Partijcongres GroenLinks stemt tegen anti-IHRA motie

Afgelopen weekeinde heeft het partijcongres van GroenLinks een motie afgewezen die oproept de Werkdefinitie Antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance geen status toe te kennen. Onlangs stemde GroenLinks in de Tweede Kamer voor het hanteren van de IHRA-definitie.

Screenshot YouTube van partijcongres GroenLinks op 23 januari

De IHRA-definitie is een nuttig instrument om antisemitisme te herkennen en zo effectief aan te kunnen pakken. In 2017 deed het Europees Parlement al de aanbeveling aan lidstaten van de Europese Unie om de werkdefinitie te onderschrijven. In november 2018 stemde een meerderheid van de Tweede Kamer voor een motie ingediend door Kees van der Staaij (SGP) die de regering verzocht “steun te verlenen aan het hanteren van de internationale IHRA-werkdefinitie van antisemitisme.” Recent heeft de Europese Commissie een handboek voor praktisch gebruik van de definitie gepubliceerd. 

Onlangs kwam de Werkdefinitie Antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance opnieuw ter stemming in de Tweede Kamer. Roelof Bisschop diende in december een motie in die de regering verzoekt te bevorderen dat de IHRA-definitie “voortvarend en herkenbaar in uitvoering komt in de opsporing en vervolging van antisemitisme”. Een grote meerderheid van de Tweede Kamer stemde voor de motie. Alleen SP, Partij voor de Dieren en DENK stemden tegen.

Motie tegen IHRA-definitie ingediend bij partijcongres GroenLinks

Ook de GroenLinks-fractie stemde voor de motie de IHRA-definitie te hanteren. Dit was tegen het zere been van een deel van de achterban, die geen voorstander is van de Werkdefinitie Antisemitisme. Bij het partijcongres werd dan ook een motie ingediend tegen de definitie.

De motie roept GroenLinks-parlementariërs op “geen enkele medewerking te verlenen aan pogingen om de IHRA-definitie juridische betekenis of zelfs status te geven”. Volgens de motie is sprake van politiek misbruik van de definitie “om personen en organisaties die de politiek van de staat Israël hekelen en solidariteit met de Palestijnen betuigen tegen te werken”.

Tijdens het partijcongres lichtte GroenLinks-lid Simcha de Vries de motie toe. Volgens De Vries wordt de werkdefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance “wereldwijd gebruikt om mensenrechtenactivisten de mond te snoeren die zich uitspreken tegen de Israëlische bezetting”. Tegelijkertijd wordt de IHRA-definitie “als dekmantel gebruikt door extreemrechtse politici in combinatie met blinde support voor Israël”. Als voorbeelden noemde De Vries Donald Trump en Thierry Baudet, die volgens hem de “vage” definitie omarmen terwijl ze extreemrechts antisemitisme onder de eigen achterban tolereren. 

GroenLinks-leden stemmen tegen door partijbestuur ontraden motie

De motie werd door het partijbestuur ontraden. Deze “geeft op het verkeerde moment het verkeerde signaal”, aldus Bram van Ojik namens de programmacommissie. Antisemitisme neemt toe, lichtte Van Ojik toe, “We willen dat daartegen wordt opgetreden”. Tegelijkertijd moet er voor uitgekeken worden “dat kritiek op Israël en antisemitisme niet op één hoop worden gegooid”. Opmerkelijk genoeg zei Van Ojik hierbij dat er “iets mis” is met de IHRA-definitie, terwijl de werkdefinitie juist expliciet zegt dat kritiek op Israël geen antisemitisme is.

Volgens Van Ojik is de motie van De Vries “veel te eenzijdig”. “Kritiek op Israël blijven hebben, maar ook strijd blijven voeren tegen groeiend antisemitisme” is de lijn, aldus de buitenlandwoordvoer van GroenLinks die het partijcongres vroeg de motie niet aan te nemen.

Het advies van het partijbestuur was niet aan dovemansoren gericht. Een meerderheid van het partijcongres van GroenLinks, 66%, stemde tegen de motie.

Campagne om werkdefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance te delegitimiseren

Er is sprake van een haatcampagne tegen de werkdefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance. Ondanks dat de definitie expliciet zegt dat kritiek op Israël niet antisemitisch is, proberen anti-Israelorganisaties het te doen voorkomen alsof de IHRA-definitie Israëlcritici de monden snoert. Een groot deel van de politiek, waaronder ook GroenLinks, gaat niet mee in deze poging antisemitische retoriek vermomd als kritiek op Israël te legitimeren.

Ook bij de PvdA is sprake van pogingen de werkdefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance te delegitimiseren. Nadat de partij in 2019 besloot zich achter de Werkdefinitie Antisemitisme te scharen, werd in maart een motie ingediend waarin valselijk wordt beweerd dat de definitie misbruikt zou worden om kritiek op Israël en solidariteit met de Palestijnen af te doen als antisemitisme. 

De IHRA-definitie is juist bedoeld om een scheiding te maken tussen antisemitische retoriek en legitieme kritiek op Israël. Een dergelijke motie heeft dan ook slechts tot doel de werkdefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance met valse voorwendselen te delegitimiseren.

Deze ongefundeerde motie werd ingediend door Rien Platteschorre: een PvdA-lid dat zelf aan de lopende band antisemitische berichten op Facebook plaatst en bevriend is met Hamas-fondsenwerver Amin Abu Rashed. Desondanks zagen het partijbestuur en de Tweede Kamerfractie van de PvdA geen problemen in deze doorzichtige poging het te doen voorkomen alsof de IHRA-definitie kritiek op Israël de mond snoert en werd de motie als hamerstuk aangenomen.