‘Palestijnse Autoriteit heeft deelnemers vredesconferentie gemarteld’

De Palestijnse Autoriteit heeft deelnemers aan de Peace to Prosperity-conferentie, die in 2019 in Bahrein plaatsvond, gemarteld. Dat staat in het jaarlijkse mensenrechtenverslag van de Verenigde Staten.

Palestijnse veiligheidstroepen actief in Jenin. Bron: Palestijnse Nationale Veiligheidstroepen.

In 2019 kwam de toenmalige Amerikaanse Trump-regering met een economisch plan voor het Midden-Oosten. Het betrof het eerste onderdeel van Donald Trump’s Deal of the Century, bedoeld om het Israëlisch-Palestijnse conflict op te lossen.

Het economische plan, met de naam Peace to Prosperity (van Vrede naar Welvaart), behelst een investeringspakket van 44 miljard euro. Meer dan de helft van het bedrag zou direct worden geïnvesteerd in de Palestijnse gebieden, bijvoorbeeld in een transportcorridor tussen de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Het doel is om het Palestijnse bruto binnenlands product (bbp) binnen tien jaar te verdubbelen, en een miljoen banen te creëren. De andere helft van de 44 miljard zou naar buurlanden Egypte, Libanon en Jordanië moeten gaan. Investeringen in bijvoorbeeld de Egyptische Sinaï komen ook de Palestijnen in Gaza ten goede.

De Palestijnse president Mahmoud Abbas wees het vredesplan, waaronder ook het economische deel, bij voorbaat af. De conferentie in Bahrein ter gelegenheid van het economische vredesplan, werd dan ook door het Palestijnse leiderschap geboycot. Een aantal individuele Palestijnse zakenmensen reisden echter toch naar Manama af om deel te nemen.

Deze Palestijnse deelnemers aan de conferentie werden door de PA op de korrel genomen. Dat valt te lezen in het mensenrechtenrapport 2020 van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Palestijnse veiligheidstroepen zouden zich schuldig hebben gemaakt aan marteling. “In 2019 waren er berichten dat Palestijnse veiligheidstroepen Palestijnen hadden gearresteerd, geïntimideerd en gemarteld na hun deelname aan een internationale conferentie in Bahrein”.

Sommige deelnemers werden weggezet als collaborateurs en ontvingen directe en indirecte bedreigingen met geweld van Fatah, leden van Fatah’s [gewapende tak] Tanzim, Hamas en andere groepen, waarvan sommigen met mogelijke banden met de PA”. Er was sprake van schade aan bezit en bedrijven van de Palestijnse deelnemers, aldus het Country Reports on Human Rights Practices. Families werden onder druk gezet om afstand te nemen van de zakenmensen, waarbij met geweld werd gedreigd en in sommige gevallen zelfs familieleden medische zorg door de PA werd ontzegd. Dit heeft “naar verluidt geleid tot grotere gezondheidscomplicaties, waaronder ook sterfte”, zo schrijft het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Significante mensenrechtenkwesties

In het Amerikaanse rapport vallen de Westelijke Jordaanoever en Gaza onder het hoofdstuk Israël. Het verslag meldt “significante mensenrechtenkwesties”, waaronder: “onwettige of willekeurige moordpartijen, waaronder gerichte moord op Israëlische burgers en soldaten; willekeurige detentie, vaak extraterritoriaal in Israël, van Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever en Gaza; beperkingen voor Palestijnen die in Jeruzalem verblijven, waaronder willekeurige of onwettige inmenging in privacy, familie en huis; inmenging in de vrijheid van vereniging, inclusief het stigmatiseren van niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties; aanzienlijke beperkingen van de bewegingsvrijheid; geweld tegen asielzoekers en irreguliere migranten; geweld of dreiging met geweld tegen nationale, raciale of etnische minderheidsgroepen; en schendingen van arbeidsrechten tegen buitenlandse arbeiders en Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever.” Het rapport vermeldt hierbij dat de Israëlische regering “stappen heeft ondernomen om functionarissen te vervolgen en te bestraffen die binnen Israël fouten zijn begaan, ongeacht rang of anciënniteit.”

In Israëlische media ontstond ophef over het gebruik van de term “bezetting” met betrekking tot de Westelijke Jordaanoever. “Dit is de langdurige positie van eerdere regeringen van beide partijen in de loop van vele decennia,” zo lichtte een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken toe.

Het was ten tijde van de Trump-regering dat door de VS niet langer gesproken werd van bezetting met betrekking tot Israëls controle op de Westoever. Ondanks dat nu de term opnieuw wordt gehanteerd, worden andere wijzigingen die onder president Trump ten aanzien van Israël plaatsvonden vooralsnog niet teruggedraaid. De Biden-regering erkent Jeruzalem nog steeds als hoofdstad en Israëls soevereiniteit over de Golan.