke boek zal in de loop van 2009 verschijnen.

Lezingen

Dan Shueftan

Op zondag 19 oktober 2008 gaf dr. Dan Shueftan in de Rabin zaal van het CIDI een lezing over “Israel’s reactie op de dreiging van Iran”. Shueftan is politiek analist en voormalig adviseur van de Israelische premiers Rabin en Sharon. Ook is hij adjunct-directeur van het National Security Studies Center aan de Universiteit van Haifa. Shueftan staat bekend om zijn gepeperde uitspraken. “My views are extremely unpleasant and politically incorrect. But I am right.”: is één van zijn standaard uitdrukkingen. Dan Shueftan was al meermalen te gast bij CIDI. Ook deze keer vonden de 60 toehoorderders zijn lezing interessant en provocerend. Hij gaf voldoende stof tot nadenken. Voorts sprak Shueftan aan de Universiteit van Leiden.

Benny Morris

Op donderdag 13 november organiseerde CIDI een lezing in De Balie in Amsterdam met als gastspreker Benny Morris, de bekende Israelische historicus, verbonden aan de Universiteit van Bersheva. Morris maakte wereldwijd furore door zijn eerlijke geschiedschrijving over het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk. Als ‘nieuwe historicus’ behoort hij in Israel tot de stroming die de staatsgeschiedenis zeer kritisch beschouwen. Zowel ongenuanceerde liefhebbers van Israel als Palestina-voorvechters zijn niet vaak gediend van zijn onafhankelijke geschiedschrijving en zijn onverbloemde uitspraken. De Volkskrant noemde Benny Morris ‘baanbrekend’, de New York Times beschreef hem als ‘evenwichtig’ en volgens Trouw is hij ‘een intrigerende historicus’. Benny Morris publiceerde eerder dit jaar het boek ‘1948 – A History of the First Arab – Israeli War’. Het boek beschrijft nauwgezet de politieke, militaire en ideologische componenten van de Israelische onafhankelijkheidsoorlog. Er was bijzonder veel animo voor de lezing van Morris. De zaal zat bomvol met geïnteresseerden. Benny Morris gaf een duidelijk maar kritisch beeld van het onderwerp ‘het ontstaan van het Palestijnse vluchtelingen vraagstuk’. Na afloop van zijn lezing, tijdens het stellen van vragen, ontstond er een levendige discussie.

CIDI organiseerde ook een drietal lezingen van Morris op de Universiteit van Leiden, de Universiteit van Utrecht en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Er was veel belangstelling. Hij sprak daar over de dreiging van het Mullah regime in Teheran. Tevens had hij ontmoetingen met de buitenlandredacteuren van verschillende media.

Lezing Universiteit Utrecht

Op 14 maart 2008 gaf Ronny Naftaniel een lezing op de Universiteit van Utrecht over “Botsing vrijheid van meningsuiting met gelijkheidsbeginsel”. Is Madonna aan het kruis beledigend voor christenen? De holocaust ontkennen, is dat kwetsend voor joden? Kunst waarin de profeet Mohammed wordt afgebeeld, nemen moslims daar terecht aanstoot aan? Vroeg het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Utrecht zich provocerend af. Tijdens de lezing van Naftaniel stond de vraag centraal of, en zo ja, in hoeverre de vrijheid van meningsuiting begrensd moet worden in geval deze kwetsend is voor religieuze of etnische groepen. Zijn mening was: “Beledigen van iemands godsdienst moet niet strafbaar zijn, aangezien het de vrije keuze van iemand is en een keuze mag altijd bekritiseerd worden”. Over deze lezing zijn verschillende artikelen in de media verschenen.

Symposium 60 jaar Israel

Ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van Israel organiseerde CIDI op 18 mei 2008 in het Hilton Hotel in Amsterdam een internationaal symposium met als onderwerp “60 years Israel, dreams and reality”. Enkele honderden mensen waren aanwezig op deze dag. Er werd gesproken over wat Israel bereikt heeft en welke uitdagingen er voor de Joodse staat in de toekomst zijn. Wat zijn de vooruitzichten voor een duurzame vrede en wat zal de betekenis van Israel zijn in de komende jaren, zowel binnen het Midden-Oosten als voor het Joodse volk?

De ochtend van het symposium werd gevuld door toespraken van de Minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, de Amerikaanse Midden-Oosten bemiddelaar Dennis Ross, de Israelische minister en oud Shin Bet – chef Ami Ayalon en de hoofdredacteur van de Duitse Krant Die Zeit dr. Josef Joffe.

