Wat betekent de Joodse natiestaat-wet in de praktijk? Een analyse

IN ISRAEL / Door: PAUL VAN DER BAS / 19 jul 2018 KNESSET NETANYAHU

De Israelische premier Netanyahu noemt de recent aangenomen Joodse natiestaat-wet een “cruciaal moment in de annalen van het zionisme en de staat Israel”. Critici menen dat de wet een aanval is op de rechten van minderheden. In feite lijkt de wet vooral symboolpolitiek met weinig praktische consequenties. 

In de nacht van woensdag op donderdag is in Israel de zogeheten Joodse natiestaat-wet aangenomen door de Knesset, met 62 stemmen voor en 55 stemmen tegen. De wet definieert Israel als Joodse staat, een bepaling die voorheen wél in de Israelische Onafhankelijkheidsverklaring stond, maar niet formeel juridisch was vastgelegd. 

Tegenstanders van de wet spreken van een aanval op het democratische karakter van de staat Israel, en vrezen dat de positie van minderheden (met name Arabische Israeli’s) erdoor zal worden geschaad. Arabische leden van de Knesset spraken zelfs van een “Apartheidswet”.

Voorstanders, onder wie premier Netanyahu, prijzen de wet juist als een historisch moment voor Israel. Maar wat betekent de veelbesproken wet nu in de praktijk? 

Basiswetten

De Joodse natiestaat-wet wordt onderdeel van de Israelische ‘Basiswetten‘. Deze wetten fungeren als een grondwet – zo staat erin hoe de verkiezingen plaatsvinden, wat de macht van het parlement is, en staan burgerlijke vrijheden en mensenrechten erin vastgelegd. Het Israelische Hooggerechtshof kan aangenomen wetten toetsen aan de Basiswetten, vergelijkbaar met hoe de Amerikaanse Supreme Court kan oordelen of een wet in lijn is met de Grondwet. Om te beoordelen wat de praktische uitwerking van de nieuwe natiestaat-wet is, is het belangrijk om na te gaan wat er nu precies in de wet staat. Hieronder volgt een analyse.

1: Basisprincipes

Het eerste wetsartikel van de natiestaat-wet stelt dat het land Israel het historische thuisland is van het Joodse volk, waar de staat Israel is gesticht. De staat Israel, vervolgt het artikel, is het nationale thuis voor het Joodse volk, waar het zijn “natuurlijke, culturele, religieuze en historische zelfbeschikkingsrecht” uitoefent. Ten derde stelt het wetsartikel dat het recht op nationale zelfbeschikking in de staat Israel is voorbehouden aan het Joodse volk. 

Dat Israel de staat van het Joodse volk is, stond ook in de Israelische Onafhankelijkheidsverklaring van 1948. Hoewel dit oprichtingsdocument geen formeel juridische status heeft, is het door het Israelische Hooggerechtshof vaak toegepast als richtlijn en referentiekader. Omdat het Israelische rechtssysteem gebaseerd is op het Britse systeem van common law, is de precedentwerking van rechterlijke uitspraken van groot belang in de beoordeling van rechtszaken die daarna komen.

Door deze precedenten zijn veel van de waarden van de Onafhankelijkheidsverklaring ingebed in het Israelische recht. Dat het Joodse karakter van Israel nu wordt vastgelegd in de Basiswetten is formeel gezien een ‘promotie’ ten opzichte van de Onafhankelijkheidsverklaring, maar in de praktijk heeft dit weinig gevolgen. 

2: De symbolen van de staat

Het tweede wetsartikel legt vast dat de naam van de staat ‘Israel’ is, dat de vlag bestaat uit een wit vlak met twee blauwe banen en een davidsster in het midden, en dat ‘Hatikvah’ het volkslied is. Ook wordt de zevenarmige menorah wettelijk verankerd als het nationale symbool van Israel. Al deze zaken waren al de gangbare praktijk. Dat ze nu zijn vastgelegd in de nieuwe Joodse natiestaat-wet, verandert dus niets aan de praktijk.

