Onderzoek INACH: discipline anti-haatspraak sociale mediabedrijven verslapt

Grote sociale mediabedrijven zijn langzaam achteruit gegaan in hun implementatie van EU-richtlijnen tegen online haatspraak. Dat blijkt uit twee recente rapporten van International Network Against Cyber Hate (INACH). Sociale mediaplatforms reageerden minder accuraat, minder snel en minder duidelijk op haatspraak dat gerapporteerd werd door onderzoekers dan in voorgaande jaren.

In 2018 heeft de Europese Commissie de EC Code of Conduct to counter online illegal hate speech ingevoerd. Deze bevat afspraken met de grootse sociale mediaplatforms, waaronder Facebook, Instagram, YouTube, TikTok en Twitter over hoe ze online haatspraak tegengaan en reageren op rapportering van haatspraak door gebruikers in de EU.

Zo zijn er uniforme definities van verschillende soorten van haatspraak aangenomen, om ervoor te zorgen dat er binnen de EU niet te grote verschillen bestaan. Ook is afgesproken dat platforms binnen 24 uur moeten reageren op gebruikers die haatspraak via de rapportering-functie melden, en dat gebruikers recht hebben op een toelichting over de actie die al dan niet wordt genomen.

De Code of Conduct wordt geverifieerd met monitoring exercises waarbij ngo’s in verschillende Europese landen uitgebreide steekproven doen om te documenteren hoe de deelnemende platforms reageren op rapportages van haatspraak. Naast de officiële, zijn er ook shadow monitoring exercises, waarbij ngo’s in een onafhankelijk rapport de resultaten van het officiële onderzoek verifiëren. INACH is betrokken bij beide onderzoeken, samen met Licra, een van de grootste Franse ngo’s voor de bestrijding van antisemitisme en racisme. 

In de looptijd van het onderzoek in 2021 werd minder vaak over gegaan tot verwijdering van haatspraak in gevallen waar wel had gemoeten: in 62,5% van de gevallen tegenover 71% in dezelfde periode in voorgaande jaren. Het aantal gevallen waarbij binnen de afgesproken 24 uur werd gereageerd door de platforms ging ook omlaag, van 90,4% naar 81%. Een vergelijkbare daling was te zien bij de inhoudelijke feedback naar aanleiding van rapportering: in 59,9% van de gevallen kwam die er, tegenover een gemiddelde van 67,1% in eerdere periodes.

Meldingsbereidheid bevorderen

Deze statistieken zijn volgens INACH relevant, omdat snelle en adequate feedback het melden door gebruikers aanmoedigt. En meldingen van gebruikers zijn op hun beurt nodig om signalen van haatspraak op te vangen en om de systemen die gebruikt worden om haatspraak buiten de deur te houden, te trainen.

De monitoring exercises worden breed gezien als het voornaamste middel binnen de EU om sociale mediabedrijven aan te moedigen om hun platforms ‘schoon’ te houden, en om toezeggingen te verifiëren. Sommige landen, zoals Duitsland en Frankrijk, hebben naast EU-wetgeving ook zelf richtlijnen aangenomen, die doorgaans nog strenger zijn. In andere landen, waaronder Nederland, zijn de richtlijnen van de EC de voornaamste wettelijke kaders voor het beleid van platforms op dit gebied.