Na de lunch vond er een paneldiscussie plaats met als onderwerp ‘Kan het EU-model van samenwerking naar het Midden-Oosten geëxporteerd worden?’. Deelnemers aan dit panel waren VVD-Kamerlid Hans van Baalen, professor aan de Vrije Universiteit van Amsterdam Mient Jan Faber, Midden-Oosten commentator Bertus Hendriks en de Arabist professor Hans Jansen. De discussieleider was oud voorzitter van de Tweede Kamer, Frans Weisglas.

Het symposium werd afgesloten met een receptie.

Er was grote belangstelling van de media voor dit evenement. Over de aanwezigheid van Ami Ayalon werden later Kamervragen gesteld. Minister Verhagen zei tijdens zijn toespraak dat de antisemitische toestand tijdens de Durban Conferentie in 1991 zich niet meer mag herhalen op de Durban II Conferentie die op 20 april in Geneve begint. Als dat toch gebeurt zou Nederland niet mee doen. Zoals nu gebleken is, voegde hij de daad bij het woord, Nederland doet niet mee.

Tijdens het symposium voerde CIDI campagne voor een project van het ‘Perescentrum voor vrede’. Het ging om het tot stand brengen van een ‘virtuele Midden-Oosten campus’, dat met behulp van multimedia technologie de banden tussen Palestijnse en Israelische studenten wil verstevigen.

Het project is een samenwerking tussen het Peres Centrum voor Vrede en de Universiteit van Tel Aviv. Het gaat uit van de mogelijkheid informatie technologie in te zetten voor het kweken van meer begrip en samenwerking tussen Israelische en Palestijnse studenten.
Het streven van CIDI was om € 20.000,- op te halen voor dit project, uiteindelijk hebben we een bedrag van € 3.000,- kunnen overmaken.

Rondom 60 jaar Israel zijn er ook een groot aantal toespraken en lezingen gegeven door CIDI-medewerkers.

Nieuwsbrief

Omdat CIDI met zijn tijd mee wil gaan hebben we in 2008 besloten om onze periodiek in kleur af te gaan drukken en een heel andere lay-out te geven. De lay-out wordt nu professioneel uitgevoerd. De Nieuwsbrief verschijnt nu 11 maal per jaar en is een stuk groter waardoor er meer informatie in kan. De verandering van de Nieuwsbrief heeft lang geduurd en is nog steeds in ontwikkeling. We staan nog steeds open voor veranderingen. In 2009 zullen we onze website totaal gaan veranderen en zullen de vernieuwde Nieuwsbrief en de website meer een geheel gaan vormen.

Educatie

Collegereeks

Eén van de belangrijkste activiteiten van CIDI is het vergroten en verdiepen van kennis over Israel en zijn inwoners. Eén van de middelen daarvoor is sinds 1988 onze collegereeks over Israels buitenlandse politiek. Deze colleges zijn bedoeld voor studenten met een bijzondere interesse voor Israel en het Midden Oosten. In 2008 was het de twintigste keer dat CIDI deze collegereeks aanbood.

In 2008 vonden twaalf colleges plaats. De docenten zijn academici (hoogleraren en universitair docenten) verbonden aan verschillende universiteiten in Nederland en experts op deelterreinen van de politieke situatie in het Midden Oosten. De docenten bepalen zelf de inhoud van hun colleges. Na een tweetal inleidende colleges over de historische achtergronden van de staat Israel en de politieke ontwikkelingen sinds de stichting van de staat, kwamen de volgende deelonderwerpen aan de orde: Internationaal terrorisme en de juridische (on)mogelijkheden, de Arabische perceptie van het Israelische buitenlandse beleid, de relatie met de Verenigde Staten, de relatie met Nederland, de relatie met Europa, de waterproblematiek, de rol van internationale organisaties, de psychologie van het vredesproces, de Arabische en Islamitische visie op het conflict en het Israelische beleid ten aanzien van vredesopties.

Eén van colleges in 2008 werd verzorgd worden door dr. Joop Meijers, klinisch psycholoog en psychotherapeut. Hoofd vakgroep klinische kinder- en jeugd psychologie, verbonden aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Tevens is hij voormalig Midden-Oosten correspondent van het Algemeen Dagblad en De Wereldomroep. Het onderwerp van het college van dr. Joop Meijers was ‘De psychologie van het vredesproces’. Bij uitzondering was dit college toegankelijk voor de vrienden van CIDI die interesse hadden in dit onderwerp. Er waren echter maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar, toch zat de Rabin-zaal helemaal vol.

