Kaag en Van Ark wijzen naar Europees Hof over beleid NVWA

Recentelijk hebben Gert-Jan Segers (CU) en Roelof Bisschop (SGP) Kamervragen gesteld over de NVWA-boete die het Israel Producten Centrum kreeg vanwege de etikettering van wijnen die uit Israelische nederzettingen komen. Zij vroegen zich af hoe het kabinet deze boete kan rijmen met de mogelijke invoer van producten uit de door Marokko bezette Westelijke Sahara en het  door Turkije bezette Noord-Cyprus. In respons wijzen de ministers Sigrid Kaag (D66) en Tamara van Ark (VVD) naar eerdere uitspraken van het Europese Hof van Justitie.

Het Israel Producten Centrum te Nijkerk. (bron: israelwinkel.nl)

De boete die de NVWA oplegde aan het Israel Producten Centrum is volgens de ministers in lijn met zowel artikel 7, lid 1, onder a van de Voedselinformatieverordening, Verordening 1169/2011 en een eerdere uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Het Hof besloot namelijk dat ‘op levensmiddelen die afkomstig zijn uit een door de Staat Israël bezet gebied, niet alleen dit gebied maar tevens, wanneer die levensmiddelen afkomstig zijn uit een plaats die of een geheel van plaatsen dat een Israëlische nederzetting binnen dat gebied vormt, deze herkomst moet worden vermeld.’ Deze richtsnoer van het Europees Hof is opmerkelijk, want geen enkel ander land wordt op deze manier apart behandeld. Andere vergelijkbare situaties zoals de Westelijke Sahara en Noord-Cyprus hebben niet zo een strikte richtsnoer gekregen van het Europees Hof. Dat de richtlijn van het Hof eenzijdig is, werd eerder door minister Van Ark genegeerd.

Volgens de ministers komt het zeer incidenteel voor dat er zulke boetes worden uitgedeeld, zo schrijven zij aan Segers en Bisschop. De indieners refereren ook naar de mogelijke invoer van producten uit de bezette Westelijke Sahara, Noord-Cyprus en de Krim en vragen of het staande beleid ook voor die gebieden geldt. De ministers stellen in hun respons: ‘De EU-wetgeving met betrekking tot etikettering van levensmiddelen, en in het bijzonder de juiste en niet-misleidende herkomstaanduiding is algemeen van toepassing, ongeacht het land of gebied waar het product vandaan komt. Er is dan ook geen sprake van ongelijke behandeling van Israël en de door Israël bezette gebieden. Daar is geen beperking op voor welk land of gebied dan ook, dus deze gelden ook voor producten afkomstig uit de in deze vraag genoemde gebieden.

Kaag en Van Ark schrijven ook nog kort over de etikettering van producten uit de Westelijke Sahara. Zo stelde toenmalig minister Koenders (PvdA) in antwoorden op vragen van Harry van Bommel (SP) dat het kabinet de juiste etikettering verlangt van bedrijven daar, maar dat het economische activiteiten van Marokko in dat gebied niet afwijst.

Als laatste refereren Segers en Bisschop nog naar eerdere moties en vragen over het beleid van de NVWA aangaande de etikettering. Als respons geven de minister aan dat gelijke behandeling in hun ogen leidend moet zijn: ‘Het kabinet is van mening dat het interventiebeleid op een objectieve manier moet worden toegepast, om de onafhankelijkheid van de handhaving te kunnen blijven garanderen. De motie Bisschop-Van der Plas roept op tot gelijke behandeling van gelijke gevallen. De verplichting tot juiste en niet-misleidende herkomstaanduiding is algemeen van toepassing, ongeacht het land of gebied waar het product vandaan komt.