Einat Wilf: Israel’s laatste grens

Israel nadert het einde van een lange weg naar het vastleggen van permanente grenzen. Dat is waar het in het annexatiedebat echt om draait, schrijft Einat Wilf. Dit artikel verscheen eerder in Mosaic.

Grenshek tussen Israel en Jordanië (Yonathan Sindel/Flash90)

Israel is bijna aan het eind van een lange weg naar definitief vastgestelde grenzen. The momentele discussie over het eventuele Israelische besluit om soevereiniteit uit te breiden naar gebieden ten westen van de Jordaan – ook wel bekend als annexatie van de Westelijke Jordaanoever – moet in dit context gezien worden. Dit is niet zozeer de grote confrontatie tussen concurrerende visies van de Joodse staat, zoals sommige mensen het afschilderen. Het gaat vooral over het vastleggen van Israel’s laatste grens.

Toen Israel in 1948 ontstond, had het geen enkele vastgestelde grens, behalve wellicht met de niet-vijandige Middellandse Zee. Na een gefaalde oorlog om de onafhankelijkheid van Joden in het land te voorkomen, weigerden Israel’s Arabische buurlanden zich bij hun falen neer te leggen. In plaats van vrede, wilden zij maximaal een wapenstilstand erkennen in een voortgezette oorlog. 

De overeenkomsten waarmee de Arabisch-Israelische oorlog van 1948 werd uitonderhandeld, waren specifiek aangemerkt als wapenstilstandakkoorden, bedoeld om de Arabieren een kans te geven zich te hergroeperen en de oorlog tegen de jonge Staat later voort te kunnen zetten. Dat probeerden zij meerdere keren zonder succes, met 1967 als hun meest spectaculaire mislukking. Na 1949 bouwden Israeli’s hun land op binnen de wapenstilstandlijnen, maar het werden geen grenzen door te doen alsof. Dat worden zij ook niet door de wapenstilstandlijnen van 1948 de ‘grenzen van voor 1967′ te noemen: Israel’s Arabische buurlanden beschouwden deze niet als grenzen.

Israel had drie decennia lang geen internationaal erkende grens, totdat de zuidelijke grens eindelijk werd vastgelegd in de vredesovereenkomst met Egypte in 1979. Het duurde nog vijftien jaar voordat de volgende grens internationaal erkend werd: de oostgrens met Jordanië. In 1988 deed Jordanië afstand van alle territoriale aanspraken ten westen van de Jordaan; in 1994 tekende Jordanië in het kader van het Oslo-proces een vredesovereenkomst met Israel.

Tot op heden blijven Israel’s grenzen met Egypte en Jordanië haar enige internationaal erkende, wederzijds afgesproken grenzen. Maar het land heeft wel sommige andere grenzen die enige, zij het minder legitimiteit en erkenning genieten. De noordergrens met Libanon geeft de oude lijn weer tussen de Britse en Franse Mandaatgebieden, en ook de wapenstilstandlijn uit 1949. Deze ogenschijnlijke grens nam in internationale legitimiteit toe in 2000, toen Israel een eind maakte aan achttien jaar oorlog in Libanon door zich terug te trekken naar deze lijn, en toen beide partijen overeenkwamen om de zogenaamde ‘Blauwe Lijn’ te respecteren, zoals vastgesteld door de VN.

Nog een terugtrekking, vanuit Gaza in 2005, droeg bij aan het bepalen van Israel’s zuidergrens. Alhoewel de terugtocht uit Gaza unilateraal werd uitgevoerd, deed Israel de nodige moeite om zich volledig terug te trekken naar de wapenstilstandlijnen van 1949, ook wel bekend als de Groene Lijn. De overeenkomst die Israel in november 2005 met de Palestijnse Autoriteit tekende, die op dat moment nog de baas was in Gaza, verleende nog eens extra internationale legitimiteit aan deze lijn.

De laatste grens die nog enige legitimiteit kreeg is bij de Golanhoogte, die 38 jaar na officiële annexatie door Israel in 1981 uiteindelijk door de VS werd erkend als Israelisch grondgebied in 2019.

Deze ontwikkelingen hebben ook nagenoeg een einde gemaakt aan interne discussie binnen Israel over haar grenzen. De grenzen met Egypte, Jordanië en Libanon staan vast en worden niet meer betwist. De grens met Gaza heeft bijna dezelfde status: ongeacht hoe erg sommige mensen het Israel nog steeds kwalijk nemen dat de Joodse nederzettingen daar verwijderd werden, of de terugtocht uit Gaza als een fout zien, is er geen draagvlak voor om het gebied opnieuw te bezetten. Nu er een burgeroorlog in Syrië woedt, Iran daar een dikke vinger in de pap heeft, en Amerika de Israelische soevereiniteit over het gebied erkent, is het debat in Israel over het behouden van de Golanhoogte ook vrijwel geheel afgelopen.

Alles wat nog overblijft, is het op een of andere manier invullen van het laatste niet-vaststaande stuk van de oostgrens, het gedeelte dat niet gedefinieerd werd in het vredesverdrag met Jordanië.

De Palestijnen hebben in de afgelopen decennia duidelijk gemaakt dat zij geen wederzijdse overeenkomst met Israel zullen tekenen om deze grens te bepalen, aangezien zij blijven hopen op een Arabisch Palestina ‘van de Rivier tot aan de Zee’. Gaza is intussen een lanceerplatform voor raketten van Hamas. Vanwege deze twee factoren is er een brede consensus in Israel over een aantal voorwaarden voor het trekken van dit laatste stuk grens: het Israelische leger zal de enige militaire macht blijven ten westen van de Jordaan, de Palestijnen zullen enige vorm van autonomie hebben in enig gedeelte van dat gebied, en Israel zal zich inspannen om geen nederzettingen meer te hoeven ontruimen.