Lesbrief Israel en opleiden vrijwilligers

CIDI wilde in 2008 beginnen met het opleiden van vrijwilligers voor het geven van lessen over Israel op VWO/HAVO scholen. Er is een absoluut tekort aan kennis hierover en ook de meeste schoolboeken zijn matig van kwaliteit. Daarom willen wij een groep van merendeels joodse vrijwilligers opleiden die in staat zijn lessen op scholen te geven. Een aanzienlijk deel zal uit (ex) CiJO-jongeren bestaan. Tevens willen we een docenten Lesbrief maken over de geschiedenis van Israel.

In 2008 is de journalist Jan van Klinken begonnen met het schrijven van deze Israel Lesbrief. Via een oproep in onze Israel Nieuwsbrief hebben we verschillende vrijwilligers bereid gevonden om zich te laten opleiden door CIDI om les te gaan geven op scholen. Ook zijn er docenten en oud-docenten gevonden die deel willen nemen in onze klankbordgroep. Deze klankbordgroep zal meedenken en werken aan het vormgeven van de Israel Lesbrief. Enkele scholen hebben via de website www.minicidi.nl aangegeven dat zij de lesbrief willen bestellen en twee scholen willen optreden als pilot-school voor de Lesbrief.

Helaas laat de inhoudelijk vormgeving van de Lesbrief wat langer op zich wachten. Het is een hele klus om beknopt de geschiedenis van Israel weer te geven en vrijwilligers te laten lesgeven. Momenteel zijn we nog hard aan het werken aan de Lesbrief en hopen hem in 2009 ook echt te gaan lanceren op scholen

Scriptiewedstrijd

Op dinsdag 15 januari vond de uitreiking van de scriptieprijs over 2007 plaats die was gewonnen door Morly Frishman. Morly schreef zijn scriptie over: Occupants’ Right of Self-Defence in the Labyrinth of Jus ad Bellum, Jus in Bello and Occupation Law. De Israelische ambassadeur, de heer Kney-Tal hield deze avond een toespraak. Al enkele jaren organiseert CIDI een scriptiewedstrijd voor studenten aan Nederlandse Universiteiten die hun master- of doctoraalscriptie over Israel schrijven. Uit alle inzendingen, met de meest uiteenlopende onderwerpen – van politicologie en geschiedenis tot theologie – worden een viertal scripties uitgekozen door een leescommissie. Een deskundige jury beoordeelt de vier geselecteerde scripties en bepaalt de winnaar.

Ook in 2008 was het onderwijs één van de speerpunten van CIDI en probeerden wij met de scriptiewedstrijd de positieve interesse in Israel te stimuleren. Dit jaar was de opzet van de scriptiewedstrijd anders dan in voorgaande jaren. In eerste instantie moesten studenten hun scriptievoorstel indienen, op deze manier hoopten wij studenten al in een vroeg stadium te stimuleren om over Israel te schrijven. In totaal hebben we 17 scriptievoorstellen ontvangen, waarvan ook 13 mensen hun volledige scriptie hebben opgestuurd. Uiteindelijk zijn er vier scripties genomineerd. In 2008 bestond de jury uit voorzitter prof. dr. Reinier Munk (hoogleraar moderne Joodse filosofie aan de Universiteiten van Amsterdam en Leiden), prof. dr. Ir. Jan van Bemmel (oud-rector magnificus Erasmus Universiteit Rotterdam), Johan Boef (Journalist Eén Vandaag), dr. Bob van den Bos (oud-Kamerlid en oud-lid Europees Parlement D’66) en drs. Ronny Naftaniel. Jessica Durlacher kon in verband met haar verhuizing naar de Verenigde Staten dit jaar niet jureren. In 2008 hebben bijna twintig studenten hun scriptie over Israel toegestuurd aan CIDI. De genomineerden in 2008 waren: Brits – Israelische politieke betrekkingen 1948-1958 door Gidion Peters, student Internationale Betrekkingen, Universiteit Utrecht; Verwarring over het Mandaatgebied Palestina, De Palestijns – Israelische kwestie in de Nederlandse dagbladen (1974-2007) door Mike Durand, student Communicatiewetenschap, Nieuws & Informatie, Universiteit van Amsterdam; Dienstweigeren in de bezette gebieden, Een analyse van het debat over selectieve dienstweigering in het Israëlische leger tijdens de Tweede Intifada door Elzelien de Jong, studente Maatschappijgeschiedenis, Erasmus Universiteit en The Role of settlements in conflict Area, Case Study: West Bank Settlements door Beatrijs Loor, studente Politicologie, Universiteit van Amsterdam.

