Minister Blok: Mensenrechtenraad moet worden versterkt en hervormd

“De Mensenrechtenraad [is] een zeer relevant VN-orgaan waarin belangrijke resultaten zijn geboekt. Wel [..] zou [de raad ] moeten worden versterkt en hervormd. Dat heeft onder meer betrekking op het permanente agendapunt 7 van de Mensenrechtenraad: “human rights situation in Palestine and other occupied Arab territories.” Net als de VS zijn Nederland en de EU ongelukkig met dit agendapunt en zijn zij van mening dat de mensenrechtensituatie in de bezette gebieden op eenzelfde manier zou moeten worden behandeld als andere landensituaties [..]. Een ander kritiekpunt dat Nederland met de VS deelt is de kwaliteit en geloofwaardigheid van het lidmaatschap van de Mensenrechtenraad.” Dat schrijft minister Blok van Buitenlandse zaken aan de Tweede Kamer

De minister schrijft verder, in antwoord op  eerder gestelde vragen van de leden Van der Staaij (SGP), De Roon (PVV) en Voordewind (ChristenUnie) over het vertrek van de Verenigde Staten uit de VN-Mensenrechtenraad: “Nederland heeft zich het afgelopen jaar, samen met gelijkgezinde landen zoals de VS, actief ingezet voor hervorming. Mede als gevolg van deze inspanningen is er meer aandacht dan voorheen van lidstaten voor maatregelen met betrekking tot het efficiënter functioneren van de Raad. Ook staat de kwaliteit van het lidmaatschap hoger op de agenda.” De minister zegt toe dat “Nederland zal de komende tijd blijven inzetten op hervormingen.” maar waarschuwt dat het niet vanzelf zal gaan: “Dit zal tijd kosten, omdat hervorming van de Mensenrechtenraad breed draagvlak vereist onder alle VN-lidstaten.”. Draagvlak is kennelijk (nog) niet verzekerd.

Ondanks de kritiek vind de minister dat “de Mensenrechtenraad een relevant en belangrijk VN-orgaan is waar Nederland zich actief inzet voor het beschermen en bevorderen van mensenrechten en individuele vrijheden wereldwijd”. Hij benadrukt de samenwerking “in verschillende coalities”  en gelooft dat de raad in staat is “belangrijke resoluties aan te nemen over onder andere de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor vrouwen en LGBTI”. Verder looft de minister de onderzoekscommissies die schendingen van mensenrechten onderzoeken in landen zoals Zuid-Sudan, Syrië, Jemen, DPRK en Myanmar.

Het antwoord op vraag over hoe de kwaliteit van de raad te verbeteren legt de problematiek van het orgaan bloot: “[..] Nederland heeft [..] voor gepleit dat kandidaat-leden de inzet van hun lidmaatschap presenteren en onderbouwen voordat de verkiezingen plaatsvinden. Verder stimuleert Nederland (constructieve) landen zich te kandideren, om de keuze tussen potentiële leden te vergroten.”. 

Disproportionele aandacht wordt tegengewerkt “door als EU principieel stelling te nemen tegen agendapunt 7 van de Mensenrechtenraad en door een kritische opstelling bij onderhandelingen over deze resoluties”. als bewijs voert de minister de stemming van Nederland in VN-fora (Kamervragen van de leden Voordewind, Ten Broeke en Van Helvert, d.d. 19 januari 2018, Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2017-218, aanhangselnummer 915).” CIDI is kritisch geweest, omdat het stemgedrag niet altijd in lijn van dit betoog was. 

Van vertrek uit de raad is geen sprake, de minister wil juist in gesprek blijven, ook met moeilijke landen: “Het kabinet zal zich actief blijven inzetten voor de bescherming en bevordering van de mensenrechten wereldwijd. [..] Daarom heeft Nederland zich kandidaat gesteld voor de Mensenrechtenraad voor de periode 2020-2022. Het kabinet wil zichzelf niet buiten spel zetten, maar wil juist in gesprek blijven in de Mensenrechtenraad, ook met de moeilijke landen.”