Nederland onthoudt zich van stemming over onderzoek naar Israel door VN-Mensenrechtenraad

IN NEDERLAND / Door: LUUK SMIT / 28 mei 2021 VN-MENSENRECHTENRAAD

De VN-Mensenrechtenraad besloot naar aanleiding van de schermutselingen rond Gaza dat het tijd werd voor een nieuw jaarlijks permanent onderzoek naar Israel. Dit zou betekenen dat er naast agendapunt 7, waarin Israel als enige land ter wereld apart wordt behandeld, er nu nog meer aandacht naar Israel gaat. Nederland onthield zich van stemming.

Al jaren ligt Israel onder een vergrootglas bij de Mensenrechtenraad. Disproportioneel zeggen velen, daar de Joodse staat veel meer aandacht ‘geniet’ dan schurkenstaten als Syrië of Iran. Het zijn ook dat soort landen die met veel bombarie eenzijdige moties in stemming brengen en daar nog meerderheden voor krijgen ook. Ondanks dat deze resoluties niet bindend zijn, laat het goed zien wat de dagelijkse gang van zaken is bij de VN.

Nederland onthield zich lafjes van stemming, terwijl de motie-Van der Staaij oproept stelling te nemen tegen de disproportionele aandacht voor Israel in de VN-gremia. Eerder stemde Nederland nog tegen een anti-Israel motie bij de Wereldgezondheidsorganisatie. Deze keer onthield Nederland zich dus van stemming, omdat dat ‘gezamenlijk EU-beleid’ is. Vaak haalt Nederland dat aan als argument voor het stemgedrag namelijk, hierbij is dat nog niet het geval. Ondertussen stemden Duitsland, Oostenrijk, Bulgarije en Tsjechië tegen de motie, ondanks het zogenoemde ‘gezamenlijk EU-beleid’. Tevens stemde het Verenigd Koninkrijk tegen deze motie.

De nieuwe stap van de Mensenrechtenraad, op voorstel van de PA en Pakistan namens de Organisatie voor Islamitische Samenwerking, is dus een nieuw permanent onderzoek naar mensenrechtenschendingen in Israel, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Over enige mensenrechtenschendingen door terreurbeweging Hamas werd niet gerept. In reactie noemde het Israelische ministerie van Buitenlandse Zaken de raad ‘moreel failliet’ en De Amerikaanse afvaardiging bij de VN stelde dat ‘deze actie de geboekte vooruitgang in gevaar dreigt te brengen’.