Turkse rechtbank berecht vier Israelische topofficieren in absentia

IN ISRAEL / Door: WEBMASTER / 6 nov 2012 GAZA HAMAS IDF TERRORISME TURKIJE VN

Een rechtbank in Istanbul maakt vandaag, 6 november, een begin met de rechtszaak over de rol die Israelische topofficieren gespeeld hebben bij de aanval in 2010 op het Turkse schip Mavi Marmara. De Mavi Marmara was het vlaggenschip van de uit zes schepen bestaande flotilla die uit Turkije vertrokken naar Gaza. Het Israelische leger greep in toen de flotilla weigerde aan te meren in een Israelische haven voor controle.

Soldaten die het schip enterden werden aangevallen, en de actie ontaardde in een bloedbad. Er vielen negen doden onder de actievoerders – acht Turken en één Turkse Amerikaan – en vele gewonden. Onder de Israelische commando’s vielen tien gewonden.

De aanklacht, van 144 pagina’s, die vandaag wordt besproken is voorbereid door de Turkse Procureur Mehmet Akif Ekinci. Hij eist tien maal levenslang voor elk van de vier aangeklaagde Israelische officieren. De aangeklaagden zijn de voormalig stafchef van het IDF Gabi Ashkenazi, viceadmiraal Elizier Marom, de militaire veiligheidschef majoor-generaal Amos Yadlin en brigadegeneraal van de luchtmacht Avishai Levi. In de officiële verklaring van het Israelische ministerie van Buitenlandse Zaken wordt gesteld dat de rechtszaak “een showproces” is, dat niets te maken heeft met “de wet of rechtvaardigheid”. Er blijken zelfs geen dagvaardingen verstrekt te zijn aan de Israelische verdachten.

Vicepresident Hüseyin Oruç van de Stichting voor Mensenrechten en Vrijheden en Humanitaire Hulp (IHH) zei: “Turkije is het eerste land ter wereld dat de onrechtmatige daden van Israel voor de rechter brengt” en een erg belangrijke zaak omdat “vandaag het begin is gemaakt om het onaantastbare imago van Israel te beschadigen.” De flotilla was een initiatief van de eigenaar en uitbater van de Mavi Marmara, deze zelfde IHH – een islamistische organisatie waarvan oa de Duitse afdeling aantoonbaar banden heeft met Hamas.

In september 2011 bracht de VN het Palmer-rapport uit met betrekking op het flotilla incident uit 2010 met de Mavi Marmara. Volgens de VN-rapportage wordt Israel geconfronteerd met een constante en reële dreiging vanuit Gaza door terroristische groepen en heeft hierop als rechtmatige veiligheidsmaatregel een zeeblokkade opgelegd. Ook de Israelische soldaten die meededen aan de actie tegen de flotilla in 2010 hebben volgens het rapport rechtmatig gehandeld. De Palmer Commissie oordeelde dat de Israelische soldaten werden geconfronteerd met gewelddadige en georganiseerde weerstand van actievoerders op de Mavi Marmara. Het dreigingsniveau voor de soldaten liep zo hoog op dat geweld gepast was om zich in veiligheid te kunnen brengen.