Onderzoek naar UAWC vertraagd en betalingen aan Palestijnse aannemers hervat

IN NEDERLAND / Door: ELKAN VAN DER RAAF / 13 mei 2021 PFLP UAWC

Door de COVID-19 pandemie is het externe onderzoek naar banden tussen het door Nederland gesubsidieerde UAWC en de Palestijnse terreurgroep PFLP vertraagd. Dat schrijft minister voor Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag aan de Tweede Kamer.

Op 23 augustus 2019 vond een dodelijke bomaanslag plaats bij de Ein Bubin-bron, nabij de nederzetting Dolev. De 46-jarige rabbijn Eitan Shnerb en zijn 19-jarige zoon Dvir raakten gewond toen het explosief afging. De 17-jarige Rina kwam bij de aanval om het leven.

Na de aanslag heeft de Israelische veiligheidsdienst Shin Bet een aantal terreurverdachten gearresteerd, die allen tot dezelfde PFLP-cel zouden behoren die achter de aanslag zit. Samer Arbid wordt ervan verdacht de celleider te zijn. Arbid was eerder de financieel directeur van de UAWC, en werd de afgelopen jaren regelmatig gearresteerd omdat hij deel uitmaakt van de PFLP. De Palestijnse terreurorganisatie heeft erkend dat Arbid een van haar commandanten is en betrokken was bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron.

Een andere medewerker van UAWC, Abdul Razeq Farraj, wordt ook verdacht van betrokkenheid bij de aanslag. Hij zou volgens de aanklacht samen met hoofdverdachte Arbid verantwoordelijk zijn geweest voor het voorbereiden van de aanval. Arbid hield Farraj op de hoogte van alle ontwikkelingen, en de laatstgenoemde rekruteerde ook nieuwe terroristen. Hoewel Farraj sinds 1985 om de haverklap werd opgepakt voor terroristische activiteiten, ging hij 2017 als vertegenwoordiger van de UAWC op de foto met Nederlandse ambtenaren. Beide PFLP’ers ontvingen bovendien tot voor kort salaris uit de Nederlandse subsidiepot.

Op 30 augustus 2020 heeft de PFLP een bericht uitgebracht waarin wordt bevestigd dat Samer Arbid een commandant van de terreurgroep is en betrokken is bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron. De gewapende tak van de PFLP – de Abu Ali Mustafa Brigades – heeft tevens op haar Telegramkanaal hetzelfde statement gepubliceerd naar aanleiding van het overlijden van de 82-jarige moeder van de terreurverdachte. In het bericht noemt de PFLP Samer Arbid “de gevangen commandant, een van de helden van de heröische Bubin-operatie“. 

Op 20 juli 2020 gaf minister van Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag in antwoord op Kamervragen toe dat UAWC-werknemers worden verdacht van betrokkenheid bij de aanslag. Hierop werd de Nederlandse geldstroom naar de Palestijnse NGO stopgezet in afwachting van een onderzoek. Verwacht werd dat het onderzoek in mei afgerond zal zijn.

Extern onderzoek naar UAWC vertraagd, EU Bureau voor Fraudebestrijding start ook onderzoek

Afronding van het het externe onderzoek is echter uitgesteld naar begin juli, zo schrijft minister Kaag aan de Tweede Kamer. Als reden hiervoor noemt ze “de beperkingen als gevolg van Covid-19”.

Daarnaast bericht de minister dat de EU een onderzoek is gestart. Aanleiding is informatie die Israël aan Nederland, andere Europese landen en de Europese Commissie heeft gegeven over “vermeende banden tussen Palestijnse organisaties en de door de Europese Unie tot terroristische organisatie aangemerkte Popular Front for the Liberation of Palestine (PLFP)”. “Onder deze organisaties behoren UAWC en twee organisaties die indirect door Nederland gefinancierd worden in een mensenrechtenprogramma met UNDP”, aldus Kaag in haar brief aan de Kamer.

