Dossier: Geschiedenis van Israel

Het Post-Napoleontische Tijdperk

1819 Oplaaiend antisemitisme in Duitsland

Na het verlenen van economische en burgerrechten aan de Joden breken in heel Duitsland gewelddadige anti-Joodse rellen uit. De strijdkreet is “Hep! Hep!” die ook door de kruisvaarders werd gebruikt, een acroniem van de eerste letters van het Latijnse Hierosolyma est perdita (‘Jeruzalem is verloren’).

1831 Franse militaire interventie

De landstreek Palestina op Turkije veroverd door het moderne leger van de door Frankrijk gesteunde Egyptische leider Mohammed Ali. Er komt vervolgens een Egyptische migratiestroom naar het gebied op gang. In 1840 wordt het Ottomaanse gezag in Palestina met Britse hulp hersteld.

1840 Brits christenzionisme

De Britse minister van Buitenlandse Zaken Lord Palmerston geeft zijn ambassadeur in Turkije opdracht de terugkeer van de Joden naar Palestina bij de Turkse sultan aan te bevelen. Een week later bericht de London Times over een plan “om het Joodse volk terug te planten in het land van hun voorvaderen”. Auteur van het plan is de invloedrijke christenzionist Lord Shaftesbury, een vriend van Palmerston. Het plan wordt officiële Britse politiek, maar strandt een paar jaar later als de regering valt en Palmerston opstapt.

In 1844 stelt de Britse predikant Samuel Bradshaw voor dat het Britse parlement vier, en de Anglicaanse kerk een miljoen pond sterling ter beschikking stellen voor het herstel van het volk van Israel in het Land van Israel. 

1840 Joods Jeruzalem

Uit een nieuwe volkstelling blijkt dat Joden de meerderheid van de bevolking vormen in Jeruzalem.

1849 Jodenzending

De London Society for the Promotion of Christianity amongs the Jews bouwt een klein ziekenhuis in de Joodse wijk in Jeruzalem.

1851 De christelijke status quo geregeld

De Ottomaanse overheid publiceert een firman (decreet) dat de status reglementeert van de verschillende christelijke denominaties in hun heilige plaatsen in Jeruzalem en Bethlehem. Deze regeling, die teruggrijpt op de inter-christelijke verhoudingen van 1757 en de posities die de verschillende denominaties toen bezetten, krijgt algemeen bekendheid als de Status Quo. [Tijdens het Britse mandaat over Palestina (1920-1948) wordt het principe van de Status Quo ook van toepassing op Joodse heilige plaatsen, zoals de Westmuur in Jeruzalem en het Graf van Rachel in Bethlehem).]

1853 Krimoorlog

Tijdens dit conflict, dat tot 30 maart 1856 zal duren, vecht Rusland aan de ene kant en een coalitie van Engeland, Frankrijk, Turkije en Sardinië aan de andere kant. De directe aanleiding is Russisch-Franse (en daarachter Russisch-Orthodoxe – Rooms-Katholieke) onenigheid over het beheer van de christelijke heilige plaatsen in Palestina.

1858 Genocidaal Frans antisemitisme

De Franse socialistenleider Pierre Proudhon schrijft: “De Joden zijn de bron van alle kwaad […] Wij zouden dit ras moeten terugsturen naar Azië uitroeien of hen uitroeien.

1861 Vertrek-oproepen aan Joden

De invloedrijke Duitse rabbijn Hirsch Kalisher roept de Europese Joden op om naar Palestina te vertrekken en niet te wachten tot God Zijn wonderen gaat verrichten. Het jaar daarop publiceert de Duits-Joodse socialist Mozes Hess zijn boek Rome en Jeruzalem, waarin hij de dramatische situatie van het Europese Jodendom analyseert en vervolgens argumenteert dat in Palestina een Joodse staat moet worden gevestigd. “Niet religieuze hervormingen, noch de doop, niet de Verlichting noch emancipatie zullen voor de Joden het sociale leven in Europa kunnen openen”, betoogt Hess.

1863 Hebreeuwse media      

In Jeruzalem verschijnen de eerste twee Hebreeuwstalige kranten: Ha’Levanon en HaVazellet.

1867 Opkomst van het Liberale Jodendom

Het Liberale Jodendom manifesteert zich eerst vooral in Duitsland en Oostenrijk-Hongarije en is en uitvloeisel van de ‘’Haskalah’, de Joodse emancipatiebeweging die op de Verlichting gegrondvest is. De stroming beoogt nationale en culturele assimilatie en een breuk met de nationale traditie. Dat laatste wil men onder andere bereiken met het uit de gebedenboeken doen schrappen van verwijzingen naar Zion, Jeruzalem en de [herbouw van de] Tempel.  De Joodse religie moet uitsluitend gebaseerd worden op de ‘eeuwigheidswaarde van het Jodendom’, met de synagoges als plaatselijke vervangers van de Tempel.