Tweede Kamer voelt minister Kaag aan de tand over subsidie aan NGO met terreurverdachten

De brief waarin minister Kaag toegeeft dat Nederland een Palestijnse NGO heeft gesubsidieerd waar terreurverdachten in dienst waren, heeft tot veel ophef geleid. ChristenUnie, VVD, SGP, PVV en CDA laten het er niet bij zitten en hebben nieuwe Kamervragen ingediend.

Nadat CIDI er vorig jaar al op wees, heeft minister Sigrid Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking maandag erkend dat Nederlandse subsidies naar een Palestijnse NGO gingen waar terreurverdachten in dienst waren. Voor de Union of Agricultural Work Committees (UAWC) had de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah bij elkaar bijna 20 miljoen euro vrijgemaakt, waarvan 11,7 miljoen reeds is overgemaakt. Waarschuwingen van NGO Monitor, UK Lawyers for Israel en CIDI dat leden van terreurgroep PFLP werkzaam waren bij UAWC, werden door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in de wind geslagen. Al in mei 2019 was het ministerie gewaarschuwd.

In juni stelden PVV, ChristenUnie en SGP Kamervragen over de subsidies aan de UAWC. Na eerdere ontkenningen, erkent minister Kaag nu in een Kamerbrief dat de salarissen van de twee PFLP-terreurverdachten deels betaald werden met Nederlands subsidiegeld. Twee werknemers van UAWC zijn gearresteerd door Israël op verdenking van betrokkenheid bij de bomaanslag in augustus 2019 waarbij de 17-jarige Rina Shnerb om het leven is gekomen. Een van de twee staat op de foto met Nederlandse diplomaten in Ramallah en een aantal andere prominente PFLP-leden.

De subsidie aan UAWC is voorlopig opgeschort. Dit besluit is echter niet per se definitief: Kaag schrijft dat een extern onderzoek naar verricht zal worden “naar eventuele banden tussen PFLP en UAWC”, en dat hierna een “besluit kan volgen over de verdere samenwerking met UAWC”.

Naar aanleiding van de schokkende antwoorden, hebben Joël Voordewind (CU), Arne Weverling (VVD), Kees van der Staaij (SGP) en Raymond de Roon (PVV) schriftelijke vragen ingediend. De Kamerleden willen weten waarom het besluit de subsidie stop te zetten nu pas is genomen, terwijl er al eerder signalen waren. CU, VVD, SGP en PVV vragen minister Kaag dan ook op welke wijze ze de informatie heeft nagetrokken die haar al in mei 2019 was opgestuurd. De parlementariërs dringen aan op een nieuw onderzoek naar de selectie en monitoring van organisaties die steun van Nederland ontvangen. Volgens de Kamerleden is het problematisch dat er ontwikkelingssamenwerkingsorganisaties gefinancierd worden die tegelijkertijd actief zijn in de BDS-beweging. De CU, VVD, SGP en PVV willen voorkomen dat Nederlands subsidiegeld misbruikt wordt voor BDS-activiteiten.

Naast CU, VVD, SGP en PVV, hebben ook Pieter Omtzigt en Martijn van Helvert namens het CDA Kamervragen ingediend. De CDA’ers willen van ministers Blok en Kaag exact weten hoeveel geld er is betaald aan zowel UAWC als de twee terreurverdachten. Omtzigt en Van Helvert dringen in hun vragen aan op een grondig onderzoek. Ze vragen zich dan ook af of er voldoende controle is geweest bij wat ze “substantiële subsidiebedragen” voor de Palestijnse NGO noemen.  

2020Z14252

(ingezonden 22 juli 2020)

Vragen van de leden Voordewind (ChristenUnie), Weverling (VVD), Van der Staaij (SGP) en De Roon (PVV) aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het bericht dat twee terreurverdachten indirect salaris hebben ontvangen met behulp van Nederlandse financiële steun aan de Palestijnse NGO UAWC.

1. Waarom heeft u pas deze maand besloten de financiering van de Palestijnse niet-gouvernementele organisatie (NGO) Union of Agricultural Work Committees (UAWC) op te schorten, terwijl u al in augustus 2019 van deze organisatie zelf te horen heeft gekregen dat twee van hun medewerkers verdacht zijn van betrokkenheid bij een dodelijke terreuraanslag?

2. Op welke manier heeft u de informatie nagetrokken die de organisatie UK Lawyers for Israel u in mei 2019 toegestuurd heeft, waarin er al op gewezen werd dat twee leden van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) tevens werkzaam waren voor de UAWC? Waarom leidde de informatie die deze organisatie aanleverde niet tot een andere inschatting, zoals u schrijft in het antwoord op de brief van deze organisatie?

3. Wat heeft u gedaan met de informatie van NGO-Monitor uit januari van dit jaar waarin op basis van verschillende bronnen de banden tussen de UAWC en de PFLP worden getoond?

