Mijnen onder de Israelische formatie: De dienstplichtwet

IN ISRAEL / Door: HANNA LUDEN / 19 apr 2019 #ISRAELKIEST19 IDF NETANYAHU

Gisteren vroeg de Israelische president Rivlin Likoedleider Netanyahu formeel een regering te vormen. Hij zal dit binnen 28 dagen moeten doen, het liefst met een coalitie die 61+ Knesset-zetels vertegenwoordigt. Hoewel de aanwijzing soepel verliep – al vóór de verkiezingen verklaarden veel partijen Netanyahu als formateur aan te zullen bevelen – verschillen de belangen en opvattingen van de verschillende kandidaat-coalitiepartners sterk. Eén van de mijnen onder de formatie: de dienstplichtwet.

Een nieuwe dienstplichtwet die de deelname in het leger van Ultra-Orthodoxe mannen moest regelen was de directe aanleiding voor de val van de vorige coalitie – en daarmee de gang naar de stembussen op 9 april. De samenstelling van de beoogde coalitie zal sterk lijken op de vorige. Echter, de machtsverhouding tussen de partijen na de verkiezingen is sterk veranderd: De ultra-orthodoxe partijen SHA”S en Verenigd Torah Jodendom (VTJ) hebben hun aantal zetels zien groeien, van respectievelijk 7 en 6 naar  beide 8 zetels. Likoed is met 5 zetels gegroeid, en heeft nu 35 van de 120 zetels in de Knesset. Dit ging ten koste van de andere coalitiepartners in spe Kulanu (Van 10 naar 4), Israel ons huis (van 6 naar 5) en de Unie van rechtse partijen (Van 8 naar 5). (Lees hier een uitgebreide beschouwing van de verkiezingsuitslag).  Wat dit betekent voor hun onderhandelingspositie moet nog blijken. Want, als één van deze drie partijen niet meedoet, heeft de coalitie slechts 60 zetels – net geen meerderheid.  

De nieuwe wet op de dienstplicht is door Israel Ons Huis-leider Avigdor Lieberman ontworpen en ingediend toen hij minister van Defensie wasHet onderwerp zelf speelt al heel lang in de Israelische politiek. Ook in 2012 is de regering over dit punt gevallen. De Ultra-orthodoxe partijen vinden dat mannen in de orthodoxe hogescholen – Jeshivot – met hun religieuze studie zich even veel inzetten voor de veiligheid van Israel als de militairen. Zij beweren dat dit gelijk is aan het dienen in het leger. Daarom eisen ze vrijstelling van dienst. 

Uitzonderingspositie voor Ultra-Orthodoxen 

Het onderwerp van dienstplicht speelde al bij de geboorte van de Joodse Staat. Toen besloot David Ben-Goerion vrijstelling te verlenen aan de ultra-orthodoxen, maar dit werd niet in de wet verankerd. Zeventig jaar geleden vormden de ultra-orthodoxen een marginale deel van de bevolking. Bovendien was het een gesloten bevolkingsgroep die in relatieve afzondering leeft. Hun aandeel in de bevolking groeit echter gestaag, en daarmee hun zichtbaarheid. Een groot deel van de Israelische bevolking vindt dat de last eerlijker gedragen moet worden. Het dienen in het leger is hier een tastbaar voorbeeld vanAndere 18-jarige Israeli’s (man en vrouw) moeten namelijk twee tot drie jaar in het leger dienen. Yair Lapidleider van het seculiere centrumpartij Yesh Atid, is hier zeer uitgesproken over. Dit is een van de redenen dat de Ultra-Orthodoxe partijen verklaarden niet met hem in een coalitie te zullen gaan.

Compromiswet sneuvelt

De dienstplichtwet die eind december sneuvelde was een poging om een elegante uitweg te vinden, door middel van veel ingebouwde uitzonderingen. Critici beweerden dan ook dat deze wet een schijnwet was, en dat er de facto bijna niets zou veranderen. Voor een deel van de achterban van VJT, met name in Jeruzalemis dit echter een principe kwestie, en bij voorbaat verwerpen zij de wet. Eind 2018 organiseerden zij dan ook heftige demonstraties tegen de wet, vooral in Jeruzalem en in Bnei Barak. VJT stemde dan ook tegen de dienstplichtwet, maar hoopte dat Yesh Atid voor zou stemmen zodat daarmee de kwestie afgedaan zou zijn.

Vanwege de vele uitzonderingen in het voorstel besloot Yesh Atid echter tegen deze ‘vijgenbladwet’ te stemmen – om in plaats daarvan op echte verandering in te zetten. Dit was voor hen ook een belangrijk punt bij de verkiezingen, en een belangrijke reden voor de Ultra-Orthodoxen om bij voorbaat te verklaren na de verkiezingen niet met Lapid in een coalitie te zullen gaan. 

Opvallend feit in deze context is dat het aantal Ultra-orthodoxe mannen die beslissen wel in het leger te gaan dienen groeit, vaak tegen de zin van hun familie en met uitgesproken afkeer van hun omgeving.