Moordenaars Rina Shnerb voor de rechter

Rina Shnerb

De 17-jarige Rina Shnerb kwam om bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron op 23 augustus 2019.

Vandaag begint het proces tegen de vijf hoofdverdachten van de bomaanslag bij de Ein Bubin-bron in augustus 2019, waarbij de zeventienjarige Israelische Rina Shnerb omkwam. Haar vader en broer raakten gewond. Samer Arbid werd door het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) zelf geïdentificeerd als de hoofdverantwoordelijke voor de aanslag. Hij was op dat moment in dienst als directeur bij UAWC, de ‘landbouwkundige tak’ van de terreurorganisatie, en kreeg als zodanig zijn salaris betaald door Nederland. NGO Monitor en CIDI waarschuwden hier herhaaldelijk voor. Maandenlang ontkende echter toenmalig minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag dat er sprake was van enige band tussen UAWC en PFLP, en vervolgens dat Arbid’s salaris met Nederlands geld betaald was. Nederland bleef UAWC en daarmee PFLP subsidiëren tot juli 2020. Volgens interne rapporten was Nederland uitgegaan van de juistheid van berichten van UAWC-personeel dat er echt geen terreurbanden waren. In totaal betaalde Nederland door de jaren heen bijna 20 miljoen Amerikaanse dollar aan UAWC, terwijl de VS al in de jaren ’90 van de vorige eeuw de terreurbanden van de organisatie erkende.

 Groepsproces

Naast Arbid staan Walid Hanatshe, Abed el-Razeq Faraj, Yzaen Majames en Kasem Shibli terecht voor de Militaire Rechtbank Judea. De vijf verdachten hebben elkaar over en weer beschuldigd. Nu moet nog worden beslist in hoeverre zij apart gehoord en berecht zullen worden.

Een medeplichtige in de aanslag werd berecht op 16 juni en kreeg strafvermindering in ruil voor zijn samenwerking met OM en veiligheidsdiensten. Na de aanslag werd de terreurcel van Arbid opgerold door Israelische veiligheidsdiensten. Zo’n 50 PFLP-leden werden opgepakt, en een groot aantal zware vuurwapens, explosieven en ander terreurmaterieel werd in beslag genomen.

Geen Nederlandse excuses aan familie Shnerb; betalingen aan dubieuze groepen voortgezet

Nederland heeft tot op de dag van vandaag geen excuses aangeboden aan de familie Shnerb, hoewel huidig buitenlandminister Kaag wel eens beweerde dat de Nederlandse ambassadeur zelf op bezoek was geweest. Uiteindelijk bleek dat een medewerker van de Nederlandse ambassade gebeld had met de familie. Die bood daarbij ook geen excuses aan, volgens Rina’s vader, rabbijn Eitan Shnerb.

In mei 2021 berichtte minister Kaag dat betalingen hervat waren aan ‘onafhankelijke aannemers en boeren’ die voorheen afhankelijk waren van betalingen aan UAWC voor het financieren van illegale bouwprojecten in Gebied C. Het zou gaan om bijna €300.000, die werd overgemaakt na Kamervragen van Tunahan Kuzu (DENK). Zonder dit geld zouden deze ‘aannemers en boeren’ in geldnood komen. De minister berichtte dat er deze keer echt geen geld naar terroristische organisaties zou gaan. Het onderzoek naar de gang van zaken rondom UAWC was op dat moment echter vertraagd door de coronapandemie, liet zij weten, dus onduidelijk is hoe zeker Kaag dat kan weten. Het misleiden van overheden is vast beleid van UAWC, en Nederland hielp de illegale bouwprojecten verbergen voor Israelische autoriteiten.

Nederland financiert bovendien verder Defence for Children International – Palestine (DCI-P), een andere organisatie met openlijke PFLP-banden, dat geregeld nepnieuws deelt over vermeende mensenrechtenschendingen door Israel. Via VN-programma Sauwasya zou Nederland in 2020 zo’n US$200.000 aan deze organisatie hebben bijgedragen.