‘Waarom heeft Nederland in de VN-Mensenrechtenraad opnieuw voor resoluties gestemd die eenzijdig tegen Israël zijn gericht?’

In aanvulling op de PVV heeft de ChristenUnie Kamervragen ingediend over het stemgedrag van Nederland bij de VN-Mensenrechtenraad met betrekking tot Israël.

Afgelopen week werd de jaarlijkse sessie van de VN-Mensenrechtenraad geconcludeerd. Zoals gewoonlijk was Israël de zondebok: er werden vier moties met betrekking tot de Joodse staat aangenomen. Drie hiervan werden onder agenda-item 7 ingediend. Onder agendapunt 7 komt het onderwerp “Israël en de mensenrechtensituatie in Palestina en andere bezette Arabische gebieden” standaard tijdens elke sessie aan de orde. Geen enkel ander land wordt zo onder de loep genomen door de UNHRC. De Mensenrechtenraad heeft Israël in meer resoluties veroordeeld dan alle andere landen in de wereld bij elkaar.

Voor de met Israël geobsedeerden waren de resoluties onder agendapunt 7 dit keer niet genoeg. Deze sessie bij de Mensenrechtenraad werd ook een motie met betrekking tot de Joodse staat onder agendapunt 2 behandeld. Resolutie A/HRC/46/L.31 wijdde niet minder dan 19 paragrafen aan Israël. Raketaanvallen op Israël werden in één paragraaf genoemd, zonder te benoemen wie achter deze beschietingen zit. Niet vreemd, gezien de tekst geschreven is door de Palestijnse vertegenwoordiging met steun van Pakistan en Venezuela. Mensenrechtenschendingen door de Palestijnse Autoriteit naar haar eigen bevolking toe worden dan ook volkomen genegeerd in de motie.

De resolutie ging zelfs Bahrein te ver, dat lid is van de Arabische Liga en vrijwel altijd voor veroordelingen van Israël bij de Mensenrechtenraad stemt. Dit keer onthield de Golfstaat zich echter van stemming als signaal tegen deze anti-Israëlobsessie. Nederland stemde echter voor de resolutie. In totaal stemden 22 landen voor en 6 tegen, met 8 onthoudingen. 

Met zijn voorstem draagt Nederland bij aan het wegkijken van mensenrechtenschendingen gepleegd tegen de Palestijnse bevolking door de PA en andere Palestijnse groeperingen. De onderdrukking van seksuele minderheden, critici en de inzet van kindsoldaten door terreurgroepen als Hamas – dat dit allemaal wordt weggelaten in de resolutie laat de Nederlandse VN-vertegenwoordiging koud.

Niet alleen houdt de Nederlandse VN-vertegenwoordiger in tegenspraak met statements van minister Blok agendapunt 7 in stand, het negeert ook nog eens de wens van de democratisch gekozen Tweede Kamer. Steeds weer lappen de diplomaten die Nederland vertegenwoordigen de door het Nederlandse parlement aangenomen motie aan hun laars, die oproept tot het stelling nemen tegen landen die op disproportionele wijze Israël agenderen bij de VN.

Naar aanleiding van de Nederlandse voorstem voor de eenzijdige resolutie A/HRC/46/L.31, heeft de PVV Kamervragen ingediend. Geert Wilders en Raymond de Roon vragen minister Stef Blok om opheldering over het “verwerpelijke” Nederlandse stemgedrag bij de VN-mensenrechtenraad. De PVV-Kamerleden verlangen van de minister van Buitenlandse Zaken een verklaring waarom Nederland “samen met onvrije landen als China, Pakistan etc. ervoor heeft gezorgd dat er wéér een eenzijdige anti-Israël resolutie is aangenomen bij de VN-Mensenrechtenraad”.

Kamervragen namens de ChristenUnie

In aanvulling op de Kamervragen van de PVV, heeft Joël Voordewind namens de ChristenUnie schriftelijke vragen ingediend bij minister Blok. Voordewind vraagt om opheldering waarom de Nederlandse VN-vertegenwoordiging opnieuw voor resoluties heeft gestemd “die eenzijdig tegen Israël zijn gericht zijn”. Het CU-Kamerlid vraagt zich af hoe dit stemgedrag zich verhoudt tot de doelstelling om een einde te maken aan agendapunt 7 – dat exclusief tegen Israël is gericht. Voordewind stelt dan ook dat Nederland tegen iedere resolutie onder dit agendapunt zou moeten stemmen “om daarmee het Nederlandse standpunt dat dit agendapunt moet verdwijnen kracht bij te zetten”. Volgens het vertrekkende Kamerlid draagt het stemmen voor resoluties onder agenda-item 7 bij “aan de legitimatie van het eenzijdig tegen Israël gerichte agendapunt”. 

Aanvankelijk was coalitiepartij ChristenUnie tegen de zitting van Nederland in de Mensenrechtenraad. De partij veranderde echter van opvatting na de toezegging van minister Blok dat Nederland zich zou inzetten voor hervorming van de raad, waaronder de negatieve obsessie met Israël. Uit het stemgedrag van de Nederlandse vertegenwoordiging van de VN blijkt echter dat Nederland meedoet aan het anti-Israëlcircus bij de Mensenrechtenraad. In woord zegt de Nederlandse regering zich in te zetten voor het schrappen van het beruchte agenda-item 7 en het tegengaan van disproportionele agendering van Israël, in daad houdt de anti-Israël hetze bij de VN in stand.

 

2021Z05073

(ingezonden 29 maart 2021)

Vragen van het lid Voordewind (ChristenUnie) aan de minister van Buitenlandse Zaken over het stemgedrag van Nederland in de VN-Mensenrechtenraad

  1. Waarom heeft Nederland in de VN-Mensenrechtenraad opnieuw voor resoluties gestemd die eenzijdig tegen Israël zijn gericht zijn? 1)
  2. Hoe verhoudt dit stemgedrag zich tot de Nederlandse doelstelling om een einde te maken aan dit exclusief tegen Israël gerichte agendapunt?
  3. Hoe geloofwaardig vindt u het voor het VN-mensenrechtenbeleid dat dit agendapunt nog steeds bestaat?
  4. Deelt u de mening dat het stemmen voor resoluties onder dit agendapunt bijdraagt aan de legitimatie van het eenzijdig tegen Israël gerichte agendapunt? Zo nee, waarom niet?
  5. Bent u bereid om voortaan standaard tegen iedere resolutie onder dit agendapunt te stemmen dan wel van stemming te onthouden om daarmee het Nederlandse standpunt dat dit agendapunt moet verdwijnen kracht bij te zetten? Zo nee, waarom niet?

1) https://www.cidi.nl/nederland-doet-opnieuw-mee-aan-anti-israelobsessie-bij-vn-mensenrechtenraad/

Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden De Roon en Wilders (beiden PVV), ingezonden 24 maart 2021 (vraagnummer 2021Z04888).