PA spreekt ‘waardering’ uit voor onderdrukking Oeigoeren door China

Verschillende leden van de Verenigde Naties, waaronder de Palestijnse Autoriteit (PA), hebben deze maand in de Mensenrechtenraad hun “waardering” uitgesproken voor de onderdrukkende maatregelen die China heeft genomen tegen de islamitische Oeigoerse minderheid in het land. Een statement met deze strekking kreeg deze week steun van onder meer de PA, Bahrein, Cuba, Egypte, Iran, Irak, Oman, Pakistan, Saudi-Arabië, Syrië, Venezuela en de Verenigde Arabische Emiraten en Jemen.

De steun voor China uit opvallende hoek komt in dezelfde week waarin beelden van de Chinese concentratiekampen de hele wereld over gingen. Op een video, die in september uitlekte maar opnieuw veel gedeeld werd op sociale media, is te zien hoe Oeigoeren geblinddoekt in treinen worden geladen.

Een demonstratie voor de Oeigoeren bij het Witte Huis in Washington (2009)

De Oeigoeren zijn een minderheid die voornamelijk woont in de regio Xinjiang, in het noordwesten van China. Ze zijn overwegend islamitisch en spreken een taal die verwant is aan het Turks. Volgens mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International zijn meer dan een miljoen Oeigoeren en andere islamitische minderheden door de Chinese overheid opgesloten in kampen, met als doel de Oeigoerse cultuur uit te roeien. De Britse minister van Buitenlandse Zaken zei begin deze week dat de beelden doen denken aan “iets wat we al heel lang niet meer gezien hebben”, daarmee refererend naar de Tweede Wereldoorlog.

China erkent het bestaan van de kampen, maar zegt dat het ‘heropvoedingskampen’ zijn die als doel hebben terrorisme onder de Oeigoeren te stoppen. De afgelopen jaren pleegden Oeigoerse strijders meerdere aanslagen. China beschouwt het dragen van een hoofddoek of baard echter ook al als ‘extremisme’. De omstandigheden in de kampen zijn bovendien verschrikkelijk: er is volgens rapporten onder andere sprake van martelingen, dwangarbeid en gedwongen anticonceptie. Ook krijgen de opgesloten Oeigoeren soms geen eten en worden ouders en kinderen van elkaar gescheiden.

Westerse landen uitten ‘ernstige zorgen’

De VN-Mensenrechtenraad kwam tussen 30 juni en 17 juli bijeen in Genève. Hoewel de situatie van de Oeigoeren – in tegenstelling tot de “situatie in Palestina en andere bezette Arabische gebieden” – niet op de agenda stond, kwam het wel kort aan bod. De Britse vertegenwoordiger uitte namens 27 voornamelijk westerse landen, waaronder Nederland, op 30 juni kort zijn “ernstige zorgen” in een bijzin in een statement over Hongkong. In de verklaring wordt China opgeroepen om de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten zo snel mogelijk toegang te geven tot Xinjiang.

Een dag later kwamen 46 andere landen echter met een gezamenlijke verklaring waarin China wordt geprezen voor de “wettelijke maatregelen die het land heeft genomen, in reactie op dreigingen, om de mensenrechten van alle etnische groepen in Xinjiang te beschermen”. De landen roepen op om geen “ongefundeerde beschuldigingen tegen China te uiten, gebaseerd op misinformatie”. Gewezen wordt op de propagandatour die China ondanks organiseerde naar Xinjiang, als bewijs van de “openheid en transparantie” van het land. Ondertekenaars van het statement zijn naast de islamitische landen en de PA ook staten zoals Noord-Korea, Venezuela en Cuba.

Afgelopen maandag sprak Mahmoud Abbas, president van de Palestijnse Autoriteit, volgens het staatspersbureau Xinhua nog eens telefonisch met de Chinese president Xi Jinping. Abbas benadrukte in het gesprek dat de PA China zal blijven steunen, ook als het gaat om “China’s legitieme posities op kwesties omtrent zijn kernbelangen zoals Hongkong en Xinjiang”.

China en Rusland lid in de Mensenrechtenraad?

China is op dit moment overigens in de race om zelf lid te worden van de VN-Mensenrechtenraad. Het land van Xi Jinping schrijft in de kandidaatstellingsbrief dat “het promoten en beschermen van mensenrechten hoog op de agenda van de Chinese regering staat”. Eerder deze week schreef CIDI ook al over de Russische aanmelding voor een plek in de raad. Beide landen genieten veel steun in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waardoor de kans groot is dat ze vanaf volgend jaar deel uit zullen maken van het VN-orgaan.

Het zou niet de eerste keer zijn dat beruchte dictaturen in de Mensenrechtenraad zitting nemen. Tot eerdere leden behoren bijvoorbeeld Saoedi-Arabië en Cuba. Sinds 2019 zijn Libië, Soedan, Mauritanië en Venezuela lid van de raad. Libië is een zogeheten failed state en wordt verscheurd door interne conflicten, de leider van Soedan werd gezocht voor genocide en in Mauritanië leven 500.000 mensen in slavernij. In Venezuela is dictator Nicolas Maduro vorig jaar opnieuw beëdigd als president voor een periode van 6 jaar, na verkiezingen die internationaal betwist worden.

De Mensenrechtenraad is bovendien al jaren omstreden vanwege de obsessieve focus op Israel. De Joodse staat is als enige land een vast punt op de agenda van de raad: agendapunt 7. Jaarlijks wordt Israel meermaals veroordeeld door de VN-Mensenrechtenraad terwijl landen als Iran, Noord-Korea en China buiten schot blijven. De Verenigde Staten stapte in 2018 uit de raad vanwege de “chronische vooringenomenheid jegens Israel”.

In 2020 is Nederland lid geworden van de VN-Mensenrechtenraad. Aanvankelijk was coalitiepartij ChristenUnie tegen Nederlands lidmaatschap van het VN-orgaan, onder andere vanwege de negatieve obsessie met Israel. Na de toezegging van minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok dat Nederland zich zou inzetten voor hervorming van de raad en zich uitsprak tegen agendapunt 7, was de ChristenUnie niet langer tegenstander. In de praktijk komen van de mooie woorden echter weinig terecht: onlangs stemde Nederland nog voor drie resoluties met betrekking tot Israel, waarvan een aantal onder agendapunt 7.

Afbeelding: Malcolm Brown