3: De hoofdstad

De volledige tekst van dit wetsartikel luidt: “Jeruzalem, volledig en verenigd, is de hoofdstad van Israel”. Ook hier niets nieuws onder de zon: de zogeheten Jeruzalemwet uit 1980 stelt exact hetzelfde. Ook de Jeruzalemwet is onderdeel van de Israelische Basiswetten. Dat de bepaling nu – opnieuw – wordt vastgelegd, is dus puur symbolisch.

4: De taal

Het vierde artikel is één van de meest omstreden bepalingen in de nieuwe wet. Het wetsartikel stelt dat Hebreeuwse de (enige) officiële landstaal is. De Arabische taal, gesproken door Arabische Israeli’s, die 20 procent van de bevolking vormen, krijgt een ‘speciale status’. Voorheen waren zowel Hebreeuws als Arabisch officiële landstalen, in de nieuwe wet wordt dat dus veranderd.

Tegelijkertijd stelt de wet dat “deze clausule niet de status zal schaden die de Arabische taal had voordat deze wet in werking trad”. Enerzijds wordt de status van de Arabische taal in Israel dus gedegradeerd, maar anderzijds stelt de wet dat de Arabische taal dezelfde positie behoudt als vóór de nieuwe wet het geval was. Wederom lijkt er dus sprake van een symboolmaatregel – maar wel een symboolmaatregel die pijnlijk en kwetsend is voor het Arabische deel van Israels bevolking. 

5: “Terugkeer uit ballingschap”

Met deze term, “ingathering of the exiles” in het Engels, doelt de wet op het feit dat Israel openstaat voor immigratie van alle Joden vanuit de hele wereld. Ook dit wordt al genoemd in de Onafhankelijkheidsverklaring en staat al in de Israelische “Wet op Terugkeer”, en wordt nu dus ook vastgelegd in de Basiswetten. Praktisch gezien verandert er niets. 

6. Band met het Joodse volk

Dit wetsartikel stelt A) dat Israel zich zal inzetten voor de veiligheid van Joden wereldwijd; B) dat de staat zich zal inzetten om de band tussen Israel en Joden buiten Israel te versterken; C) dat Israel zich inzet voor het behoud van cultureel, historisch en religieus erfgoed van Joden in de Diaspora.

Wederom weinig nieuws, want het gaat om dingen die al onderdeel zijn van de dagelijkse realiteit. 

7. Joodse vestiging

Over deze bepaling zijn veel misverstanden. Zo meldt de NOS dat de nieuwe wet de “uitbreiding van joodse nederzettingen” ziet als “een kwestie van nationaal belang”. Dit is een gevolg van een vertaalfout – de Engelse vertaling van de wet spreekt van  “Jewish settlement”, enkelvoud dus. Waar ‘settlements’ ‘nederzettingen’ betekent, betekent ‘settlement’ (zonder lidwoord) ‘vestiging’ of ‘bewoning’. De tekst van het artikel luidt:

“De staat ziet de ontwikkeling van Joodse vestiging als een nationale waarde en zal haar stichting en versterking aanmoedigen en promoten.” 

Het gaat dus niet per se om vestiging in betwist gebied. Het kan over vestiging binnen én buiten de Groene Lijn gaan. Dat is een kritiekpunt van tegenstanders van de wet, die menen dat de Israelische regering moet stoppen met het steunen van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Tegelijkertijd is het geen verandering ten opzichte van de bestaande situatie. 

 

8. Officiële kalender

De Joodse kalender wordt vastgelegd als officiële kalender voor Israel, naast de (bij ons gangbare) Gregoriaanse kalender. 

