Achtergrond: waarom de VN Israel als ‘het grote kwaad’ behandelt

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft donderdag een ‘open-end internationaal onderzoek’ goedgekeurd naar de behandeling van Palestijnen door Israel, dat voor het eerst werd opgezet na het conflict van Israel met de terreurgroep Hamas eerder dit jaar. De resolutie riep op tot de oprichting van een permanente ‘onderzoekscommissie’ – het krachtigste instrument dat de raad ter beschikking staat – om toezicht te houden op en verslag uit te brengen over mensenrechtenschendingen in Israel, de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Het zou de eerste onderzoekscommissie zijn met een ‘eindeloos’ mandaat. De afgevaardigde van Israel, Gilad Erdan zei daarover: “De VN zakte naar een nieuw dieptepunt en keurde een budget goed voor een verachtelijke en bevooroordeelde commissie die geen bestaansrecht heeft.” Wat zijn de mechanismen achter deze resoluties in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties?

Bron: UN Photo

2021 eindigt met 14 resoluties tegen Israel. Ter vergelijking: Myanmar, Rusland, Noord-Korea, Syrië en Iran kregen tezamen vijf kritische resoluties te verwerken. Landen als China, Cuba, Jemen en Irak kregen geen enkele kritische resolutie in 2021. In een eerder artikel, verschenen op cidi.nl, wordt uitgelegd hoe geopolitieke belangen en de Palestijnse diplomatieke strijd een rol spelen bij de hyperfocus van de VN voor Israel. In dit artikel worden enkele ‘lichamen’ van de VN nader besproken en wordt de rol van de verschillende ngo’s nader toegelicht. 

Israelobsessie vast agendapunt

De meeste VN-resoluties tegen Israel, komen tot stand doordat er een verzoek komt uit een VN-orgaan om de kwestie te agenderen. De VN heeft meerdere suborganisaties, commissies en onderzoekscommissies en in al die categorieën wordt op alle manieren de staat Israel aangevallen, vele malen meer dan landen als Syrië, Cuba, China of Noord-Korea.

Er bestaat slechts één VN-vluchtelingenorganisatie die specifiek voor één conflict bedoeld is en dat is de UNRWA – de United Nations Relief and Work Agency. Sinds 1949 bestaat deze organisatie en krijgt in de loop der jaren een steeds groter mandaat, ondanks dat het meer dan eens in opspraak is gekomen vanwege anti-Israel of zelfs antisemitisch sentiment onder medewerkers. De UNRWA heeft ongeveer 30,000 medewerkers, terwijl het wereldwijd werkende (incl. Afghanistan, Syrië en Zuid-Sudan) UNHCR slechts 18,000 medewerkers heeft. De fondsen die vrij worden gemaakt voor UNRWA spreken boekdelen.

Een ander orgaan die er vaak in slaagt om resoluties aan te laten nemen binnen de Algemene Vergadering is het Special Committee to Investigate Israeli Practices Affecting the Human Rights of the Palestinian People and Other Arabs of the Occupied Territories, dat sinds 1968 bestaat. Deze commissie onderzoekt hoe Israelisch beleid de Palestijnse bevolking beïnvloedt.  De commissie bereidt jaarlijks resoluties voor voor de Algemene Vergadering. Deze worden vrijwel altijd aangenomen.

De CEIRPP, officieel Committee on the Exercise of the Inalienable Rights of the Palestinian People werd in 1975 in het leven geroepen om een programma op te stellen voor de Palestijnen om hun ‘onvervreemdbare recht op zelfbeschikking’ uit te oefenen. Naarmate het mandaat van de commissie uitbreidde werd twee jaar later de UNDPR (United Nations Division for Palestinian Rights) in het leven geroepen als secretariaat. Samen organiseren deze organisaties jaarlijks herinneringsactiviteiten voor de Internationale Dag voor Solidariteit met het Palestijnse volk. De UNDPR is daarmee onder meer verantwoordelijk voor UNISPAL (United Nations Information System on the question of Palestine), een uniek online informatieplatform voor VN-documenten rond de Palestijnse kwestie. Er bestaat geen ander dergelijk VN-systeem voor andere situaties. De database bevat een kleine 40.000 documenten, waaronder ruim 1900 resoluties, uiteraard allemaal kritisch op Israel.

Mohammed El-Kurd, activist en schrijver, spreekt de Algemene Vergadering toe op de Internationale Dag van Solidariteit met het Palestijnse volk. Bron: UN Photo

Daarnaast bestaan er nog drie militaire observatiemissies rond Israel. Deze zijn minder sterk gericht op Palestijnen, maar gaan juist sterk over de conflicten die Israel had en soms nog altijd heeft met buurlanden. Deze drie ‘observatiemissies’ zijn UNTSO (1948) UNDOF (1974) en UNIFIL (1978). 