4. Hoe kan het dat u er pas bij het beantwoorden van de schriftelijke vragen van de leden Van der Staaij, De Roon en Voordewind 1) achter bent gekomen dat de verdachte medewerkers salaris hebben uitbetaald gekregen met behulp van de Nederlandse financiering en zelfs pasjes van de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah tot hun beschikking hebben gehad?

5. Deelt u de mening dat deze gang van zaken en de hiervoor aangehaalde informatie niet de indruk geeft dat de UAWC grondig onderzocht is, voor besloten is deze organisatie te gaan ondersteunen of deze ondersteuning voort te zetten?

6. Herinnert u zich dat u in antwoord op eerdere Kamervragen over een PFLP-lid dat werkzaam was bij het Ma’an Development Center aangaf dat u hier niet over eigenstandige informatie te beschikken? 2) Bent u alsnog bereid hier een onafhankelijk onderzoek naar te laten verrichten, en eventuele maatregelen te nemen en deze elk kwartaal opnieuw te laten onderzoeken? Zo nee, waarom niet?

7. Gaat u naar aanleiding van deze zaak de selectie en monitoring van alle organisaties waar Nederland steun aan verleent, opnieuw onderzoeken, inclusief het verstrekken van pasjes aan de medewerkers?

8. Bent u het eens dat dit een voorbeeld is dat het financieren van organisaties die aan ontwikkelingssamenwerking doen, die ook actief zijn in de Boycot, Desinvesteringen en Sancties (BDS)-beweging (waar de regering  tegen is), een probleem is omdat er geen volledige controle is over waar het geld naartoe gaat?

9. Hoe kunt u er dan zeker van zijn dat Nederlands geld niet wordt gebruikt voor BDS bij het financieren van dit soort buitenlandse organisaties?

10. Bent u het eens dat Nederland de financiering van dit soort organisaties moet heroverwegen omdat er geen volledige zekerheid is dat er geen geld gaat naar BDS?

11. Kunt u een overzicht geven van alle inlichtingen die u zijn toegekomen over de mogelijke betrokkenheid van UAWC bij PFLP en de wijze waarop u deze informatie gebruikt hebt bij de diverse besluiten om samenwerking te zoeken of te intensiveren met het UAWC, waaronder de in de beantwoording genoemde besluiten in 2007, 2013 en 2017?

12. Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden zonder te verwijzen naar een antwoord op andere vragen?

1) Antwoord van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 20 juni 2020 op vragen van de leden Van der Staaij, De Roon en Voordewind over het bericht dat de Nederlandse regering waarschuwingen zou negeren over het financieren van een NGO met banden met terrorisme.

2) Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2017-2018, nr. 3027.

 

2020Z14269

(ingezonden 23 juli 2020)

Vragen van de leden Van Helvert en Omtzigt (beiden CDA) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de informatie die de Nederlandse regering had over de betrokkenheid van door Nederland betaalde UAWC-medewerkers bij de terreurorganisatie PFLP en het feit dat zij verdacht worden van een terreuraanslag, waarbij de 17 jarige Rina Shnerb om het leven gekomen is.

 

1. Kunt u de hele briefwisseling tussen UK laywers for Israel en de Nederlandse regering aan de Kamer doen toekomen?

2. Heeft u, met de kennis van nu, een aantal vragen van hen onvolledig beantwoord? Zo ja, welke signalen zijn niet goed opgepakt?

3. Op welke datum heeft de Union of Agricultural Work Committees (UAWC) de Nederlandse vertegenwoordiging geinformeerd over het feit dat twee van haar medewerkers gearresteerd waren als terrorismeverdachte?

4. Op welke datum heeft UAWC de salarissen van deze twee medewerkers stop gezet?

5. Hoe lang (van welke datum tot welke datum) is er geld betaald aan deze twee medewerkers? En hoeveel salaris betreft het?

6. Op welke datum was het bij Nederland duidelijk dat de twee medewerkers deels met Nederlands belastinggeld betaald zijn?

7. Hoeveel geld zou UAWC ontvangen aan subsidie van Nederland dit jaar en hoeveel daarvan is al overgemaakt? En op welke data is dat gebeurd?

8. Kunt u de laatste twee audits van UAWC aan de Kamer doen toekomen alsmede alle jaarrekeningen of stukken waarmee de Nederlandse subsidie aan UAWC verantwoord is over de jaren 2017-2020?

9. Acht u de controle over substantiele subsidiebedragen aan UAWC de afgelopen jaren voldoende?

10. Wie gaat nu onderzoek uitvoeren en wat is de onderzoeksopdracht?

11. Kunt u deze vragen een voor een, zorgvuldig en binnen drie weken beantwoorden?

Toelichting

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen van de leden Voordewind (ChristenUnie), Weverling (VVD), Van der Staaij (SGP) en De Roon (PVV), ingezonden op 22 juli 2020, vraagnummer 2020Z14252