Op dinsdag 16 december vond de uitreiking van de scriptiewedstrijd plaats in het Crea Theater van de Universiteit van Amsterdam. De avond werd muzikaal begeleid door Rob Wurms, die op het laatste moment de zieke Julius Vischjager verving. Nadat de genomineerden die avond in het kort hun scriptie hadden uitgelegd aan het aanwezige publiek, werd de documentaire “Yedidiah’s Collection” vertoond. De documentaire ging over een klein jongetje dat woonde in een nederzetting in de Gazastrook en in 2005 gedwongen werd om te verhuizen. Na de film maakte de voorzitter van de jury, de heer Munk, de winnaar bekend. Omdat de ingezonden scripties erg goed waren, had de jury besloten om een eerste en een tweede prijs uit te reiken. De tweede prijs van € 500,- ging naar Gidion Peters en de winnaar van 2008 was Elzelien de Jong. Zij won een bedrag van € 2.500,-.

Yad Vashem reizen

In 2007 organiseerde CIDI in samenwerking met de Anne Frank Stichting en het Centrum voor Holocaust en Genocide Studies een reis voor docenten naar Yad Vashem. Hieraan deden 23 docenten mee en vier begeleiders en was een groot succes. Deze reis vond plaats van 28 december 2007 tot 7 januari 2008. De tweede reis vond plaats van 1 tot en met 15 augustus. Hieraan namen 25 docenten en drie begeleiders deel. Het doel van de reizen was om leermethoden voor onderwijs over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust te ontwikkelen die leerlingen aanspreken zodat beter gewerkt kan worden aan antisemitisme en racismebestrijding en aan de waardering van mensenrechten. Yad Vashem heeft een intensief programma opgezet waarin Nederlandse docenten nieuwe inzichten en methodes aangereikt krijgen. Voor de meeste docenten is deze reis naar Yad Vashem tevens hun eerste reis naar Israel. De begeleiders moesten daarom ook vele vragen over het Jodendom, de Israelische samenleving, de politiek van Israel en het Midden-Oosten conflict beantwoorden. De reizen werden financieel mogelijk gemaakt door Maror, het Ministerie van VWS en Jad Vashem. Het Ministerie maakte een brochure over de eerste reis en over beide reizen verschenen verslagen in de media.

De groepen docenten waren divers qua leeftijd en onderwijservaring: zowel vanuit het openbaar als vanuit het bijzonder onderwijs en van verschillende schooltypen. Bij de selectie van de docenten wordt gestreefd naar een goede spreiding over Nederland. Beide reizen werden ingeleid door een voorbereidend seminar in Nederland, dat plaatsvond bij de Anne Frank Stichting en in Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In Israel verzorgden de onderwijsexperts van Yad Vashem het programma en de workshops voor de docenten. Sprekers waren onder meer prof. Yehuda Bauer (Hebrew University), dr. Rafi Vago (Tel Avib University), dr. Simcha Simon Epstein (Hebrew University). Ook vomdem er ontmoetingen plaats met de Nederlandse ambassadeur in Israel, Ethiopische immigranten, de directeur van het departement voor Antisemitisme en Holocaust aangelegenheden van het Israelische ministerie van Buitenlandse Zaken en enkele Sjoa-overlevenden.

Behalve deelname aan een intensief studieprogramma was er ook tijd voor ontspanning en kennismaking met Israel. Zo werd de berg Massada en de Dode Zee bezochten, werd er een dagtour gemaakt in Jeruzalem en was er tijd voor een dagje strand in Tel Aviv. Verschillende docenten hebben inmiddels toegepast wat ze in Jeruzalem geleerd hebben.

Platform Educatie WO II en Sjoa

Om de reizen naar Yad Vashem een niet op zichzelf staand iets te laten zijn, heeft CIDI het Het Platform Educatie WOII en Sjoa opgericht. Dit Platform bestaat uit leraren, leraren in opleiding en lerarenopleiders die hun in Yad Vashem opgedane kennis en vaardigheden voortdurend uitbreiden. Daarnaast hebben de leden vaak belangrijke kennis op aanverwante gebieden in huis. Zo is er een expert op het gebied van de Armeense genocide en iemand die meewerkt aan het Spielberg Project. De leden van het Platform willen hun kennis en vaardigheden delen met elkaar en met anderen in het onderwijsveld. Het Platform organiseert bijeenkomsten waarop wordt gewerkt aan eigen projecten en nodigt mensen uit die spreken of workshops geven over hun speciale expertise. Het is bovendien stimulerend en gezellig om contact te onderhouden met collega’s en ervaringen uit te wisselen.