De minister schrijft dat de informatie die Israël heeft over UAWC met Proximities gedeeld zal worden, het externe onderzoeksbureau dat het onderzoek naar de Palestijnse landbouworganisatie doet. Daarnaast zal het EU Bureau voor Fraudebestrijding OLAF “uit voorzorg nader onderzoek doen naar twee organisaties die de EU rechtstreeks financiert”. 

Minister Kaag stelt dat de informatie is getoetst door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens haar biedt de informatie “geen concreet bewijs van banden met PFLP”. Gezien het ministerie dergelijke beweringen eerder ook al deed over de UAWC-kwestie, is het de vraag of deze claim serieus genomen kan worden.

Nederland hervat betalingen aan Palestijnse aannemers en boeren

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking lijkt de bevriezing vooral vervelend te vinden voor Palestijnse boeren en aannemers. Door de bevriezing van de Nederlandse subsidie aan UAWC is sprake van “aanzienlijke openstaande rekeningen” die “bij nog langer uitstel van betaling leiden tot aanzienlijke economische schade voor de boeren en ondernemers, te midden van de COVID-19 pandemie”, zo schrijft Kaag. Volgens de minister gaat het om “totaal 292.088 EUR voor activiteiten die door aannemers en boeren vóór de bevriezing zijn verricht”.

Eerder schreef minister Kaag al in antwoord op vragen van Tunahan Kuzu (DENK) dat Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah “bezorgd” is over de opschorting van betalingen aan UAWC. In haar brief aan de Tweede Kamer schrijft de minister dat door de vertraging van het externe onderzoek, “de urgentie om tot een tussentijdse oplossing voor deze problematiek te komen is vergroot”. 

De betalingen aan Palestijnse aannemers en boeren gaan nu via een consortiumpartner van UAWC verlopen. Hierbij zal geen sprake zijn van betalingen aan of via UAWC, zo stelt minister Kaag. “Een externe auditor zal die betalingen vooraf en achteraf toetsen”, aldus de minister voor Ontwikkelingssamenwerking.

“Ik heb besloten om deze betaling onder deze voorwaarden niet langer aan te houden. Dit besluit heeft uitsluitend betrekking op deze specifieke betalingen aan aannemers en boeren, en is geen indicatie over mogelijke toekomstige samenwerking met UAWC in een nieuw programma. Een besluit daarover zal pas genomen worden na afronding van het externe onderzoek. De opschorting van de financiering aan UAWC blijft hiermee gewaarborgd totdat het externe onderzoek is afgerond.”

Nederland steunt illegale bouwprojecten

Het gaat hier deels om illegale bouwprojecten, zo hebben ministers Stef Blok en Sigrid Kaag aan de Tweede Kamer toegegeven. In een december schreven de ministers een brief waarin informatie in vrijgegeven verslagen, financiële rapporten en audits over UAWC is weggelakt waar deze informatie zou kunnen leiden tot “vernieling” door Israelische autoriteiten van door Nederland gesteunde bouwprojecten. Het gaat hier namelijk om projecten zonder goedgekeurde vergunning – oftewel illegale bouwprojecten in Gebied C van de Westelijke Jordaanoever. Ook werden namen van werknemers van de organisatie gecensureerd, “omwille van de privacy”, nadat UAWC eerder betrapt was op het betalen van de moordenaars van Rina Shnerb met Nederlands belastinggeld.

Volgens de Oslo-akkoorden heeft Israel zowel militair als civiel zeggenschap over gebied C op de Westelijke Jordaanoever. Daarom moeten vergunningaanvragen voor nieuwe bouwwerken bij de Israelische civiele administratie ingediend worden. Volgens critici krijgen Palestijnen echter zelden toestemming om te bouwen in het gebied. Dat het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken de locaties van de projecten weglaat – fundamentele informatie voor vergunningaanvragen – in een poging dit voor Israelische autoriteiten achter te houden, suggereert dat van vergunningaanvragen geen sprake (meer) is. Daarmee zou Nederland actief bijdragen aan een politieke campagne waarbij op illegale wijze gebouwd wordt in C-gebied en sprake is van ondermijning van de Oslo-akkoorden.