Kabinet ‘positief’ over EU-zorgen ambassades Kosovo en Servië in Jeruzalem

Het Kabinet “acht het positief dat de EU direct zorg heeft uitgesproken” over de aankondiging van Kosovo en Servië over het plaatsen van ambassades in Jeruzalem. Dat schrijft minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok in antwoord op Kamervragen.

Op 4 september maakte de Amerikaanse president Donald Trump een economisch akkoord tussen Kosovo en Servië bekend. Als onderdeel van de overeenkomst gaan Kosovo en Israël over tot wederzijdse erkenning.  De Kosovaarse republiek gaat tevens, net als Servië, een ambassade in Jeruzalem openen.

De ambassade-aankondiging van Servië en Kosovo is echter tegen het zere been van de EU. “Er is geen EU-lidstaat dat een ambassade in Jeruzalem heeft”, aldus Europese Commissie-woordvoerder Peter Stano tijdens een persconferentie. “Elke diplomatieke stap die het gezamenlijke standpunt van de EU ten aanzien van Jeruzalem in twijfel trekt, baart serieuze zorgen en treurnis”.

Het besluit om ambassades in Jeruzalem te openen kan dus Servië en Kosovo problemen opleveren ten aanzien van hun relatie met de Europese Unie. Servië is kandidaat-lidstaat en is bezig met het conformeren aan EU-wetgeving om lid te kunnen worden. Kosovo kent momenteel de status van potentiële kandidaat.

Servië lijkt zich dan ook al voorzichtig terug te trekken uit de ambassade-toezegging. Volgens de Servische minister van Buitenlandse Zaken moet de uiteindelijke beslissing nog binnen de regering besproken worden en zal dit besluit van een “aantal factoren” afhangen.

Naar aanleiding van de EU-zorgen, diende Raymond de Roon (PVV) Kamervragen in. In antwoord hierop laat minister Blok weten dat het kabinet de toenadering tussen Servië en Kosovo, en tussen Kosovo en Israël, verwelkomt. De aankondiging over het eventueel openen van ambassades wordt echter niet door de minister verwelkomd: “het kabinet acht het positief dat de EU direct zorg heeft uitgesproken over de aankondiging van de beide landen t.a.v. het vestigen van hun ambassades in Jeruzalem”.

Minister Blok stelt dat van (potentiële) kandidaat-lidstaten zoals Kosovo en Servië wordt verwacht “dat zij zich proactief aansluiten bij het beleid en de inzet van de Europese Unie t.a.v. derde landen”. Blok ontkent echter dat er sprake zou zijn van dreigementen of chantage, hij spreekt van een “vrijwillige keuze van de betreffende landen”. Tegelijkertijd wijst de minister erop dat de EU de mate monitort waarin kandidaat-lidstaten zich aansluiten bij het EU-beleid t.a.v. derde landen en dat hierover gerapporteerd wordt.

Het verzoek van De Roon om de Nederlandse ambassade naar Jeruzalem te verplaatsen, vindt bij Blok dan ook geen goedkeuring. “Voor Nederland en de EU vormen de grenzen van 1967 de basis voor de twee-statenoplossing, ook voor wat betreft de toekomstige status van Jeruzalem. Totdat met instemming van beide partijen een oplossing is bereikt – met inbegrip van de status van Jeruzalem – is verplaatsing van de ambassade niet aan de orde”, aldus de minister. Opmerkelijk genoeg opereren een aantal EU-lidstaten en de EU wel diplomatieke kantoren in Jeruzalem ter vertegenwoordiging aan de Palestijnen.