Joodse natiestaat-wet verdeelt Israel

Afgelopen zaterdag kwamen bijna 100.000 mensen uit alle hoeken van het land naar Tel Aviv om tegen de Joodse natiestaat-wet te demonstreren. De wet dreigde Israel al te verdelen voordat deze met 62 stemmen voor en 55 tegen werd aangenomen (twee hebben zich van stemming onthouden, een was thuisgebleven). Al tien jaar lang wordt er aan deze ‘basiswet’ gewerkt, en  de uiteindelijke versie – sterk gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke versie – verdeelt het land nog steeds in twee, bijna even grote, kampen. Links versus rechts? Nationalisten versus progressieven? De discussie is in ieder geval zeer relevant in verband met de voortdurende zoektocht naar identiteit in en van de jonge Joodse staat.

De belangrijkste beweegreden voor deze wet, die vooral bestaande praktijk bevestigt (vlag, volkslied, taal), is de weigering van de Palestijnen en veel Arabische landen om Israel als een Joodse staat te erkennen. Zie bijvoorbeeld dit interview met Haneen Zoabi, Arabisch lid van de Israelische Knesset.

Vooral de prominente aanwezigheid van Druzen bij de demonstratie viel op. Zij zijn de leidende kracht achter deze demonstratie. Druzen zijn een van de Arabisch sprekende minderheidsgroepen in Israel (ze wonen ook in Libanon en Syrië, waar zij ook minderheid zijn, en in Syrië worden ze sterk bedreigd). Een aparte religieuze groep die al generaties in het gebied woont. Veel Druzische mannen dienen in het Israelische leger, evenals  leden van andere minderheidsgroepen (Tsjerkessen, Bedoeïenen, sommige christenen) die al vele generaties in het gebied wonen. Juist dit  element – het dienen in het Israelische leger – vinden ze relevant voor het protest. Het dienen in het Israelische leger wordt door velen gezien als het ultieme bewijs van loyaliteit aan de staat. Een meerderheid van de Arabisch sprekende niet-Joodse Israeli’s dient niet in het leger, hoewel een stijgende trend van dienders wordt gesignaleerd.

Prominente voormalige generaals hebben het publiek toegesproken. Er waren veel Knesset-leden van de oppositie aanwezig maar zij mochten geen toespraak houden, omdat  de organisatoren eenheid boven partijpolitiek wilden uitdragen. De  leiders van de Arabische inwoners van Israel hebben besloten om niet deel te nemen aan  de demonstratie.

Als reactie benadrukte premier Netanyahu gisteren dat de civiele rechten (mensenrechten) van elk individu in Israel nog steeds zijn gewaarborgd; het gaat om collectieve rechten en om “de waarborg dat Israel een Joodse staat is en blijft.” “Niemand heeft, in het verleden of  in de toekomst, de rechten van het individu aangetast. Israel is en blijft een Democratische staat,” aldus Netanyahu gisteren, na de wekelijkse regeringsvergadering. Hij voegde er aan toe dat er een speciale ministerscommissie zal worden aangesteld om de speciale positie van de Druzen in de wet te regelen. Ook benadrukte hij het belang van – en waardering voor – deelname van minderheden in het leger. De premier voegde hieraan toe dat de wet bedoeld wordt om immigratie van Palestijnen naar Israel te voorkomen, en gaf aan te hopen dat het ook instrumenteel kan zijn in de strijd tegen illegale migratie.

De meeste analisten zijn het erover eens dat de wet niet veel verandert ten opzichte van de onafhankelijkheidsverklaring en de situatie de facto. Dit zou ook gelden voor het niet verklaren van de Arabische taal als officiële taal. Daarover staat dat alle huidige ‘rechten’ van de taal zullen blijven gewaarborgd, bijvoorbeeld het les kunnen geven in het Arabisch. Analisten wijzen er fijntjes op dat, in tegenstelling tot Israel, in de meeste  Europese landen men geen onderwijs in het Arabisch kan volgen, de moedertaal  van een steeds verder groeiende minderheid in Europa.

Een ander groot inhoudelijk probleem vormt de stelling dat het overal in het land zorgen voor Joodse nederzetting van prominent belang is voor de staat. In de wet staat namelijk niets over de grenzen van de staat (met uitzondering van ‘verenigd Jeruzalem’) – waardoor de positie van de Westoever onduidelijk blijft. De Westelijke Jordaanoever is formeel – ook in Israel – bezet gebied, en valt daarom niet onder Israelische wetgeving. De wet bepaalt verder dat Israel niet alleen verantwoordelijk is voor de eigen burgers (ongeacht hun identiteit) maar ook  voor de Joden in de wereld.

Wel heeft deze aangenomen wet een grote symbolische waarde, wat ook weerspiegeld wordt in de protesten, vooral vanuit minderheidsgroepen. Veel Israeli’s zien het nut van de wet niet, aangezien de onafhankelijkheidsverklaring veel van de onderwerpen behandelt, “zonder het precaire evenwicht tussen ‘Joods’ en ‘Democratisch’ te verliezen.”

Verschillende groepen hebben aangekondigd de wet aan te vechten via de Hoge Raad. Zo hebben Israelische Bedoeïenen het gerechtshof opgeroepen om de wet onwettig te verklaren. Israel is een van de weinig landen waar wetten door het hoge gerechtshof kunnen worden getoetst. Het hof heeft in het verleden al meerdere wetten onwettig verklaard, omdat ze in strijd zouden zijn met nationale of internationale wetten.