De reden voor elk onderdeel van bovengenoemde consensus zijn simpel te begrijpen. Voor de meeste Israeli’s is militaire terugtrekking uit heel de Westelijke Jordaanoever een te groot veiligheidsrisico. Annexeren van het hele grondgebied van de Westoever zou een enorme Palestijnse bevolking in de Staat Israel integreren, wat de toekomst van de Staat in gevaar zou brengen. Het massaal ontruimen van nederzettingbewoners zou sociale en politieke opschudding veroorzaken, die alleen de moeite waard zou zijn in ruil voor een volledige en blijvende vrede.

Het huidige Amerikaanse vredesplan omvat deze Israelische consensus, en spreekt daarom het brede politieke centrum in Israel aan. Het benoemt de IDF als de enige militaire macht ten westen van de Jordaan. Het tekent een route voor de Palestijnen, die nu slechts beperkte autonomie genieten, naar de stichting van hun eigen staat op 70% van het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever, zonder het ontruimen van nederzettingen te vereisen. Voor de meeste Israeli’s is dat voldoende, vooral met steun vanuit de VS en als dit leidt tot verdere normalisatie met Arabische staten.

Door in feite een plafond vast te stellen voor Israel’s nederzettingenbeleid, in de vorm van een officiële kaart die meer grondgebied aan de Palestijnen toekent dan zij momenteel bezitten, helpt het Amerikaanse plan Israel een stap vooruit in het lange en chaotische proces van het trekken van het laatste stuk van de oostgrens. Hoewel dit plafond hoger ligt en meer nederzettingen toelaat dan sommige linkse mensen verstandig of wenselijk achten, ligt het alsnog veel lager en staat het veel minder toe dan wat sommige mensen op rechts voor ogen hebben.

Er zijn zelfs nederzettingbewoners die geloven dat het plafond aangegeven in het Amerikaanse plan uiteindelijk als bodem zal dienen, een uitgangspunt voor toekomstige nederzettingenactiviteit. Voorstanders van deze visie geloven dat het momentele voorstel om soevereiniteit uit te breiden naar slechts een gedeelte van gebied C verstandig is, ook al zou dit kunnen leiden tot voorheen ongekende legitimering door nederzettingbewoners van het idee van een Palestijnse staat. Waarom? Omdat zij denken dat het Palestijnse nee-zeggen zal leiden tot nog meer mogelijkheden om Israelische soevereiniteit uit te breiden naar nog meer grondgebied, en daarmee uit te sluiten dat er ooit een Palestijnse staat komt.

Andere nederzettingbewoners daarentegen vinden dit plafond veel minder gunstig, aangezien de nederzettingenenclaves middenin Palestijns gebied nog minder praktisch verdedigbaar zouden zijn dan nu. Deze groep nederzettingbewoners vreest dat doorsnee Israeli’s zich meer en meer af zullen vragen waarom zulke geïsoleerde enclaves voor nodig zijn, en waarom Israel zijn oostgrens met honderden kilometers moet verlengen in een kronkelende warboel, allemaal om slechts een klein aantal nederzettingbewoners binnen zijn grondgebied op te nemen.

Hoewel ik vermoed dat het momentele aanbod aan plannen een plafond zal stellen aan het nederzettingenproject, en dat dit met de tijd een verbeterde en minder kronkelende grens zal opleveren naarmate de nederzettingenenclaves onhoudbaar worden, is er momenteel geen manier om zeker te weten welke ontwikkeling zal plaatsvinden. Deze onduidelijkheid is de belangrijkste reden waarom de meeste Israeli’s de voorkeur geven aan de status quo, en niet begrijpen waarom zij uitgerekend nu worden lastiggevallen met annexatieplannen.

Naarmate Israel dichterbij een oplossing komt voor het laatste stuk van haar oostgrens, zal het proces ongetwijfeld uit de hand lopen. Het zal niet leiden tot een nette eindafrekening in de vorm van een bilateraal verdrag met een gevestigde staat, zoals de verdragen met Egypte of Jordanië. Het is geen begrijpelijke zet in de vorm van een strategische terugtocht naar een duidelijke lijn in het zand, zoals bij Libanon en Gaza gebeurde. Het zal moreel en politiek gezien niet zo eenvoudig zijn als het annexeren van gebied van duidelijke strategische waarde  zonder al teveel burgerbevolking, zoals de Golanhoogte. Maar het wordt desalniettemin een antwoord op een decennia-oude vraag.

Daarom moeten wij het debat over het antwoord op die vraag niet aanzien voor een of ander groot moreel conflict over de toekomst van Israel. Wat plaatsvindt is noch het begin van een éénstaatsoplossing met apartheid, zoals sommigen op links beweren; noch is het het begin van onze verlossing, zoals sommigen van rechts beweren. Wij bevinden ons in de laatste fase van een proces dat de Staat Israel bevestigt als een blijvende staat in de regio, met erkende grenzen. Niets meer, en zeker niets minder.

Dr. Einat Wilf (1970) is dé expert op het gebied van de Palestijnse vluchtelingenproblematiek. De afgelopen jaren publiceerde ze meerdere boeken over Israel en het zionisme, zoals ‘Winning the War of Words: Essays on Zionism and Israel’. Eerder, tussen 2010 en 2013, was Wilf lid van de Knesset voor de Arbeidspartij en de Onafhankelijkheidspartij van oud-premier Ehud Barak. In deze hoedanigheid bezocht ze in 2012, op uitnodiging van CIDI, het Nederlandse parlement.