Woonplaats Nederlandse diplomaten legt dubbele standaard rondom Jeruzalem bloot

In het huisvestingsbeleid van werknemers van de Nederlandse diplomatieke posten in Israel en de Palestijnse gebieden lijkt sprake te zijn van een dubbele standaard omtrent de status van Jeruzalem. Hoewel diplomaten werkzaam voor de Nederlandse ambassade in Israel uit praktische overwegingen in Tel Aviv wonen, is personeel van de Nederlandse vertegenwoordiging in de Palestijnse stad Ramallah woonachtig in Oost-Jeruzalem. De laatstgenoemde keuze is echter gemaakt om politieke redenen.

Die dubbele standaard blijkt uit antwoorden van minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) op Kamervragen van Thierry Baudet. De Forum voor Democratie-voorzitter had Blok begin deze maand gevraagd om een einde te maken aan de asymmetrische situatie en Nederlands ambassadepersoneel naar het westelijke deel van Jeruzalem te verhuizen. Blok zegt daar niet toe bereid te zijn, maar kan ook niet goed uitleggen waarom de keuze voor Tel Aviv is ingegeven door praktische redenen, terwijl achter de woonplaatskeuze van de Nederlandse vertegenwoordiger in de Palestijnse gebieden politieke argumenten zitten.

Het Nederlandse vertegenwoordigingskantoor in Ramallah (beeld: Google Street View)

Tot 1980 stond de Nederlandse ambassade in het westelijke deel van Israels hoofdstad, maar de ambassade werd verhuisd naar Tel Aviv als protest tegen de Israelische verklaring dat de stad de “ondeelbare en eeuwige hoofdstad” van de Joodse staat is. De diplomaten verhuisden mee. In 1994, na het sluiten van de Oslo-akkoorden tussen Israel en de Palestijnse PLO, besloot Nederland ook een kantoor te openen in de Palestijnse gebieden. De keuze viel op Ramallah, immers de bestuurlijke hoofdstad van de Palestijnse gebieden. Opmerkelijk genoeg werd er echter voor gekozen om de Nederlandse vertegenwoordiger, evenals ander personeel, onder te brengen in Jeruzalem.

Deze keuze schopt tegen het verkeerde been van Baudet. Volgens het Kamerlid wekt dit namelijk de indruk dat Nederland vindt dat Jeruzalem meer aan de Palestijnen dan aan Israel toebehoort. In zijn Kamervragen wijst hij erop dat Nederland in ieder geval West-Jeruzalem altijd heeft gezien als de toekomstige hoofdstad van Israel, terwijl Oost-Jeruzalem de hoofdstad zou moeten worden van de gehoopte Palestijnse staat. Blok slaagt er niet in om uit te leggen waarom de diplomaten van de Nederlandse ambassade in Israel dan niet in Jeruzalem wonen.

Er lijkt dus sprake te zijn van een dubbele standaard. Waar Nederlandse diplomaten werkzaam in Tel Aviv ook in die stad wonen om “praktische overwegingen”, zijn diplomaten die in Ramallah werken woonachtig in Jeruzalem als politiek signaal.

‘Grenzen’ van 1967

“De Nederlandse diplomaten werkzaam op deze ambassade wonen uit veelal praktische overwegingen in Tel Aviv. Voor hun contacten met de Israelische overheid reizen zij regelmatig naar West-Jeruzalem”, zo schrijft hij. “De Nederlandse Vertegenwoordiger bij de Palestijnse Autoriteit woont in Oost-Jeruzalem – evenals vertegenwoordigers van andere EULS – als teken dat Nederland en de EU de grenzen van 1967 ook ten aanzien van de toekomstige status van Jeruzalem als uitgangspunt beschouwen. Deze praktijk is vergelijkbaar met die van andere landen.” Volgens die “grenzen” – de bestandslijnen nadat Jordanië de Westelijke Jordaanoever in 1948 had veroverd –  zou Israel recht hebben op West-Jeruzalem, wat de Nederlandse keuze dus nog altijd niet verklaart.

Thierry Baudet wilde ook weten onder welke omstandigheden Nederland bereid zou zijn de ambassade in Israel te verhuizen naar Jeruzalem, zoals de Verenigde Staten in 2018 deed. Dit is volgens het kabinet pas aan de orde als Israel en de Palestijnen tot een oplossing komen waarin ook een regeling rondom de status van Jeruzalem wordt getroffen. De “annexatie van Oost-Jeruzalem door Israel” is volgens minister Blok in strijd met het internationaal recht.

Blok gaat niet mee in sanctie-oproep D66

Dinsdag gaf minister Blok ook antwoord op de Kamervragen van Sjoerd Sjoerdsma. De D66’er riep Blok vorige week op sancties te nemen tegen Israel vanwege de aangekondigde bouw van nieuwe woningen in nederzettingen op de Westoever. In zijn antwoorden benadrukt de minister dat hij “het nederzettingenbeleid en alles wat ermee samenhangt” ziet als een van de grootste bedreigingen voor de tweestatenoplossing aan Israelische zijde. Nederland heeft daarom, in samenwerking met andere Europese landen, officieel diplomatiek protest aangetekend.

Sjoerdsma vroeg in zijn Kamervragen echter om verdergaande stappen tegen Israel. Hij drong aan “maatregelen of stappen” te verbinden aan de Israelische aankondiging om op de Westoever te gaan bouwen. Blok laat echter weten niet op de zaken vooruit te willen lopen. “Bij volgende stappen zal het kabinet opnieuw afwegen welke stap of maatregel het meest geëigend is. Het kabinet wil hier niet op vooruitlopen”, aldus de minister.