Terechte vragen over sloop bouwwerken op de Westelijke Jordaanoever      

Het onderzoeksplatform Investico heeft onderzoek gedaan naar de sloop van door Nederland betaalde ontwikkelingsprojecten. Het gaat om projecten op de Westelijke Jordaanoever, ten behoeve van de Palestijnse gemeenschap. Volgens het onderzoek hebben er in totaal 59 vernielingen plaatsgevonden bij ontwikkelingsprojecten sinds 2017. De helft van die incidenten vond plaats na 7 oktober 2023. Een moeilijk onderwerp.

(Bron: Investico)

Investico

Het onderzoek van Investico leidde tot veel berichtgeving en aandacht voor de situatie. Het gaat om schrijnende gevallen, waarbij de beelden niet in het voordeel van Israel spreken. Te zien is dat een bulldozer een watertank sloopt in een Bedoeïendorp. In totaal heeft Investico 59 gevallen gevonden waarin schade is ontstaan aan ontwikkelingsprojecten die (mede) door Nederland zijn gefinancierd. Het gaat deels om sloop door de Israelische regering en deels om geweld van kolonisten.

Investico stelt dat de vernielingen steeds vaker plaatsvinden door kolonisten, zeker sinds het bloedbad dat Hamas aanrichtte op 7 oktober 2023. Hoewel Nederland in veel gevallen de kwestie opbrengt bij de Israelische autoriteiten is er nooit sprake geweest van een schadevergoeding.

Achtergrond

Het rapport legt uit dat de Westelijke Jordaanoever is opgedeeld in verschillende gebieden, de A, B en C-gebieden. In de A-gebieden heeft de Palestijnse Autoriteit (PA) volledige autonomie. De PA is er verantwoordelijk voor alle overheidszaken met eigen veiligheidstroepen om de orde te handhaven. In de B-gebieden is de PA bevoegd op civiel gebied, maar de veiligheid wordt gehandhaafd door het Israelische leger. De C-gebieden staan onder het volledige bestuur van het Israelische leger. Hier bevinden zich ook de meeste Israelische nederzettingen.

Als we kijken naar de geest van de Oslo-akkoorden, dan was het de bedoeling dat hier een Palestijnse staat zou komen. Met het oog daarop geven Europese landen steun aan projecten in het C-gebied. Maar als we kijken naar de letter van de Oslo-akkoorden, dan heeft Israel op dit moment de zeggenschap over het gebied. Buitenlandse inmenging is dan eigenlijk opmerkelijk. Aan de andere kant krijgen de Palestijnen die hier wonen overduidelijk niet veel vergunningen voor het uitbreiden van de infrastructuur. Zeker de nieuwe Israelische regering laat duidelijk merken dat het wel oren heeft naar annexatie van de C-gebieden.

In de C-gebieden wonen tussen de 180.000 en 300.00 Palestijnen. Die krijgen echter maar zelden een vergunning om te bouwen. Een gedeelte hiervan woont bovendien in Bedoeïendorpen, die in sommige gevallen niet erkend worden door de Israelische overheid en als illegaal beschouwd worden. Er zijn meerdere langslepende rechtszaken over deze dorpen. Ondanks het gebrek aan vergunningen geven Nederland en Europa steun aan hulpprojecten in dit gebied. Daarbij bestaat het risico dat de Israelische overheid in gaat grijpen en dat gebeurt ook daadwerkelijk in sommige gevallen. Nederland is zich bewust van dit risico, zo blijkt uit documenten die Investico boven tafel heeft gekregen met een Woo-verzoek (Wet Open Overheid).

Geweld kolonisten    

Deze achtergrond is niet relevant waar het gaat om vernielingen die plaatsvinden door Israelische kolonisten, zoals burgers uit Israel soms genoemd worden die gaan wonen op de Westelijke Jordaanoever. In Israel staat dit gebied bekend als Judea en Samaria. Zij vertegenwoordigen immers niet de Israelische overheid. Als zij zaken vernielen, dan is er gewoon sprake van strafbare feiten en zou de politie of het leger moeten optreden. Maar in de praktijk gebeurt dat niet of nauwelijks. Dat is zeer kwalijk. We horen bovendien veel berichten dat dit geweld flink is toegenomen in de afgelopen maanden.

De prangende vraag die oprijst bij het onderzoek is: hoeveel incidenten zijn uitgevoerd door kolonisten en hoe weten de onderzoekers dat? Het onderzoek biedt daarover niet veel duidelijkheid. Het onderzoek lijkt zich te baseren op een overzicht dat in de vrijgegeven Woo-documenten zat. Wie dat document heeft gemaakt of waar de beoordeling precies op is gebaseerd, wordt niet duidelijk uit het onderzoek.

Kortom: een ingewikkeld onderwerp. Het is in elk geval belangrijk dat Israel optreedt tegen geweld van kolonisten; iedere vorm van het recht in eigen hand nemen ondermijnt immers de rechtsstaat en bedreigt de Palestijnse bevolking.