Kuzu zet vraagtekens bij subsidiestop voor NGO waar terreurverdachten werkzaam waren

DENK-Kamerlid Tunahan Kuzu zet vraagtekens bij de beslissing van minister Sigrid Kaag (Ontwikkelingssamenwerking) om de subsidie aan de omstreden Palestijnse organisatie UAWC stop te zetten. Twee weken geleden gaf Kaag eindelijk toe dat de door Nederland gesubsidieerde organisatie UAWC twee verdachten van een dodelijke bomaanslag in dienst had. De Nederlandse financiering is hangende een onderzoek stopgezet. In Kamervragen vraagt Kuzu zich echter af of de UAWC wel ‘gestraft’ moet worden voor de vermeende terreurdaden van de medewerkers.

“Wat is, in het geval de UAWC-medewerkers nog niet veroordeeld zijn, uw afweging geweest om de organisatie UAWC te straffen voor een feit dat de verdachten vanuit een andere hoedanigheid dan hun dienstverband bij UAWC zouden hebben gepleegd en waar UAWC dus niet als zodanig bij betrokken is geweest?,” vraagt het DENK-Kamerlid schriftelijk aan de minister. Kuzu gaat voor het gemak voorbij aan het feit dat ook de Palestijnse organisatie zelf innige banden heeft met het terroristische Volksfront voor de bevrijding van Palestina (PFLP).

Rina Shnerb

Op 23 augustus 2019 vond een dodelijke bomaanslag plaats bij de Ein Dubin-bron, nabij de nederzetting Dolev. De 46-jarige rabbijn Eitan Shnerb en zijn 19-jarige zoon Dvir raakten gewond toen het explosief afging. De 17-jarige Rina kwam bij de aanval om het leven. Na de aanslag heeft de Israelische veiligheidsdienst Shin Bet een aantal terreurverdachten gearresteerd, die allen tot dezelfde PFLP-cel zouden behoren die achter de aanslag zit. Samer Arbid wordt ervan verdacht de celleider te zijn. Arbid was eerder de financieel directeur van de UAWC, en werd de afgelopen jaren regelmatig gearresteerd omdat hij deel uitmaakt van de PFLP.

Een andere medewerker van UAWC, Abdul Razeq Farraj, wordt ook verdacht van betrokkenheid bij de aanslag. Hij zou volgens de aanklacht samen met hoofdverdachte Arbid verantwoordelijk zijn geweest voor het voorbereiden van de aanval. Arbid hield Farraj op de hoogte van alle ontwikkelingen, en de laatstgenoemde rekruteerde ook nieuwe terroristen. Hoewel Farraj sinds 1985 om de haverklap werd opgepakt voor terroristische activiteiten, ging hij 2017 als vertegenwoordiger van de UAWC op de foto met Nederlandse ambtenaren. Op die foto staat ook PFLP-terrorist Ubai Aboudi.

‘Landbouworganisatie van de PFLP’

Ook andere banden tussen de UAWC en de PFLP zijn uitgebreid gedocumenteerd. USAID, het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingssamenwerking, noemde de UAWC reeds in 1993 (!) de “landbouworganisatie” van de PFLP. De Palestijnse factie Fatah zegt eveneens dat de UAWC gelieerd is aan de PFLP. In het rapport Terrorists in Suits van het Israelische ministerie van Strategische Zaken komen ook meerdere banden tussen PFLP-leden en de Palestijnse NGO naar voren. Verschillende organisaties — waaronder CIDINGO MonitorUK Lawyers for Israel, het International Legal Forum en Shurat HaDin — waarschuwden Kaag de afgelopen jaren voor de terreurbanden. Kuzu trekt zich in zijn Kamervragen echter niks aan van deze overvloed aan bewijzen.

In plaats daarvan valt hij de organisaties aan die Kaag van informatie hebben voorzien. Deze zouden met hun waarschuwingen omtrent de verkeerde besteding van hulpgelden als doel hebben mensenrechtenorganisaties “doelbewust te ondermijnen en ontwrichten”, zo stelt hij. De beschuldigingen aan het adres van de UAWC zouden “ongefundeerd” zijn. Het DENK-Kamerlid gaat zelfs zo ver dat hij in twijfel trekt of het opschorten van de subsidie wel nodig was. Kuzu wijst erop dat de UAWC-medewerkers nog niet veroordeeld zijn voor de bomaanslag van 2019. Schijnbaar rechtvaardigen de eerdere arrestaties van UAWC-medewerkers, en de banden die de organisatie zelf heeft met de PFLP, in de ogen van DENK geen subsidiestop.

