Kuzu ondermijnt strijd tegen antisemitisme

Tunahan Kuzu, Kamerlid voor DENK, poogt met een nieuwe rits aan Kamervragen de strijd tegen antisemitisme, zowel in de Kamer als in het land, te ondermijnen. Zo maakt hij zich wederom zorgen over de breed gedragen werkdefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance en tracht hij de nieuwe Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding nog voor deze begint het werk onmogelijk te maken.

Kuzu is al langer bezig met een vendetta tegen de (niet-juridisch bindende) IHRA-definitie van antisemitisme. Zo blijft hij volhouden dat het kritiek op Israel onmogelijk zou maken, een zienswijze die hij deelt met slechts extreemlinkse en islamistische activisten en BDS-aanhangers. Ondertussen wijzen academici, journalisten en politici erop dat de IHRA-definitie daar gewoon ruimte voor laat. In de definitie zelf staat nota bene expliciet dat kritiek op Israël niet antisemitisch is. De werkdefinitie wordt ondertussen steeds breder ondersteund, onder meer door de Tweede Kamer, de Assemblée Nationale, een legio aan universiteiten, sportclubs en recentelijk ook door de Europese Raad.

Kuzu beweert echter dat de IHRA-definitie zou worden geïnstrumentaliseerd, en hij neemt aanstoot dat organisaties als het Simon Wiesenthal Center, een zeer bekend Amerikaanse antisemitisme-watchdog dat jacht maakt op nazi-oorglogscriminelen, actief waren bij het schrijven van het EU-handboek over antisemitisme.

Ook maakt Kuzu zich erg druk dat Eddo Verdoner, momenteel nog voorzitter van het CJO en vicevoorzitter van het bestuur van CIDI, vanaf 1 april de Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding wordt. Hij beticht Verdoner van vooringenomenheid en noemt zijn benoeming impliciet als een niet onafhankelijk en goed gewogen besluit.

Verder beticht hij CIDI ervan de strijd tegen antisemitisme te vermengen met kritiek op Israel, wat een absurde accusatie is. Het standpunt van CIDI is namelijk dat kritiek op Israel een vanzelfsprekend democratisch recht is, daarnaast zijn degenen met de meeste kritiek op Israel de Israeli’s zelf. Het is van het grootste belang een helder onderscheid te maken tussen Jodenhaat en kritiek op de staat Israël, en de werkdefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance is daarbij een nuttig instrument.

Door de legitimiteit van de NCAB nog voor hij begint in twijfel te trekken, ondermijnt Kuzu de strijd tegen antisemitisme in Nederland. Opvallend, want hij stemde wel voor het instellen van deze nationaal coördinator. Tegelijkertijd stemde hij al meerdere malen tegen het gebruiken van de IHRA-definitie van antisemitisme. Bij de laatste stemming vond DENK alleen de SP en de Partij voor de Dieren aan haar zijde.