Het Israëlisch leger onderschept geavanceerde wapens bedoeld voor Hamas

Aan boord van het schip Victoria zijn dinsdag door Israëlische soldaten raketten gevonden die het voor Hamas mogelijk zou hebben gemaakt nauwkeurig huizen en voorzieningen in Ashkelon te raken. Volgens bronnen binnen de Israëlische inlichtingendienst zijn door deze vondst de kaarten in de regio opnieuw geschud.

Het schip, dat van de Turkse haven naar de Egyptische haven voer, werd zo’n 320 km van de Israëlische kust door mariniers geënterd. Op het schip zijn C-704 raketten gevonden. Als deze wapens Gaza hadden bereikt, beschikte Hamas over raketten met een relatief hoge precisie waarmee het specifieke doelen kon raken, zoals het elektriciteitsbedrijf in Ashkelon en het booreiland van het bedrijf Tamar.

Eén van de op het schip Victoria gevonden mortiergranaten met een kaliber van 120mm.

Tot nu toe heeft Hamas duizenden onnauwkeurige Katyusha- en Qassamraketten afgevuurd op het zuiden van Israel. De C-704 raketten zouden Hamas daarom de mogelijkheid hebben geboden om binnen een straal van 35 kilometer strategische doelen te raken.

Aangenomen wordt dat de zes radargeleide lanceer-klare raketten met elk een springkop van 130 kg aan explosieven door Iran naar Hamas gestuurd zijn. De stafchef van het Iraanse leger, generaal Atallah Salhi, ontkent die aantijging.

Het Israëlische leger (IDF) gaf een foto vrij van een boekje dat bij de raketten werd gevonden. Op de kaft van het boekje staan de woorden “technische projectielen identificatie document” in het Perzisch afgedrukt. Het systeem werd in het document geïdentificeerd als de “Nasr”-projectiel en werd voorzien van een serienummer en fabricagedatum volgens de Iraanse kalender. Nasr is de Iraanse codenaam voor de C-704 raket van Chinese makelij.

Het schip had in totaal 50 ton aan wapens aan boord, waaronder 230 mortiergranaten met een kaliber van 120mm, 2.270 mortiergranaten met een kaliber van 60mm, twee radarsystemen van Britse makelij, twee C-704 lanceerinstallaties, twee hydraulische radarmasten en 66.960 kogels voor Kalashnikovs.

De woordvoerder van de IDF gaf spectaculaire beelden vrij waarop te zien is hoe mariniers aan boord van de Victoria gingen, maar volgens Yoaz Handel, correspondent voor de Israëlische krant Makor Rishon betrof het een vreedzame overname.

“De kapitein van Victoria stopte de motoren direct nadat hij door de Israëlische marine werd bevolen te stoppen. De marine had met het schip contact gezocht via de internationale frequentie voor maritieme communicatie. Niemand verwachtte een gevecht. Het succes dat hier behaald is, is niet behaald door gevechtshandelingen, maar door Israëlische inlichtingen,” aldus Yoaz Handel.

Volgens zijn onderzoek voer het schip van Syrië naar Turkije. Slechts vier van de aan boord 39 containers bevatten de oorlogsbenodigdheden. De Israëlische inlichtingendienst was er goed van op de hoogte in welke containers de wapens waren opgeslagen en deze werden direct onderzocht.

Volgens Handel die in de haven van Ashdod toegang kreeg tot het schip, werd de Victoria door zeelieden uit Derde Wereldlanden bemand die zelf geen weet hadden van de inhoud van de containers, en die slechts probeerden hun brood te verdienen.

“We zullen de lading van het schip halen en het aan de wereld laten zien, ten behoeve van degenen die zo snel zijn in het oordelen over Israel als het gaat om het beschermen van zijn inwoners,” liet de Israëlische minister-president Benjamin Netayahu dinsdag weten. “Het is belangrijk dat de wereld te zien krijgt waar wij mee te maken hebben.”

Ondanks het media-offensief van het Israëlische leger lukte het niet om bij sommige buitenlandse media, die zich voornamelijk richtten op de catastrofe in Japan, indruk te maken. Het IDF nodigde leden van de buitenlandse pers uit om de geconfiskeerde wapens te onderzoeken, maar volgens de Israëlische nieuwswebsite Ynet verlieten een aantal verslaggevers vanwege de strenge veiligheidscontroles en oponthoud aan de ingang van de legerbasis in Ashdod, de haven nog voordat ze toegang kregen tot de wapens.

Ynet meldde dat 30 verslaggevers en fotografen, waaronder Duitse, Spaanse en Arabische teams, de plek hadden verlaten voordat de wapenvondst onderzocht werd. Soldaten deelden boterhammen en water uit aan de achtergebleven journalisten, die uiteindelijk naar de opslagplaats geleid werden.

Volgens het Israëlische leger is het schip de Victoria eigendom van een Duits bedrijf, in dienst van een Franse rederij en voer het onder Liberiaanse vlag. Duitsland, Frankrijk en Liberia werden op de hoogte gesteld van de wapenvondst.

Woensdag werd ook een Iraanse vrachtvliegtuig in Turkije vastgehouden. Het vliegtuig, dat voor Syrië bestemd was, werd door de Turkse luchtmacht gedwongen om te landen op de Diyarbakir luchthaven, zo meldt het Franse persagentschap AFP. De inhoud van het vliegtuig werd nog niet bekend gemaakt.

Maritieme wapensmokkel leidde tot vertrouwensbreuk Israel-PA

In november 2009, werd het Iraanse vrachtschip Francop – die onder Antiguaans vlag voer – door het Israëlische leger gestopt terwijl het vanuit Iran naar Syrië met 300 ton wapens in 40 containers voer. Volgens het Israëlische leger waren de wapens voor Hezbollah bestemd. Het wapentransport bevatte geweren, granaten, raketten met een klein kaliber en Katyushas. Als de wapenzending Hezbollah had bereikt, zou er genoeg zijn voor een maand lang intensieve gevechten, aldus de Israëlische militaire inlichtingendienst.

Een maand daarvoor, werd het Duitse schip Hansa India verhinderd om acht containers vol wapens af te leveren in Egypte. Het schip voer van Iran naar Egypte maar mocht niet aanmeren na een tip vanuit Duitsland aan de Egyptische autoriteiten. Het schip voer door naar Malta, waar de autoriteiten het hebben geconfiskeerd en doorzocht. In het schip werden kogels en materiaal voor munitievervaardiging gevonden.

In januari dit jaar werd de Monchegorsk, een Cyprisch schip, door de Cypriotische veiligheidsdienst tegengehouden. Het schip, gepacht door een Iraanse rederij, bevatte tankmunitie, artilleriegranaten, raketten en materiaal om munitie mee te vervaardigen.

Zeven jaar eerder, in 2002, hield de Israëlische marine op de Rode Zee de Karin A tegen. Het schip – dat misschien het bekendste in zijn soort is geworden – voer vanuit Iran met een inhoud bestemd voor de Palestijnse Autoriteiten, dat toen nog geleid werd door Yasser Arafat. Het vertrok onder Tongaanse vlag en stopte in Jemen om daar te tanken. Het overnemen van het schip en de ontdekking van de vracht verbijsterden velen Israëli’s, die Arafat als een vredespartner beschouwden.

In mei 2001 vielen Israëlische mariniers het schip Santorini aan, dat vanuit Libanon voer en wapens aan boord had voor de Gazastrook, dat toen onder bewind stond van Yasser Arafats Palestijnse Autoriteit. Op de Santorini werden mortiergranaten, RPG raketwerpers, Kalashnikovs en explosieven gevonden.