Angélique Eijpe betoogt in haar opiniestuk dat Nederland nalaat om haar beleid voor internationale misdrijven toe te passen op Israelische militairen. Maar het kan niet anders omschreven worden dan juridisch onhoudbaar: Nederland houdt zich precies aan de afspraken. De ‘jacht’ op Israelische militairen is daarbij een gevaarlijke vorm van eigenrichting en moet ophouden.

(Bron: HRF)
Nederlands beleid
Het artikel van Eijpe verscheen in het NRC. De aanleiding was een kortdurend bezoek van Israeli’s aan Nederland. Eijpe wil dat Nederland elke Israelische (ex)-soldaat moet toetsen voordat zij Nederland in mogen. Zij betoog dat dit in lijn is met Nederlands beleid. Maar dat is niet waar.
Het klopt dat Nederland in theorie universele rechtsmacht heeft, zeker als het gaat om internationale misdrijven. De wet zegt dat het voldoende is dat iemand zich in Nederland bevindt, maar de instructie van het Openbaar Ministerie benadrukt wel dat hier strikt de hand aan moet worden gehouden: “Aan dit uitgangspunt moet strikt de hand worden gehouden, ook als wordt aangevoerd dat de verdachte naar alle waarschijnlijkheid op korte termijn in Nederland zal arriveren. Of in gevallen, waarin de verdachte op korte termijn in Nederland zal arriveren dan wel regelmatig in Nederland pleegt te verkeren, anticiperend onderzoek kan en moet worden verricht is afhankelijk van de feitelijke achtergronden van de casus waarop de aangifte ziet.”
Er komt dan een ingewikkeld proces op gang, waarbij er nog geen dwangmiddelen ingezet mogen worden. Er kan dan eventueel eerst een ‘anticiperend’ onderzoek worden ingesteld, waarbij geen dwangmiddelen mogen worden ingezet. In gewoon Nederlands: er kan nog niemand worden aangehouden.
Politieke oproep
Er is voor Nederland op dit moment geen reden om onderzoek te doen naar mogelijke daders. Eijpe suggereert dat Nederland een uitzondering maakt voor Israel, maar in dit geval is het tegenovergestelde waar: zij wil een uitzondering bij Israel. Een eventueel anticiperend onderzoek moet ergens op gebaseerd zijn, niet op het blote feit dat iemand in het Israelische leger heeft gediend.
Zij doet daarbij een beroep op de spanningen die in de samenleving zouden ontstaan. Maar die spanningen ontstaan juist door de jacht op Israelische militairen. Die strijd wordt aangewakkerd door activisten, zoals de personen achter de Hind Rajab Foundation. Hun activiteiten zijn ontwrichtend voor de samenleving. De activiteiten staan namelijk op zeer gespannen voet met de onschuldpresumptie, de notie dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is.
Zij verspreiden bijvoorbeeld flyers met daarop namen van Israelische (ex-)militairen die in Nederland zijn. De Hind Rajab Foundation noemt hen op de flyer ‘war criminals’. Daarmee maakt de stichting zich ook mogelijk nog eens schuldig aan een strafbaar feit, namelijk doxing. Dat is het strafbaar delen van identiteitsgegevens, met het doel hen angst aan te jagen. Het is niet aan een willekeurige organisatie om een soort ‘opsporing verzocht’ te creëren. Het wakkert bovendien eigenrichting aan, waarbij mensen worden gestimuleerd om zelf op ‘jacht’ te gaan naar vermeende daders. De boodschap is al snel: de Nederlandse opsporingsdiensten doen niets. Eijpe jaagt dit proces verder aan.
Dunne dossiers
En dan komen we bij de inhoud van de beschuldigingen. De complete dossiers deelt HRF niet, maar hun ‘bewijsmaterialen’ zijn van een abominabel en bedenkelijk niveau. Ze beschuldigen bijvoorbeeld een Israelische militair van het plaatsen van foto’s waarbij hij de vernietiging in Gaza toejuicht. Het is onsmakelijk en ook onprofessioneel om dat op social media te plaatsen, maar het is geen bewijs van oorlogsmisdrijven. Het is nog niet eens het begin van een aanwijzing.
De stichting beschuldigt de militair van ‘genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven’. Dat zou bestaan uit het opzettelijk vernietigen van infrastructuur. Maar dat valt in ieder geval al niet onder genocide of misdrijven tegen de menselijkheid. In theorie zou het kunnen vallen onder een oorlogsmisdrijf, mits grootschalig en zonder militaire noodzaak. Maar uit video’s is helemaal niet op te maken wat nu precies de rol is van de militair. Het betreft hier een tankschutter, die waarschijnlijk überhaupt niet heeft meegedaan aan het opblazen van gebouwen. Bovendien is de cruciale vraag: waarom zijn de gebouwen vernietigd, want de kans is groot dat er wel degelijk een militaire noodzaak is geweest, bijvoorbeeld de opslag van wapens door Hamas. De beschuldiging raakt kortom kant noch wal. Daarom doet het Openbaar Ministerie in Nederland ook niets.
Kortom: zelfs als Nederland rechtsmacht zou hebben, dan zou er nog geen enkele aanwijzing of reden zijn om deze Israelische militairen te vervolgen. Het delen van hun identiteit is doxing; het strafbaar delen van iemands identiteit met de bedoeling om hen angst aan te jagen. Maar het echte probleem zit dieper: de activisten spelen voor opsporingsdienst en rechter. Het is te hopen dat het Openbaar Ministerie dit onderkent en adequaat ingrijpt.