Mandelblit: geen sprake van marteling terreurverdachten

IN ISRAEL / Door: ELKAN VAN DER RAAF / 24 jan 2021 PFLP UAWC

Het onderzoek naar de behandeling door de Shin Bet van de verdachten van de aanslag waarbij de 17-jarige Rina Shnerb is vermoord, is afgesloten. Procureur-generaal Avichai Mandelblit heeft geconcludeerd dat geen sprake is geweest van marteling.

De 17-jarige Rina Shnerb kwam om bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron

Op 23 augustus 2019 vond een dodelijke bomaanslag plaats bij de Ein Bubin-bron, nabij de nederzetting Dolev. De 46-jarige rabbijn Eitan Shnerb en zijn 19-jarige zoon Dvir raakten gewond toen het explosief afging. De 17-jarige Rina kwam bij de aanval om het leven.

Na de aanslag heeft de Israelische veiligheidsdienst Shin Bet een aantal terreurverdachten gearresteerd, die allen tot dezelfde PFLP-cel zouden behoren die achter de aanslag zit. Samer Arbid wordt ervan verdacht de celleider te zijn. Arbid was eerder de financieel directeur van de UAWC, en werd de afgelopen jaren regelmatig gearresteerd omdat hij deel uitmaakt van de PFLP. De Palestijnse terreurorganisatie heeft erkend dat Arbid een van haar commandanten is en betrokken was bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron.

Een andere medewerker van UAWC, Abdul Razeq Farraj, wordt ook verdacht van betrokkenheid bij de aanslag. Hij zou volgens de aanklacht samen met hoofdverdachte Arbid verantwoordelijk zijn geweest voor het voorbereiden van de aanval. Arbid hield Farraj op de hoogte van alle ontwikkelingen, en de laatstgenoemde rekruteerde ook nieuwe terroristen. Hoewel Farraj sinds 1985 om de haverklap werd opgepakt voor terroristische activiteiten, ging hij 2017 als vertegenwoordiger van de UAWC op de foto met Nederlandse ambtenaren. Beide PFLP’ers ontvingen bovendien tot voor kort salaris uit de Nederlandse subsidiepot. 

Na  ondervraging door de Shin Bet werd Arbid in kritieke toestand opgenomen in het ziekenhuis. Zijn advocaten stelden destijds dat hij nog gezond was toen hij werd gearresteerd. Ze spreken van “zware marteling”, waarbij hij verschillende botbreuken had opgelopen en een probleem aan zijn hart kreeg. Volgens de Shin Bet gaf de terreurverdachte tijdens de ondervraging aan zich niet goed te voelen. “In lijn met protocol is hij voor medische controle en behandeling naar het ziekenhuis gebracht”, aldus de Israëlische veiligheidsdienst.

De Shin Bet zou toestemming hebben gehad om “uitzonderlijke maatregelen” in te zetten bij de ondervraging van Arbid. Dit kan onder meer slaan, het dwingen tot oncomfortabele posities, het onthouden van slaap, ketenen en de ondervraagde blootstellen aan extreme temperaturen inhouden. Uitzonderlijke maatregelen worden doorgaans ingezet bij ‘tikkende tijdbommen’, gevallen waar vrees is dat sprake is van een naderende aanslag die voorkomen zou kunnen worden door tijdig informatie van de ondervraagde te verkrijgen. Volgens de Shin Bet had de terreurcel die de bomaanslag bij de Ein Dubin-bron had gepleegd meer aanvallen in de planning.

Het Israëlische ministerie van Justitie startte een onderzoek naar aanleiding van de vermeende marteling. Procureur-generaal Avichai Mandelblit heeft geconcludeerd dat geen sprake is geweest van marteling. Er is een “gebrek aan bewijs” voor een misdaad in de ogen van de commissie die het onderzoek heeft gedaan. Dit sluit niet uit dat de Shin Bet de eerder genoemde uitzonderlijke maatregelen heeft ingezet, daar dit volgens Israëlisch recht is toegestaan om nieuwe aanslagen te voorkomen. Volgens de Israëlische veiligheidsdienst heeft de ondervraging informatie opgeleverd die toekomstige terreuraanvallen kon voorkomen.

In augustus berichtte de NRC over de vermeende marteling. Naar aanleiding van het artikel in NRC, dienden Kirsten van den Hul (PvdA), Achraf Bouali (D66), Sadet Karabulut (SP) en Bram van Ojik (GroenLinks) Kamervragen in. In antwoord hierop In antwoord hierop lieten ministers Stef Blok en Sigrid Kaag weten dat het Kabinet bezorgd is “over de berichten dat meerdere personen die gearresteerd waren na de bomaanslag mogelijkerwijs gemarteld zouden zijn”.