9. Onafhankelijkheidsdag en herdenkingsdagen

De Israelische Onafhankelijkheidsdag (Jom Ha’Atsmaoet) wordt vastgelegd als officiële feestdag, de herdenking van de Holocaust (Jom HaSjoa) en de herdenking van oorlogsslachtoffers (Jom HaZikaron) worden vastgelegd als officiële herdenkingsdagen. 

10. Rustdagen en de Sjabbat

De sjabbat en de Joodse feestdagen gelden als officiële (vrije) rustdagen in de staat Israel. Niet-Joden hebben het recht om (vrije) rustdagen aan te houden op hun eigen (feest)dagen. 

11. Onveranderlijkheid

De wet kan alleen worden aangepast wanneer een meerderheid van de Knesset een vervangende basiswet aanneemt. 

Ook rechtse politici zijn kritisch

De tegenstanders van de natiestaat-wet behoren niet allemaal tot de linkerflank van de Israelische politiek. Ook president Rivlin, een partijgenoot van Netanyahu, uitte felle kritiek. Hij keerde zich tegen een maatregel uit het oorspronkelijke wetsvoorstel, die religieuze en culturele groepen het recht zou geven om exclusieve woongemeenschappen te stichten. Deze omstreden bepaling  is overigens uit de uiteindelijke wet geschrapt.

Twee opvallende Knessetleden onthielden zich van stemming. Het gaat om Orly Levi, zij werd verkozen voor de partij Yisrael Beitenu en splitste zich af van de fractie toen de partij toetrad tot de coalitie van Netanyahu. Ook Likoed-prominent Benny Begin onthield zich van stemming. Opmerkelijk: Levi’s vader was minister van Buitenlandse Zaken voor de Likoed. Begins vader, Menachem Begin, was ooit de eerste rechtse premier van Israel. 

Hamed Amar en Akram Hasson stemden tegen, ondanks het feit dat ze beide tot coalitiepartijen behoren. Hamed Amar is parlementslid voor Yisrael Beitenu, Hasson is lid van het centrumrechtse Kulanu. Beide zijn afkomstig uit de Druzische minderheid, die Arabisch spreekt. 

Conclusie

In tegenstelling tot wat voor- én tegenstanders zeggen, lijkt de wet vooral een symboolmaatregel die weinig zal veranderen aan de realiteit. Dat Netanyahu de wet een ‘cruciaal moment’ voor Israel noemt, is vooral gericht op de eigen achterban. Tegenstanders van de wet die menen dat er een aanval plaatsvindt op de rechten van minderheden, gaan ten eerste voorbij aan het feit dat de meeste bepalingen al bestonden. Ten tweede is het zo dat de Israelische Basiswetten democratische burgerrechten garanderen aan alle burgers – daar verandert de nieuwe Joodse natiestaat-wet niets aan.

Symboolpolitiek met grote gevoelswaarde

De aangenomen wet is dus symboolpolitiek, bedoeld om het Joodse karakter van de staat Israel te benadrukken. Veel Israeli’s zijn daar blij mee, zeker omdat de Palestijnse Autoriteit blijft weigeren om Israel te erkennen als Joodse staat – wat door Israeli’s wordt beschouwd als een aanval op Israels bestaansrecht.

Er zijn echter ook veel Israeli’s die zich door de wet benadeeld voelen. Door het principe van Israel als Joodse staat vast te leggen in de Basiswetten, vinden tegenstanders, maakt de staat een onderscheid tussen Joodse en niet-joodse burgers. Arabische Israeli’s voelen zich tekortgedaan door de bepaling dat hun taal geen officiële taal meer is – ook al stelt de wet dat er praktisch gezien niets zal veranderen.

Juist symboolmaatregelen als deze hebben een grote gevoelswaarde, zelfs als de praktische consequenties gering zijn. Feit is dat de nieuwe Joodse natiestaat-wet veel controverse heeft veroorzaakt in de Israelische samenleving en bestaande spanningen op scherp zet. Die polariserende werking komt veel politici waarschijnlijk goed uit, maar het is de vraag of het nationale belang hiermee is gediend.