VS overweegt maatregelen tegen Jordanië vanwege weigering uitlevering Tamimi

De regering van de Amerikaanse president Donald Trump overweegt om de steun aan Jordanië te korten, omdat het land weigert de Palestijns-Jordaanse terroriste Ahlam Tamimi uit te leveren aan de VS. Tamimi wordt in Amerika gezocht vanwege haar betrokkenheid bij de aanslag op een pizzeria in Jeruzalem in 2001. Bij die aanslag kwamen 16 mensen om het leven, waaronder twee Amerikaanse staatsburgers. Tot de doden behoorden ook de ouders en drie kinderen van het Nederlands-Israelische gezin Schijveschuurder.

Ahlam Tamimi in een interview met EenVandaag (2011)

De Palestijns-Jordaanse terroriste staat op de FBI-lijst van meestgezochte terroristen, maar Jordanië frustreert al jaren de uitlevering. Volgens de regering-Trump worden nu “alle mogelijkheden” overwogen om Tamimi naar de VS te krijgen. Dat meldt Associated Press dinsdag. De Amerikanen geven jaarlijks meer dan anderhalf miljard dollar financiële steun aan het land. Hier komt binnenkort mogelijk verandering in.

“De Amerikaanse vrijgevigheid richting Jordanië – militaire steun, maar ook economische steun en andere hulp – wordt zorgvuldig vastgesteld om de verschillende Amerikaanse belangen in Jordanië en de regio te beschermen en bevorderen,” aldus Henry Wooster, Trump’s genomineerde voor de post van ambassadeur in Amman. “Als ik word goedgekeurd [door de Senaat] zal ik alle mogelijkheden verkennen om Ahlam Aref Ahmad Al-Tamimi voor de rechter te brengen, ervoor te zorgen dat ze wordt uitgeleverd en zal ik de bredere problematiek rondom het uitleveringsverdrag aan de orde stellen.” Begin mei deden Republikeinse politici een vergelijkbare oproep.

‘Bezaaid met bloed en lichamen’

Ahlam Tamimi (1980) studeerde aan Universiteit van Bir Zeit en werkte parttime als journalist, toen ze in 2001 werd gerekruteerd door terreurgroep Hamas. Op dat moment is de Tweede Intifada in volle gang. Tamimi kreeg de opdracht om een doel voor de bomaanslag te zoeken, en bracht op 9 augustus 2001 zelfmoordterrorist Ahmed Al-Masari naar het Sbarro-restaurant in Jeruzalem. Hij droeg een bom bij zich, verstopt in een gitaarkoffer. De bom woog tussen de 5 en 10 kilo en bevatte honderden metalen bouten, moeren en spijkers om de schade te maximaliseren. Terwijl Tamimi buiten bleef, ging Al-Masari het restaurant binnen en liet hij de bom afgaan.

Het is op dat moment ongeveer 14.00 uur, en het restaurant was gevuld met klanten die kwamen lunchen. In totaal kwamen 16 mensen om het leven, waaronder zeven kinderen en een zwangere vrouw. Nog eens 130 mensen raakten gewond. Volgens ooggetuigenverslagen was de drukke winkelstraat “volledig bezaaid met bloed en lichamen: van de doden en van de stervenden”. Tamimi beschreef later in een interview op het Palestijnse televisiestation Al-Aqsa TV dat ze haar glimlach wilde verbergen, maar dat niet kon, toen ze op de radio het aantal slachtoffers hoorde oplopen.

Vanwege haar aandeel in de Sbarro-aanslag – evenals haar poging een bom af te laten gaan in een supermarkt een maand eerder – werd Tamimi door een Israelische rechtbank veroordeeld tot 16 keer levenslang, en daarnaast nog eens 250 jaar. Ze kwam echter in 2011 vrij als onderdeel van de gevangenenruil tussen Israel en Hamas. Sindsdien woont Tamimi in Jordanië, waar ze als een nationale held wordt gezien. Zo heeft ze haar eigen televisieprogramma over Palestijnse gevangenen. De terroriste heeft nooit enige blijk van berouw getoond. In tegendeel: in een interview met EenVandaag is te zien hoe ze moest lachen toen de interviewer vertelde dat er geen drie, maar acht kinderen waren omgekomen bij haar aanslag.

Uitlevering aan de Verenigde Staten

Onder de dodelijke slachtoffers van de Sbarro-aanslag bevonden zich ook meerdere mensen met een andere nationaliteit dan de Israelische. Omdat twee van de slachtoffers – Malka Roth (15) en de vijf maanden zwangere Shoshana Greenbaum (31) – de Amerikaanse nationaliteit hadden, besloot het Amerikaanse ministerie van Justitie in 2013 om een aanklacht in te dienen tegen Ahlam Tamimi. De aanklacht werd openbaar in 2017, en de Amerikanen hebben een beloning van 5 miljoen dollar uitgeloofd voor de gouden tip die tot haar arrestatie leidt.

Onder de 16 slachtoffers bevonden zich ook vijf leden van het Nederlands-Israelische gezin Schijveschuurder: Tzira (41), Motti (43), Ra’aya (14), Yitzhak (4) en Hemda (2). Nog twee dochters van de familie Schijveschuurder, Leah en Chaya, raakten ernstig gewond. Ze blijven alleen achter met hun drie oudere broers, die niet mee waren op het uitstapje naar Jeruzalem. Een herdenking in het Joods Cultureel Centrum in Amsterdam, enkele dagen na de aanslag, trok honderden mensen.

Het Nederlands-Israelische gezin Schijveschuurder: Motti (43), Tzira (41), Ra’aya (14), Yitzhak (4) en Hemda (2)

De Verenigde Staten verzocht Jordanië na de vrijlating van Tamimi in 2011 om uitlevering, maar zonder succes. Hoewel de twee landen een uitleveringsverdrag hebben gesloten in 1995, weigert Jordanië gehoor te geven aan het verzoek. Ze beweren dat het verdrag niet geldig is, omdat het Jordaanse parlement er nooit mee heeft ingestemd. Dat is opvallend, want Jordanië leverde in het verleden wel een andere verdachte uit aan de VS. Ook andere juridische bezwaren van Jordanië tegen de uitlevering snijden geen hout. Het lijkt er alle schijn van te hebben dat het land de uitlevering moedwillig frustreert, al helemaal omdat uitlevering ook zonder verdrag mogelijk zou zijn.

CIDI-standpunt

CIDI juicht het toe dat de Verenigde Staten nu bereid lijkt om maatregelen te nemen tegen Jordanië, met als doel deze gewetenloze terrorist voor de rechter te brengen. Het is onverteerbaar dat Ahlam Tamimi, na slechts 8 jaar van haar straf uit te hebben gezeten, als een ster leeft in Jordanië. Niet alleen heeft ze haar straf niet volledig uitgezeten, ze heeft bovendien altijd volgehouden trots te zijn op de aanslag waarbij ook vijf Nederlanders om het leven kwamen.

Het is lovenswaardig dat de Nederlandse regering vorig jaar het laatste beetje directe subsidie aan de Palestijnse Autoriteit (PA) stop heeft gezet, omdat de PA terrorisme financieel blijft belonen. De daders en/of nabestaanden van de Sbarro-aanslag ontvingen reeds 3.000 euro van de PA. Nederland kan echter meer doen om de Amerikaanse regering te assisteren bij het berechten van Tamimi. Tegenover de miljoenen euro’s die Jordanië jaarlijks van ons ontvangt, onder meer voor het versterken van de private sector en de arbeidsmarkt, zou ook moeten staan dat het land geen vrijhaven mag zijn voor terroristen.