In 2002 namen de ministers van Onderwijs uit de lidstaten van de Raad van Europa een resolutie aan die in alle scholen een herdenkingsdag voor de sjoa invoerde. Tijdens de Algemene Raad van november 2005 riepen de Verenigde Naties 27 januari uit tot internationale herdenkingsdag van de slachtoffers. De VN spoorden hun leden aan om educatieve programma’s te ontwikkelen die zorgen dat deze tragedie in de herinnering van jongere generaties leeft. Het unieke karakter van de Sjoa heeft universele implicaties voor de toekomst. Leren over de Holocaust en andere volkerenmoorden maakt leerlingen bewust van het feit dat dit opnieuw kan gebeuren. Niet precies zo, maar wel op een gelijkaardige manier. Ze leren dat mensen in de samenleving de verantwoordelijkheid hebben om van zich te laten horen en om volkerenmoord overal ter wereld te voorkomen of te stoppen.

Er is eerder teveel dan te weinig informatie over WOII en de Sjoa. Leerlingen en leraren hebben toegang tot een onoverzichtelijke brei van gruwelen en deels onjuiste informatie op internet. Inmiddels is er wel vrij veel goed lesmateriaal over WOII en – minder – over de Sjoa. Maar de praktijk van het lesgeven over de Tweede Wereldoorlog blijft vaak moeilijk. Naast de gecompliceerde geschiedenis, die om veel deskundigheid vraagt, zien docenten zich regelmatig gesteld voor uiteenlopende, soms heftige, reacties uit de klas. Onderwerpen zoals bijvoorbeeld antisemitisme en de Jodenvervolging zijn niet los te denken van actuele politieke en maatschappelijke ontwikkelingen.

De deelnemers aan de Yad Vashem reizen kwamen enthousiast terug van het seminar en zijn gedreven de in Yad Vashem gestarte professionalisering uit te bouwen en door te geven, aan collega’s binnen en buiten de eigen school en aan hun leerlingen. Intussen hebben zij met hun eigen school, soms in samenwerking met andere scholen, al projecten uitgevoerd. Om hieraan structuur te geven is het Platform opgericht. Samenwerken met collega’s die ook zijn geschoold in Yad Vashem is inspirerend en scheelt veel tijd. Bijna alle deelnemers hebben behoefte aan contacten met collega’s. Het Platform heeft een eigen Nederlandstalige begeleider bij Yad Vashem en een kleine kerngroep organiseert bijeenkomsten, bijscholing en een gemakkelijke communicatie, onder meer een website.

Het Platform wil de dingen die zij geleerd hebben in Yad Vashem helpen verspreiden door onder andere een website waar leraren ideeën en ervaringen uit kunnen wisselen en die leraren kan bereiken die niet aan het seminar hebben deelgenomen. Ook organiseren zij lerarenbijeenkomsten, op termijn ook met leraren van andere scholen om Yad Vashem-workshops te geven. In 2008 is het Platform twee keer bij elkaar gekomen. De deelnemers overnachten in Den Haag en ontmoetten elkaar in de Rabin Studiezaal voor Cultuur en educatie.

Mini-cidi site

Het viel ons op dat er voor jongeren tot 14 jaar weinig goede informatie beschikbaar is over Israel. Dat wilden we veranderen. CIDI heeft daarom in 2008 een hele nieuwe jongeren website over Israel opgezet en onderhouden. Hij is bestemd voor jongeren van 12 tot 14 jaar. Het is een website waar Joodse en niet-Joodse jongeren materiaal kunnen halen voor werkstukken over Israel en het Joodse volk. Doel is om op zo jong mogelijke leeftijd belangstelling voor Israel te kweken. In 2007 werd er al een begin gemaakt met de site. In 2008 heeft de site zich steeds verder uitgebreid. De website is een interactieve site geworden. Jongeren kunnen er vanalles vinden; muziek, taallesjes Hebreeuws en Arabisch, klikkaarten met informatie over natuur en klimaat, recepten en ook werkstukken van anderen. Verschillende Israelische jongeren vertellen op de site hun verhaal. Nederlandse jongeren kunnen via de site ook corresponderen met leeftijdsgenoten in Israel. En iedereen die werkstukken of andere aanvullende informatie over Israel heeft zoals teksten, muziek, recepten en foto’s kan deze opsturen. De jongerensite wordt regelmatig aangevuld en blijft in ontwikkeling. De website is te vinden op www.minicidi.nl .

