Tweede Kamer stemt tegen gelijke behandeling etikettering producten

Een motie van de ChristenUnie die de regering oproept “geen onderscheid te maken bij etikettering van producten afkomstig uit gebieden die volgens de VN dezelfde status hebben”, is door een meerderheid van de Tweede Kamer verworpen.

CU-Kamerleden Joël Voordewind en Eppo Bruins hadden een motie ingediend die pleit voor het volgen van dezelfde lijn omtrent de etikettering van producten uit betwiste en bezette gebieden. Volgens de Kamerleden is de NVWA selectief bezig, zo worden producten uit de Westelijke Sahara, wat Marokko al decennia bezet, gewoon verkocht met ‘Made in Morocco’ erop. Daarentegen is er al tijden ophef over de juiste etikettering van producten uit Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.

Zo stelde Bruins: “Selectiviteit van de NVWA in het handhaven op etikettering van producten uit betwiste gebieden is onaanvaardbaar. Het mag niet zo zijn dat producten uit de Westelijke Sahara worden verkocht alsof ze uit Marokko afkomstig zijn, terwijl de NVWA al een boete oplegt bij etiketten ‘gemaakt in een Israëlisch dorp in Judea en Samaria’. Ik wil daarom actie van het kabinet. Ongelijke behandeling in gelijke gevallen duidt op discriminatie. Dat moet altijd worden bestreden, ook in dit geval tegen Israël.”

Zo kwam het Israel Producten Centrum in Nijkerk onder vuur van de NVWA, waarbij gedreigd wordt met een boete wegens de verkoop van producten met het etiket ‘gemaakt in een Israelisch dorp in Judea en Samaria’. Hierop volgde al snel vragen van zowel de CU de SGP en later de PVV, die spraken van een eenzijdigheid en selectiviteit van de NVWA. Kees van der Staaij noemde het zelfs “anti-Israël politiek onder het mom van consumentenvoorlichting”.

De kwestie omtrent etikettering speelt al langer. Zo diende Voordewind tijdens de begrotingsbehandelingen in 2019 met succes een motie in die de regering verzoekt zich in te zetten voor het etiketteren van producten uit álle bezette en betwiste gebieden, niet alleen die uit Israëlische nederzettingen. Deze aangenomen motie was een parafrasering van een in 2016 aangenomen motie van Ten Broeke (VVD) en Van Bommel (SP). Toen werd de regering ook al opgeroepen in EU-verband steun te zoeken voor een consequent etiketteringsbeleid, om een dubbele standaard ten aanzien van Israël tegen te gaan. Opvallend in 2019 was de tegenstem van SP, terwijl de motie uit 2016 nog wel op steun van de socialisten kon rekenen en zelfs mede ingediend was door hun toenmalige buitenlandwoordvoerder.

Ondanks de in 2016 en 2019 aangenomen moties, bleef het gewenste resultaat van gelijke behandeling uit. Hierom dienden Voordewind en Bruins deze week een motie in die de regering verzoekt “geen onderscheid te maken bij etikettering van producten afkomstig uit gebieden die volgens de VN dezelfde status hebben”.

Het voorstel van de CU wist echter geen meerderheid te behalen. Alleen VVD, PVV, CU, SGP, FVD en eenmansfractie Krol stemden voor – bij elkaar 63 zetels. De rest van de Tweede Kamer stemde tegen de motie.