Geen Nederlands geld naar UNRWA totdat de VN toereikend optreedt

IN NEDERLAND / Door: ELKAN VAN DER RAAF / 20 sep 2019 TWEEDE KAMER UNRWA VN

Nederland gaat geen geld overmaken naar de Palestijnse vluchtelingenorganisatie UNRWA “totdat de VN toereikend heeft opgetreden”. Dat laat minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag weten in antwoord op Kamervragen van Joël Voordewind (CU) en Wybren van Haga (VVD).

In juli kwam een vernietigend rapport naar buiten van de ethische commissie inzake UNRWA. De top van de omstreden vluchtelingenorganisatie zou zich schuldig maken aan integriteitsschendingen en corruptie. Een kleine kring binnen het management, waaronder secretaris-generaal Pierre Krähenbühl, zou onder meer betrokken zijn bij “machtsmisbruik voor persoonlijk gewin en het onderdrukken van afwijkende meningen”. Ook zou Krähenbühl zijn positie gebruiken om excessief te reizen met zijn adviseur, met wie hij “meer dan een professionele relatie” heeft.

Een dag na het uitkomen van het rapport liet het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken weten aan de NOS dat de jaarlijkse bijdrage van 13 miljoen van Nederland euro “voorlopig wordt opgeschort.” Eerst moet een bevredigend antwoord van de VN uit New York komen, zo schreef minister Kaag volgens de NOS.

In antwoord op Kamervragen van de PVV liet de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking echter tevens weten dat het Kabinet voornemens is de jaarlijkse bijdrage aan UNRWA de komende jaren voort te zetten. “Het is van essentieel belang dat deze hulpverlening kan worden voortgezet, ook met steun van Nederland,” aldus minister Kaag in antwoord op PVV-Kamerleden Raymond de Roon en Danai van Weerdenburg. “Gezien het humanitaire belang van UNRWA-activiteiten is het kabinet voornemens deze jaarlijkse bijdrage ook de komende jaren voort te zetten”.

Deze beantwoording leidde tot verdere vragen uit de koker van Voordewind en Van Haga. In antwoord daarop laat minister Kaag weten dat “uiteraard sprake [moet] zijn van de randvoorwaarden die in alle gevallen gelden voor Nederlandse financiering van organisaties”. Tegelijkertijd blijft ze achter de woorden staan dat het Kabinet voornemens is de “jaarlijkse bijdrage ook de komende jaren voort te zetten”. 

Minister Kaag schrijft te wachten op het oordeel van de onafhankelijke inspectie van de VN. “Nederland gaat niet over tot betaling van financiële bijdragen (van zowel de algemene vrijwillige bijdrage als de reguliere eindejaar bijdrage) totdat de VN toereikend heeft opgetreden”. Het Kabinet zal een eigenstandige beslissing nemen over betalingen aan UNRWA, aldus de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Nederland houdt dus in ieder geval de wacht aan totdat de onafhankelijke inspectie van de VN met een oordeel komt. Hierop zal “toereikend” opgetreden moeten worden zodat aan de randvoorwaarden wordt voldaan. Desondanks is het waarschijnlijk dat het Kabinet op een bepaald moment zal besluiten de financiële bijdrage aan UNRWA te hervatten, gezien de nadruk op het “humanitaire belang van UNRWA-activiteiten” en de uitgesproken intentie dat het Kabinet voornemens is zijn steun aan de VN-organisatie “ook de komende jaren voort te zetten”.