Vragenuur over antisemitisme naar aanleiding van Monitor

De bevindingen van de onlangs gepubliceerde CIDI Monitor Antisemitische Incidenten over 2019 waren voor Tweede Kamerlid Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) aanleiding om de maatregelen tegen het antisemitisme te bespreken in het vragenuur met minister Grapperhaus van Justitie.

Het antisemitisme staat al langere tijd op de politieke agenda. Maar wat hebben de inspanningen van de regering eigenlijk opgeleverd? Dat vroeg Buitenweg dinsdag aan de minister tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer. Een dag eerder werd de CIDI-monitor over 2019 gepubliceerd en breed uitgemeten in de landelijke media. Voor het derde jaar op rij werd een toename in het aantal incidenten geregistreerd.

Minister Grapperhaus verwees in zijn antwoord naar de rapportage inzake discriminatie van de politie, die later dit jaar gepubliceerd zal worden. Precieze veranderingen in de bereidheid om aangifte te doen van discriminatie moeten daaruit blijken. Uit een grootschalig Europees onderzoek bleek eind 2018 dat veel Joden in Nederland te veel hobbels ervaren bij het aangifteproces, waardoor antisemitische incidenten onderbelicht blijven.

“De cijfers van CIDI bevestigen helaas dat er een trend lijkt te zijn van toename in het antisemitisme”, aldus de minister, die het belang van een betere aanpak onderkent. Hij prees de initiatiefnota van Kamerleden Yesilgöz-Zegerius (VVD) en Segers (CU) voor een betere aanpak van antisemitisme, waar het kabinet onlangs €3,5 miljoen aan heeft toegezegd. Ook zei hij met CIDI anderen om de tafel te gaan zodra de politiecijfers bekend zijn gemaakt.

Het vragenuur was tevens aanleiding om tot alertheid op te roepen. “Ik spreek me in het openbaar en in de media regelmatig uit tegen antisemitisme, en roep u op om hetzelfde te doen”, aldus minister Grapperhaus tegen de Kamer. “Antisemitisme vloekt met onze samenleving”.

Antisemitische motieven

Andere Kamerleden uitten vergelijkbare zorgen als de vragensteller. Jasper van Dijk (SP) noemde, naast het antisemitisme zelf, het “minstens zo erg dat veel Joden geen aangifte doen omdat ze het gevoel hebben dat de politie er toch niets meer doet”. Monica den Boer (D66) wilde concreet weten hoe de minister het vertrouwen in de politie terug wil laten komen. De minister wees op de werkzaamheden van het interne Joods Politie Netwerk (vergelijkbaar met Roze in Blauw, maar bestaande uit Joodse agenten) en plannen uit de initiatiefnota over antisemitisme.

PVV-leider Wilders vond, niet onverwacht, dat het antisemitismeprobleem vooral in de context van de islam in Nederland moet worden gezien. Volgens hem is het niet de enige, maar welk belangrijkste veroorzaker van antisemitisme is. Hij noemde de islam “synoniem aan Jodenhaat” en stelde dat de Koran “veel meer antisemitisme bevat dan Mein Kampf”. Een zinloze vergelijking, die niet helpt om antisemitisme in islamitische kringen aan te pakken. De minister maakt het “geen bal uit wat iemands excuus is om antisemiet te zijn”, zo was zijn tegenwerping.

Tijdens het vragenuur kwam ook de behandeling van grotere incidenten aan bod, die zich de afgelopen tijd hebben voorgedaan. De minister noemde hierbij dat de steekaanval op een Joodse familie op de Albert Cuyp “antisemitische motieven” had. Opvallend, omdat het OM al in een vroeg stadium heeft ontkend dat er sprake was van een antisemitisch motief bij de dader, die in een psychose zou hebben gehandeld. De familie heeft echter aangegeven sterkt te vermoeden dat hun Joodse komaf reden was waarom zij doelwit zijn geworden. Dilan Yesilgöz-Zegerius (VVD) vroeg opheldering over het optreden van de autoriteiten dergelijke gevallen.  

Een antisemitisch motief van de dader zou bovendien een zwaardere straf moeten opleveren, zo gaf de minister zelf aan op een vraag van Buitenweg. Zij maakt zich samen met de ChristenUnie sterk voor strafverzwaring bij delicten met een discriminatoir aspect, omdat die niet alleen het directe slachtoffer, maar een hele gemeenschap in het algemeen raken. Volgens de minister is van strafverzwaring sprake wanneer geweld en bedreiging met een discriminatoir motief gepaard gaan.

Bekijk hier de opname van het vragenuur over de aanpak van antisemitisme op 18 februari 2020: