Recordaantal Joden bezoekt de Tempelberg om Tisha b’Av te herdenken

Meer dan duizend Joden hebben vanochtend de Tempelberg bezocht ter gelegenheid van Tisha b’Av (de negende av), de dag waarop Joden de verwoesting van de tempel herdenken. Bezoekers moesten hun identiteitskaarten bij de politie achterlaten voordat ze door de metaaldetectoren bij de Mughrabi-poort toegang kregen tot de berg. De Politie was strenger dan ooit, in verband met de recente spanningen rondom de Tempelberg/ Haram al-Sharif. Deze poort is de enige toegang waar niet-Moslims vier uur per dag de berg mogen bezoeken en de enige poort naar de berg waar metaaldetectoren zijn geïnstalleerd. Naast extra veiligheidsmaatregelen bij de poort zijn er in en om de Oude Stad grote aantallen politieagenten ingezet. Vanaf 17:00 zijn er ook geen auto’s toegestaan in de Oude Stad, behalve die van de inwoners.

Een recordaantal Joodse bezoekers voor de Tempelberg levert extra spanningen op na de aanval van 14 juli, waarop bijna twee weken van onrust en geweld volgde na aangescherpte veiligheidsmaatregelen door de Israëlische politie. Hierbij werd Israel verweten de ‘status quo’ in het gebied te willen aantasten. De Israëlische overheid heeft in het verleden al meerdere maatregelen getroffen om de rust te bewaren en te laten zien dat de status quo niet wordt aangetast. Zo mogen Joden de Tempelberg / Haram al-Sharif wel bezoeken, maar alleen op beperkte bezoekuren (drie uur ’s ochtends en één uur ’s middags). De Israelische vlag mag er niet gehesen worden en Joden mogen er niet bidden. De meeste rabbijnen verbieden Joden om überhaupt de berg te betreden. Er is echter een kleine groep mensen die de bouw van de derde tempel wil bespoedigen. De politie ziet er actief op toe dat dit niet gebeurt, ook vandaag zijn er mensen weggestuurd omdat ze toch probeerden te bidden.

Op maandagavond, het begin van Tisha b’Av, hebben duizenden Joden zoals gewoonlijk de gebeden bij de Westmuur bijgewoond. Volgens sommige overleveringen is dit het enige overblijfsel van de tweede Joodse Tempel. Gebedsleiders lezen bij de muur hardop voor uit het boek Klaagliederen, één van de boeken uit de Tenach. Volgens de Joodse overlevering is dit boek geschreven door de profeet Jeremia en heeft het betrekking op de verwoesting van de eerste Joodse Tempel door de Babyloniërs in 586 v. Chr. De Westmuur staat aan de voet van het Tempelbergcomplex, door Moslims Haram al-Sharif genoemd, en hier bevinden zich de Al-Aqsa Moskee en de Rotskoepel. Opvallend, in het kader van de spanningen van de afgelopen twee weken, is dat een recordaantal Joden ook de Tempelberg heeft bezocht.

Joden herdenken op Tisha b’Av de verwoesting van zowel de eerste als de tweede Joodse Tempel (in 70 n. Chr. door de Romeinen) die op de berg zouden hebben gestaan. Daarbij worden ook andere rampen herdacht, zoals de moordpartijen die de kruisvaarders aanrichtten in de Joodse gemeenschappen langs de Rijn in Duitsland, de verdrijving van de Joden in 1492 uit Spanje en de Holocaust. Op deze dag van rouw wordt gevast van zonsondergang tot het de volgende avond helemaal donker is. Er mag niet gegeten en gedronken worden. Daarbij mogen er geen lederen schoenen gedragen worden en men komt dan ook op sloffen, badslippers of sportschoenen naar de synagoge.

Vanwege de rouwstemming op Tisha b’Av, is het totdat de middag aanbreekt (de precieze tijd wordt volgens de Joodse wet vastgesteld) verboden om op een stoel of bank te zitten. Je mag alleen op een laag bankje zitten. In de synagoge wordt dan ook vaak op plastic voetenbankjes gezeten. Daarbij is de synagoge in beperkte mate verlicht en de Thora-rollen zijn als teken van rouw verpakt in donkere omhulsels. Aan het einde van deze vastendag wordt herinnerd aan het lichtpuntje dat de Mesjiach (de Joodse verlosser) op Tisha b’Av geboren zal worden.

 

 

Bronnen: The Times of Israel, Haaretz

Foto 1: (Joodse) bezoekers in de rij bij de Mughrabi-poort voor een bezoek aan de Tempelberg/ Haram al-Sharif

Bron foto: Twitter/ @kann_news

Foto 2: Bord van het Israelisch rabbinaat bij de Mughrabi-poort waarop staat dat het volgens de Thora verboden is om de berg te betreden