HRW vindt bombardementen op Hamas-kantoren ‘oorlogsmisdaad’

Een derde rapport van Human Rights Watch (HRW) over de geweldsescalatie afgelopen mei veroordeelt als oorlogsmisdaad Israelische bombardementen op kantoren van Hamas, waar geen doden of gewonden bij vielen. “Een burgerlijke aanwezigheid van Hamas maakt een gebouw niet tot een legitiem militair doelwit,” klaagt HRW-directeur Kenneth Roth. Eerder verschenen twee rapporten, waarvan één vrijwel ieder burgerslachtoffer van de Gazaoorlog afgelopen mei aanmerkte als Israelische  ‘oorlogsmisdaad‘, waaronder Palestijnen gedood door raketten van Hamas.

HRW klaagt over Hamaskantoren

Israel bombardeerde op 15 mei het Al-Jalaa mediagebouw, waar onder andere kantoren van AP en Al Jazeera in zaten – en een elektronische oorlogsvoeringseenheid van Hamas, volgens Israelische inlichtingen. (Osama Eid/Wikimedia Commons)

Eerdere rapporten

Het tweede rapport besprak voorzichtig de mogelijkheid dat het expres lanceren van ongeleide raketten op Israelische burgers met Palestijnse burgers als menselijk schild door Hamas misschien ook niet zou mogen. Ook dit tweede rapport beschouwde Israel als de grote(re) boosdoener na het lanceren van duizenden ongeleide raketten door Hamas op de Israelische bevolking.

Het nieuwste rapport, Gaza: Israel’s May Airstrikes on High-Rises, richt zich op de bombardementen op vier kantoorgebouwen en torenflats in Gazastad. Israel gaf aan dat het diverse kantoren van Hamas trof, waaronder hoofdkantoren van terreurafdelingen en inlichtingendiensten. Bij geen enkel van de bombardementen viel ook maar één gewonde: doorgaans worden ingezetenen van tevoren opgebeld door de IDF met de waarschuwing dat een gebouw binnenkort gebombardeerd werd. Vervolgens wordt een waarschuwingsmunitie op het gebouw gegooid, het zogenaamde roof knocking. Dit wordt nog bevestigd in het rapport van HRW.

Ooggetuigenverklaringen notoir onbetrouwbaar

HRW sprak telefonisch maar liefst 18 ooggetuigen van bombardementen op gebouwen middenin een drukke stad, waar telkens honderden mensen uit ontruimd werden, na uitgebreide waarschuwingen van Israel voor ieder bombardement. Deze achttien ooggetuigen konden niet vrijuit spreken, aangezien Hamas geregeld journalisten en burgers die hun mond voorbij praten arresteert, martelt en erger, zoals ook HRW geregeld constateert. Één zakenman gaf alsnog meer informatie prijs dan Hamas graag zou willen: hij vertelde HRW dat Hamas weliswaar een kantoor in de Hanadi-toren had, maar kon de werknemers niet identificeren en wist ook niet wat zij daar deden. Desalniettemin klaagde hij dat hij geen enkel verband zag tussen dit Hamas-kantoor en de ‘gewapende tak’ van de terreurgroep. Ook de ‘ongewapende’ takken van Hamas staan internationaal bekend als terroristische organisatie.

Met de zeer bijzondere internationale rechtsopvatting dat een operationeel (hoofd)kantoor van een terreurgroep geen geldig militair doelwit voor een bombardement is, ook niet als daarbij geen enkele burger gewond raakt, verzint HRW niet voor de eerste keer een geheel eigen set regels voor Israel, net zoals de organisatie met een uitgesproken Israelobsessie eerdere een geheel eigen definitie van apartheid schreef om op Israel toe te passen. Verder eist HRW dat Israel de militaire intelligentiebronnen openbaar maakt, op basis waarvan de gebouwen gebombardeerd werden. HRW weet of zou moeten weten dat daardoor verschillende Palestijnse burgers door Hamas gemarteld of gedood zouden worden, zelfs al zou Israel daartoe bereid zijn. Nog een bijzondere eis, die HRW alleen aan Israel stelt. De IDF heeft naar eigen zeggen aan Amerika bewijs laten zien, dat het elektronische oorlogsvoeringssystemen van Hamas in het Al Jalaa mediagebouw uitschakelde. Dit bewijs is echter niet algemeen bekendgemaakt.

Gazanen lijden daadwerkelijk

Natuurlijk zijn ook de levens van onschuldige burgers geraakt, bijvoorbeeld omdat zij hun huis in rook zaken opgaan. Er is voor miljoenen schade aangericht aan bedrijfsruimtes waar honderden mensen hun brood verdienden, omdat Hamas hen bewust als menselijk schild gebruikte. Ook nabijgelegen gebouwen leden schade door vliegende brokstukken, hoewel de ingezetenen al gewaarschuwd en geëvacueerd waren.

Naar schatting zal de wederopbouw van Gaza zo’n 300 miljoen kosten, en bouwmaterialen als beton die ook voor de bouw van terreurtunnels toegepast kunnen worden. Israel beperkt daarom de invoer van beton in Gaza, maar kan niet voorkomen dat dit beton alsnog ingezet wordt voor de bouw van tunnels, vaak met kinderarbeid, of voor gloednieuwe luxe resorts en villa’s voor de de meer dan tweeduizend miljonairs die Gaza rijk is. Hamas zelf beschikt over een vermogen van meer dan 500 miljoen Amerikaanse dollar in verschillende investeringen, en zou de wederopbouw dus zelf kunnen bekostigen. Desalniettemin gaat Qatar dat met name doen, en wel op een manier waardoor hopelijk niet al teveel van de betalingen bedoeld voor arme Gazanen toch bij de terreurgroep terechtkomt, die hen onderdrukt en hun leed op een zeer cynische manier als wapen inzet.