2020Z14553

Vragen van het lid Kuzu (DENK) aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het bericht dat de Minister op 9 juli jl. heeft besloten om verdere betalingen aan UAWC aan te houden (ingezonden 7 augustus 2020).

1. Hebt u in uw contacten met andere donoren van de Union of Agricultural Work Committees (UAWC) te horen gekregen waarom deze donoren er niet voor gekozen hebben de betalingen aan te houden? Zo nee, bent u bereid om dit na te gaan en de uitkomsten met de Kamer te delen?

2. Heeft u informatie dat de aanslag op Rina Shnerb door het Popular Front for the Liberation of Palestine (PFLP) is opgeëist en is het PFLP-lidmaatschap van de betrokken UAWC-medewerkers vastgesteld?

3. Zijn de betrokken UAWC-medewerkers door de rechter reeds veroordeeld of zijn het slechts verdachten?

4. Wat is, in het geval de UAWC-medewerkers nog niet veroordeeld zijn, uw afweging geweest om de organisatie UAWC te straffen voor een feit dat de verdachten vanuit een andere hoedanigheid dan hun dienstverband bij UAWC zouden hebben gepleegd en waar UAWC dus niet als zodanig bij betrokken is geweest?

5. Beschouwt u UAWC als een terroristische organisatie? Als dat niet het geval is: welke verwijten kunnen UAWC naar uw mening dan wel gemaakt worden?

6. Wat is uw oordeel over het feit dat een van medewerkers van de UAWC oorspronkelijk gearresteerd is geweest, vervolgens vrijgelaten en uiteindelijk onder zware marteling (waarna hij lange tijd buiten bewustzijn is geweest en 45 dagen gehospitaliseerd is geweest) een bekentenis heeft afgelegd? 1 2 3 4

7. Acht u het aannemelijk dat een verdachte van wie in mei 2019 door UK Lawyers for Israel (UKLFI) werd aangegeven dat hij lid van de door Israël en de EU als terroristisch bestempelde organisatie PFLP zou zijn geweest, in augustus 2019 de aanslag zou hebben uitgevoerd en dat Israëlische veiligheidsdiensten vervolgens niet hebben kunnen vaststellen dat hij op de plek van de aanslag is geweest?

8. Wat concludeert u uit het feit dat de huizen van andere verdachten (nog voor zij door een rechter veroordeeld zijn) zijn gesloopt terwijl dit voor de betrokken UAWC-medewerkers kennelijk nog niet het geval is? Wat is uw mening over deze vorm van «collective punishment», die is uitgevoerd nog voordat een rechtszaak heeft plaatsgevonden?

9. Op welk moment hadden de twee verdachten de beschikking over een door de Nederlandse Vertegenwoordiging in Ramallah verstrekt pasje en op welk moment vond de aanslag plaats?

10. Bent u, gelet op uw beantwoording van de vragen van Van der Staaij c.s.5 waarin u aangeeft dat u in juli 2020 hebt gereageerd op brieven van UKLFI, bekend met het feit dat UKLFI bekend staat om het feit dat het poogt het werk van NGO’s en mensenrechtenverdedigers onmogelijk te maken en dat haar beschuldigingen (zoals die tegen Medical Aid for Palestine en Defense for Children) vrijwel altijd grondslag bleken te ontberen? 6 7 8

11. Bent u bekend met het feit dat ook NGO Monitor al jarenlang ongefundeerde aanvallen uitvoert op onder meer UAWC? 9 10

12. Bent u bekend met het feit dat organisaties als NGO Monitor en UKLFI nauwe banden onderhouden met de Israëlische ministeries van Strategische Zaken en van Buitenlandse Zaken?

13. Deelt u de mening dat NGO Monitor en UKLFI drijvende krachten zijn achter het doelbewust verkleinen van de maatschappelijke ruimte en het ondermijnen en ontwrichten van Israëlische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties die de Israëlische bezetting en de daaruit voortvloeiende schendingen bekritiseren?

Afbeelding: Roel Wijnants