Een erg positieve ontwikkeling is dat begin april 2009 leerkrachten en medewerkers van de Openbare Bibliotheek besloten hebben de mini CIDI site op te nemen in hun onderwijs collectie. Dat is een soort kwaliteitskeur voor het onderwijs.

Ontmoetingen

UNRWA

Begin dit jaar, op 30 januari 2008, kwam mevrouw Abu Zayd, commissaris generaal van de UNRWA met een delegatie langs op het kantoor van CIDI. Het bestuur en de directie van CIDI hebben we met mevrouw Abu Zayd gesproken over onder andere de humanitaire situatie in Gaza. Op het moment dat Hamas aan de macht kwam in Gaza is het gebied hermetisch afgesloten waardoor de humanitaire situatie is verslechterd. Hamas voert vanuit Gaza echter dagelijks raketbeschietingen uit op het zuiden van Israel en dan met name op Sderot. CIDI vond het prima dat UNRWA pleitte voor een verbeterde situatie van de situatie in Gaza, maar meende dat zij ook aandacht moeten hebben voor de burgers in Sderot. CIDI lanceerde het plan om 100 UNRWA of andere VN vertegenwoordigers tijdelijk te huisvesten in Sderot. Dit plan zou zonder militaire VN interventies de Israeli’s laten zien dat ze niet alleen staan, maar zou bovendien voor Hamas een ernstig beletsel vormen door te gaan met toestaan van de raketbeschietingen. Hamas treurt niet om Israelische slachtoffers, maar zal niet verantwoordelijk gesteld willen worden voor de dood van VN functionarissen. Het sturen van internationale VN functionarissen naar het zuiden van Israel om als buffer te functioneren tegen de beschietingen, zou niet alleen van moed getuigen, maar zou wel eens een uiterst effectief middel kunnen zijn de Palestijnse beschietingen te stoppen en daardoor de grenzen van Gaza weer open te krijgen.

Het plan van CIDI om VN functionarissen in Sderot te stationeren als buffer tegen de voortdurende beschietingen is overgenomen door de ChristenUnie. Joel Voordewind van die partij heeft met steun van VVD, CDA en SGP vragen over dit plan gesteld aan minister Verhagen van Buitenlandse Zaken. De minister werd door deze partijen opgeroepen om te pleiten voor deze waarnemers. Verhagen wees het voorstel af.

UCP

In 2007 publiceerde CIDI het onderzoeksrapport United Civilians tegen Israel. Volgens het rapport maakt het samenwerkingsverband United Civilians for Peace (UCP) zich schuldig aan eenzijdige politieke agitatie tegen Israel en speelt het een polariserende rol in het publieke debat over het Midden Oosten. De activiteiten van de organisatie staan haaks op het buitenlandse beleid van Europa en Nederland en leveren geen enkele constructieve bijdrage aan het tot stand komen van een vreedzame, rechtvaardige uitkomst van het Palestijns Israelisch conflict.

De publicatie van het onderzoeksrapport heeft heel wat stof doen opwaaien. Op uitnodiging van prof. Joris Voorhoeve, voorzitter van UCP, heeft er in juni 2008 een gesprek plaats gevonden tussen bestuursleden van CIDI en UCP. Het gesprek was nuttig maar heeft helaas tot weinig concrete veranderingen geleid.

Dialoog in 60 minuten

Op 13 februari kwam de Minister van Jeugd en Gezin, vice-premier Rouvoet naar een Amsterdams jongerencentrum om daar het eerste exemplaar van de brochure ‘Dialoog in 60 minuten’ in ontvangst te nemen. De brochure is bedoeld voor jongerenwerkers die racisme en antisemitisme willen bestrijden. Het was een laatste onderdeel van het drie jaar durende CIDI project “op naar het wetenschappelijk en maatschappelijk veld”. Het werd geschreven door oud CIDI medewerker David van Wesel. Tijdens de bijeenkomst werd in workshops ingegaan op de ervaringen van de initiatiefnemers op het gebied van interculturele dialoog en werden er praktische tips gegeven om korte eenvoudige dialoogprojecten op te zetten.