Ook bestaan er dus individuele onderzoeksmissies, zoals de Goldstone-missie in 2008 en de Onderzoekscommissie die in 2014 door de VN Mensenrechtenraad werden ingesteld met het expliciete doel om ‘Israels schendingen van humanitair recht’ te onderzoeken. Een derde onderzoekscommissie is nu dus goedgekeurd.

De Economische- en Sociale Raad van de VN heeft ‘De economische en sociale gevolgen van de Israelische bezetting op de leefomstandigheden van het Palestijnse volk’ standaard op de agenda staan. Ook UNESCO vergadert al jaren standaard over de staat van het onderwijs in de ‘bezette Arabische gebieden’. Inmiddels kent de agenda van de Algemene Vergadering minstens drie terugkerende agenda-items waarin Israels handelen ten aanzien van de Palestijnen onder een vergrootglas komt te liggen. Al deze herhalende agenda-items zorgen voor een gestage stroom aan Israel-kritische resoluties vanuit de VN. Deze politieke resoluties worden in reguliere media regelmatig verward met internationaal recht.

In verschillende VN-organisaties is ‘Israel’ dus een vast agendapunt. De meest opvallende is het fameuze ‘agendapunt 7′ van de VN Mensenrechtenraad, waarin wordt gesproken over de ‘Mensenrechtensituatie in Palestina en andere bezette Arabische gebieden’.

Mensenrechtenraad als politiek wapen

De Mensenrechtenraad laat de scheve verhoudingen binnen de VN mogelijk nog het beste zien. Bij iedere Mensenrechtenraad zijn er tien agendapunten. Israel is het enige land waarover wordt gedebatteerd onder een agendapunt speciaal daarvoor – agendapunt 7. De mensenrechtenrechtensituatie in alle andere landen worden besproken onder het algemene agendapunt, punt 4. Dit impliceert dat de mensenrechtensituatie in en om Israel vele malen slechter is dan in bijvoorbeeld Syrië, China en Noord-Korea. Momenteel zitten landen als Venezuela, Pakistan, Somalië, Eritrea, Rusland, Bolivia, China, Libië en Cuba in de VN-mensenrechtenraad.

Elk jaar wordt Israel in de Mensenrechtenraad veroordeeld in minstens 5 resoluties, terwijl er slechts 3 zijn over Syrië, waar sinds 2011 honderdduizenden zijn gedood en miljoenen ontheemd zijn. Andere landen zoals Iran, Noord-Korea en Myanmar, krijgen slechts 1-2 resoluties per jaar. Enkele van de ergste overtreders zoals China , Cuba, Rusland, Qatar en Saoedi-Arabië krijgen geen enkele resolutie. Dit laat zien dat de Mensenrechtenraad inmiddels een politiek apparaat is geworden, waarbij het de leiders vaak goed uitkomt om de schijnwerpers op Israel te richten, zodat deze niet op henzelf staan.

Niet alleen het aantal resoluties tegen Israel, maar ook de taal en toon van deze resoluties is anders dan alle andere. De resoluties over Israel zijn doordrenkt met eenzijdige politieke overdrijving en ontkennen systematisch alle tegengestelde feiten of context die voor evenwicht zouden kunnen zorgen, terwijl zelfs kritische resoluties over andere landen vaak lof en aanmoediging voor de regering bevatten. In de zogenaamde ‘speciale sessies’ is Israel ook vaker het onderwerp dan enig ander land. In de eerste zes maanden van de Mensenrechtenraad, toen de humanitaire crisis in Darfur (Soedan) woedde, hield de Raad drie speciale zittingen over Israël en slechts één over Darfur. Tegen het einde van 2009 was de helft van alle speciale zittingen van de VN-mensenrechtenraad over Israel gegaan.

Evenzo zijn er meer onderzoekscommissies geweest in Israel dan in enig ander land. En al deze onderzoekscommissies krijgen eenzijdige mandaten die alvast vooruitlopen op de schuld van Israel en een vrijbrief geven aan Hamas en andere terroristische groeperingen. De VN heeft 9 mensenrechtendeskundigen over de situatie in specifieke landen. Voor het conflict tussen Israel en de Palestijnen is er een expert aangewezen die alleen het mandaat heeft om één partij te onderzoeken en te veroordelen: Israel. De schendingen van de andere partijen in ditzelfde conflict mag hij volledig negeren. De taal van het mandaat is “om Israels schendingen van de beginselen en grondslagen van het internationaal recht te onderzoeken…” Dus iedere keer als UN Watch de speciale rapporteur voor dit conflict vraagt naar Palestijnse mensenrechtenschendingen, zoals willekeurige arrestaties, marteling, censuur door de Palestijnse Autoriteit en Hamas, is zijn reactie altijd hetzelfde – dat het buiten zijn mandaat valt.

