Rechtszaak Saleh A. voor vernielen HaCarmel van start

Saleh A. de Syrisch-Palestijnse statushouder die tweemaal een aanslag pleegde op het Joodse restaurant HaCarmel in Amsterdam staat vandaag voor de rechtbank. Hij wordt verdacht van brandstichting en vernieling, volgens onderzoeksbureau NTA met terroristisch motief. Het Pieter Baan Centrum raadde al eerder tbs met dwangverpleging voor A. aan.

HaCarmel, het Joodse restaurant aan de Amstelveenseweg in Amsterdam, is een opvallende verschijning in het straatbeeld. Het is duidelijk herkenbaar, met Israelische vlaggen en de term koosjer op de gevel. Het restaurant is in Joods Amsterdam al decennia een begrip. Helaas is het ook een doelwit van antisemitische haat: het restaurant is regelmatig doelwit geweest van aanvallen en vernielingen.

In december 2017 was het voor het eerst raak. Dan slaat een man met een Palestijnse vlag en een knuppel de ruiten in van HaCarmel, op klaarlichte dag. Tijdens zijn daad riep hij ‘Allahu Akbar’ en ‘Palestina’. Na zijn aanhouding verklaart deze man, Saleh A., tegen de politie dat hij geen antisemitisch motief zou hebben. Volgens zijn advocaat ging het hem om de ‘zijns inziens mensonterende dagelijkse situatie in Palestina’. Ook zou hij ‘geen antisemitische gevoelens te koesteren en dat zijn daad gericht was tegen de Israelische regering, niet tegen het jodendom.’ Daarnaast neemt de man ‘afstand van terrorisme’, aldus de jurist. Ondanks de beweringen van toen, was er al meteen scepsis, daar HaCarmel het enige Joodse restaurant in de wijde omgeving is. Al snel kwamen PVV en VVD met Kamervragen over het mogelijke antisemitische motief van Saleh A. Uiteindelijk kreeg A. een zwaardere straf dan verwacht.

Saleh A.

Camerabeelden van de heer A. in actie (Screenshot AT5)

In mei 2020 was het weer raak. Ondanks de eerdere veroordeling van A. pleegde hij nogmaals een aanslag op HaCarmel. Hij sloeg opnieuw de ruiten van HaCarmel in en trachtte de Israelische vlag, die toen binnen lag, in brand te steken. Tussen de twee aanslagen van A. door, werden ook al een stoeptegel door de ruit van HaCarmel gegooid, en een nepbom achtergelaten, waardoor de drukke weg in Amsterdam geruime tijd moest worden afgezet. Al snel volgden nieuwe Kamervragen over het antisemitische motief van A., iets wat het OM al eerder erkende. In de vragen benadrukten Yeşilgöz-Zegerius en Van der Graaf dat het “ontzettend belangrijk is voor het veiligheidsgevoel van Amsterdammers, en daarbij de Joodse gemeenschap in het bijzonder, om het kwaad te benoemen voor wat het is en daarop vervolgens adequaat te handelen”.

Dat A. gevaarlijker is dan hij zich eerst in 2017 voordeed, kwam in augustus 2020 aan het licht. Zo bleek dat hij al vaker met aanslagen had gedreigd. Zo zou hij tijdens verhoren hebben verklaard dat hij “in opdracht van Allah handelde en dat hij nog niet klaar is.” Ook dreigde hij met een zwaardere aanslag. “Ik hoop dat ik de volgende keer door niemand word belemmerd, want dan is er een kans dat ik ga schieten.” Ook bleek hij geen spijt te hebben van zijn handelen, en bedreigde hij een Joodse cipier recentelijk nog met een biljartkeu.

Recentelijk bleek dat A. ook bedreigingen had geuit in een homobar in Amsterdam en een vrouw had aangevallen op de Dam. Ook heeft hij tegen het OM verteld dat hij een wens heeft om zich in de toekomst bij terreurorganisatie Hamas aan te sluiten, zo schrijft De Telegraaf.