Hooggerechtshof sluit leden Joodse Kracht uit van verkiezingen

    Esther Hayut, president van het Hooggerechtshof

Bentzi Gopstein en Baruch Marzel mogen niet meedoen met de Israelische verkiezingen op 17 september. Dat maakte het Hooggerechtshof zondagavond bekend. De rechters vinden dat het tweetal zich herhaaldelijk schuldig heeft gemaakt aan “ophitsing tot racisme en haat”. Ook bij de vorige verkiezingen heeft het Hooggerechtshof deelname van een lid van hun partij verboden.

Hun partij Otzma Yehudit (Joodse Kracht), een Kahanistische extreemrechtse partij, mag wel meedoen met de verkiezingen. Ook de Verenigde Arabische Lijst werd niet uitgesloten van de verkiezingen.

Kiescommissie
Nadat de Israelische kiescommissie eerder deze maand de deelname van Gopstein en Marzel had goedgekeurd, heeft de Israel Movement for Reform and Progressive Judaism samen met drie politieke partijen (Blauw en Wit, de Arbeidspartij en de Democratische Unie) bij het Hooggerechtshof dezelfde eis ingediend. De klagers hadden bezwaren tegen de deelname van Joodse Kracht als partij en tegen deelname van enkele kandidaten.

Het Hooggerechtshof heeft unaniem de deelname van Bentzi Gopstein verboden. Één rechter vond dat Baruch Marzel wel mee zou mogen doen met de verkiezingen, de andere acht vonden echter van niet. De argumentatie verschilt in detail en nuances, maar de kern is de herhaaldelijke publieke ophitsing tegen Arabische inwoners van Israel en hen bestempelen als “vijanden”. Ook Knessetleden van verschillende (Arabische) partijen kregen te maken met deze praktijken.

‘Strikte scheiding’
Gopstein staat aan het hoofd van Lehava, een organisatie die huwelijken tussen Joden en niet-Joden in Israel wil tegengaan op agressieve wijze. Hij praatte in het verleden aanvallen op Arabieren goed en pleitte voor de transfer van Arabische inwoners van Israel.

Marzel heeft eerder geprobeerd om zich kandidaat te stellen voor de Knesset. Ook toen al verbood het Hooggerechtshof zijn kandidatuur vanwege zijn pleidooi voor een “strikte scheiding” tussen Joden en Arabieren en zijn uitspraak (2015) dat “elke Arabier bij voorbaat verdacht is, zoals onze leider Kahane 30 jaar geleden al zei”. Ook rabbijn Meir Kahane en zijn partij mochten destijds niet meedoen met de verkiezingen.

Volgens het gerechtshof heeft Marzel in 2003 en 2015 zijn excuses aangeboden, maar daarna zijn racistische uitspraken herhaald. 

‘Racistische klank’
Over de partij als geheel oordeelde het Hooggerechtshof dat “hoewel enkele van de onderwerpen in het partijprogramma een ‘racistische klank’ hebben en in strijd kunnen zijn met de democratische waarden waarop de staat Israel is gesticht, het nog onvoldoende is om de lijst als geheel te verbieden om deel te nemen.”

Joodse Kracht verzocht het Hooggerechtshof om de deelname van de Verenigde Arabische Lijst te verbieden. Zij kregen steun van Likud-lid David Bitan, tevens vice-voorzitter van de kiescommissie. Het Hooggerechtshof gaf hen echter geen gelijk en oordeelde dat de Arabische lijstverbinding gewoon aan de verkiezingen mee mag doen. Dit is overigens in lijn met het besluit van voorgaande verkiezingen.

In alle gevallen waren de uitspraken van het Hooggerechtshof in lijn met de aanbevelingen van de juridische adviseur van de regering, Avichai Mandelblit.