Permanent afgevaardigde van Israel in de VN, Gilad Erdan stelde dat het altijd wel ‘jachtseizoen’ lijkt als het gaat om de Human Rights Council en Israel. In een meeting verscheurde hij al eens een rapport van de VN-mensenrechtenraad.

Gilad Erdan, permanente vertegenwoordiger van Israel in de VN. Bron: UN Photo

De politieke rol van ngo’s

Het is staand beleid binnen de VN om de zogenaamde non-gouvernementele organisaties (ngo’s), die dus niet bestuurd behoren te worden door een staat, uit te nodigen om raad te geven. De achtergrond hiervan is dat het perspectief van ngo’s die veel werken in ontwikkelingslanden, een welkome aanvulling is op het sterke geluid vanuit het rijke Westen. Dit is de reden dat internationale mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en Human Rights Watch een veelgehoorde stem zijn binnen de internationale geformaliseerde gemeenschap, maar ook plaatselijke ‘mensenrechtenorganisaties’ als Al-Haq worden hier gehoord. Het zwaartepunt van ngo’s wereldwijd, ligt in de Palestijnse gebieden. Hier vind je de hoogste dichtheid ngo’s, die vaak ook door locals worden bestierd. Deze organisaties geven adviezen uit aan de Mensenrechtenraad. Dit gebeurt dus vanuit een eenzijdig en vooringenomen standpunt ten aanzien van het Israelisch-Palestijnse conflict. Deze organisaties gaan duidelijk mee in het narratief dat daden vanuit de Palestijnen, zoals het afschieten van duizenden raketten op Israelische dorpen en steden gezien moeten worden als ‘verzet’. Israelische acties worden daarentegen geframed als doelbewuste schendingen ter vernedering van Palestijnse mensenrechten. De politieke sympathieën en blinde hoeken van ngo’s als Amnesty International en Human Rights Watch maken verder dat zij liever Israel als ‘apartheidsstaat‘ bestempelen, dan dat zij aandacht besteden aan Palestijnse misstanden of wangedrag.

De wil van de Palestijnen zelf

De ironie is dat op dezelfde dag dat de VN haar obsessie voor Israel nogmaals bevestigde, er een peiling uitkwam die aantoonde dat Palestijnen het Palestijnse leiderschap de schuld geven van hun ellende. Belangrijk is daarbij om op te merken dat Palestijnen meestal niet de leiders uit hun eigen gebied direct als schuldige aanwijzen, omdat dit een inherent risico met zich meedraagt. Het Palestinian Atlas Center for Studies and Research ontdekte dat 45% van de respondenten de Palestijnse Autoriteit verantwoordelijk houdt voor de schier eindeloze crises in de Gazastrook, en 25% zegt Hamas verantwoordelijk te houden. Slechts 15% van de Palestijnen gaf de Israelische overheid de schuld. Gewone Palestijnen beseffen al vele jaren dat hun leiders honderden miljoenen euro’s aan buitenlandse hulp hebben gebruikt, niet om scholen en ziekenhuizen te bouwen, maar om tunnels en bomfabrieken te bouwen, of zichzelf te verrijken – het vermogen van PA-president Mahmoud Abbas wordt geschat op meer dan een miljard dollar. Dit besef is in elk geval nog niet ingedaald bij internationale en Palestijnse ngo’s. 

Gazaoorlog vooringenomen ‘onderzocht’

De Gazaoorlog afgelopen mei was aanleiding voor diverse eenzijdige onderzoeken naar Israel door mensenrechtenorganisaties. Zo bestempelde Human Rights Watch gebombardeerde kantoren van Hamas als ‘Hamas-gerelateerde burgerdoelwitten’. Ook de Mensenrechtenraad stelde een eenzijdig onderzoek in om Israel te veroordelen. De Israelische overheid blijft communiceren dat de overgrote meerderheid van de doden terroristen waren, en staat erop dat het er alles aan heeft gedaan om burgerslachtoffers te voorkomen, terwijl het vocht tegen gewapende groepen die diep en opzettelijk waren ingebed in dichtbevolkte gebieden op de Gazastrook. Israel, meestal gesteund door de Verenigde Staten, heeft de Mensenrechtenraad lange tijd beschuldigd van anti-Israelische vooringenomenheid en heeft over het algemeen geweigerd om mee te werken met zijn onderzoekeen. Het goedkeuren voor het budget voor dit specifieke onderzoek, wat de oorlogsmisdaden van Hamas in het geheel negeert, is hier geen uitzondering op. Minister van Defensie Benny Gantz heeft dit onderzoek ook als zodanig ontmaskerd.