Na de aanslagen in Beër Sjeva en Hadera van afgelopen week, was het gisteravond raak in Bnei Brak, een voorstad van Tel Aviv. Door deze reeks van terreur, gepleegd door Islamitische Staat (IS) sympathisanten, staat Israel in de hoogste staat van paraatheid. Voorheen lukte het de veiligheidsdiensten om soortgelijke aanslagen te voorkomen. Daar bleken zij nu niet toe in staat. Dit verhardt de publieke opinie en roept vragen op hoe Israel de veiligheid tijdens de Ramadan, Pesach en Pasen kan waarborgen.

Joodse bezoekers op de Tempelberg in Jeruzalem. (Bron: Screenshot Twitter / @JComm_NewsFeeds)
Wie was de schutter?
De aanslagen in Beër Sjeva, vier doden, en Hadera, waar twee politieagenten omkwamen, zijn uitgevoerd door Arabische Israeliers die sympathiseerden met IS. De terroristische daad in Bnei Brak is gepleegd door de 26-jarige Palestijn, Diaa Hamarsheh. In tegenstelling tot de plegers van de aanslagen in Beër Sjeva en Hadera, komt Hamarsheh uit het dorpje Ya’bad, dat in het noordwesten van de Westelijke Jordaanoever ligt. De dader zou illegaal in Israel verblijven. Hij heeft in 2013 een gevangenisstraf van zes maanden uitgezeten voor de verkoop van illegale wapens en wegens terreurbanden.
Wat is er precies gebeurd?
Op beelden is te zien dat Hamarsheh, rond 20 uur, begon met schieten vanaf een parkeerplaats van een woninggebouw. Vervolgens is te zien dat hij misschiet op een jonge ultra-orthodoxe jongen. Daarna opent de schutter het vuur op een fietsende voorbijganger. Kort daarop rent de schutter een paar honderd meter richting een winkel waar hij een witte auto tot stoppen dwingt en hem dan doodschiet. Naar vermoeden schoot de dader met een gestolen M-16 geweer.
Vlak na 20 uur werd de schutter doodgeschoten door twee politieagenten, een van de twee overleed later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Zij zagen dat hij op voorbijgangers, fietsers en auto’s aan het schieten was. Dit terroristische geweld kostte uiteindelijk het leven van vier burgers en 1 politieagent, waaronder twee Oekraïense staatsburgers.
De nasleep
Rond de plek van de aanslag ontstond enige tijd later wat onrust. Verschillende demonstranten verzamelden zich en riepen leuzen als: “wraak” en “dood aan de Arabieren”. Als reactie op de aanslag gaf premier Naftali Bennett aan dat Israel kampt met een “golf van Arabische terreur”. Deze golf van terreur hebben de afgelopen acht dagen al 11 Israeliers het leven gekost, het hoogst aantal Israelische terreurdoden ooit sinds 2006.
Daarom heeft Bennett een veiligheidsoverleg gevoerd met minister Benny Gantz van Defensie, minister Omer Bar-Lev van Openbare Veiligheid, de chef van de Israeli Defense Forces (IDF), de directeur van de Israeli Securities Authority (ISA), de Israelische politie en andere functionarissen. Als gevolg van de aanslagen is de Israelische veiligheidsdienst begonnen aan een serie van operaties om illegale Palestijnen, die zonder vergunningen in Israel werken, te arresteren.
Reactie Palestijnen
Hamas en de Palestijnse militanten groep Al-Aqsa Martyr prezen de daad. Een Hamas officieel sprak van een “heldhaftige operatie, wat een reactie is op de misdaden van de bezetting tegen het Palestijnse volk”. Bovendien noemde de lokale Fatah-leider hem een held en werd er een feest georganiseerd bij het familiehuis van de schutter. Dit terwijl de vader van de schutter afstand heeft genomen van zijn zoons daad. Ander geluid klonk van de Palestijnse Autoriteit (PA). President Mahmoud Abbas veroordeelde de aanslag en benadrukte dat het doden van zowel Israelische als Palestijnse burgers tot escalatie kan leiden.
Ramadan
Nog voor de drie aanslagen en met de oorlog van vorig jaar in het achterhoofd, zocht de Israelische regering al toenadering met PA-president Abbas. Zo heeft de Israelische regering voor Palestijnen uit Gaza en de Westelijke Jordaanoever enkele maatregelen versoepeld met betrekking tot het bezoeken van de Al-Aqsa Moskee tijdens de Ramadan, dat 2 april begint.
Deze problemen zijn niet nieuw. Sinds de jaren 20 van de vorige eeuw lopen de spanningen rondom Ramadan op. Deze spanning wordt gevoed door geruchten dat de Joden de Tempelberg, waar vroeger de Joodse Tempel stond en nu de Al-Aqsa Moskee staat, willen veroveren. Dit jaar ligt het allemaal nog iets gevoeliger want Pesach – het Joodse Pasen – vindt plaats midden in de Ramadan. In het algemeen is het voor Joden verboden om tijdens de Ramadan op Tempelberg te komen, maar dit jaar heeft de regering het met Pesach wel willen toestaan.
De rol van Jordanië is belangrijk in het verantwoordelijkhedenspel rond de Tempelberg, volgens de afspraken van de Oslo-akkoorden en de vrede met Jordanië begin Jaren 90. De Jordaanse koning Abdullah bezocht afgelopen maandag PA president Abbas in Ramallah en gisteren sprak hij met de Israelische minister Gantz over dit complexe vraagstuk.
Met de Ramadan in zicht baart deze reeks aanslagen Israel grote zorgen. Bennett benadrukte dat de veiligheidstroepen er alles aan doen om terrorisme te bestrijden met “volharding, ijzer en een ijzeren vuist”. Er wordt dus gekeken naar een andere aanpak dat de veiligheid kan bevorderen, wat voor Jordanië acceptabel is, en de spanningen niet doet toenemen. De Israelische politie zal meer troepen op straat inzetten om zo escalaties tijdens de Ramadan te voorkomen. Daarnaast zullen er zes (in plaats van de geplande drie) reservecompagnieën van de grenspolitie worden ingezet om de veiligheid tijdens de Ramadan te garanderen.
IS en ‘copy-cat’ effect
Naar aanleiding van de eerdere twee aanslagen, die uitgevoerd lijken te zijn door ‘lone wolfs’, zijn al 12 mensen gearresteerd. Zij worden ervan verdacht dat zij banden onderhouden met IS.
De Israelische veiligheidsdiensten zijn bang dat de reeks van ‘lone wolf’ aanslagen een zogenaamde ‘copy-cat’ effect kunnen uitlokken. Dit houdt in dat de aanslagen anderen zouden inspireren om dit ook te doen. Analisten zijn van mening dat de aanslag van gisteravond hier een voorbeeld van is. Daarom wordt gevreesd dat er meer van dergelijke aanslagen op korte termijn gaan plaatsvinden, zeker gezien de vreugde-reacties in verschillende Palestijnse gebieden.
Deze angst roept een aantal vragen op. Kan Israel het veiligheidsrisico nemen? Kan de regering aan het Israelische publiek uitleggen waarom men niet in staat is om terreur te bestrijden? Terwijl de meerderheid in Israel hunkert naar een oplossing van het conflict is er ook veel angst voor terreur en vergroot elke terroristische aanslag de argwaan. De verschrikkelijke terreuraanslag met Pesach 20 jaar geleden is nog vers in het collectieve geheugen van de Israelische bevolking gegrift.