President Rivlin legt zijn gewicht in de schaal om derde verkiezingen te voorkomen

“Als jullie gek willen doen, doe dat. Maar sleur de rest van het land niet mee met jullie gekte”. Deze felle woorden uitte president Rivlin vandaag in zijn toespraak ter gelegenheid van de 46ste sterfdag van de eerste premier van Israel, David Ben Gurion. Na de verkiezingen van 17 September is het nog niet gelukt om een regering te formeren. Als er binnen 7 dagen hier geen verandering in komt zal er opnieuw – voor de derde keer – verkiezingen moeten worden gehouden.

“Ik overdrijf niet als ik stel dat dit slechte dagen zijn voor de staat Israel en voor de overheid. Dit zijn geen zorgen voor de ene politieke beweging of de andere, dit is een grote zorg en voor ons allemaal. Het zwijgen van de wet tegenover deze niet eerder voorgekomen situaties waar we getuige van zijn is een weerspiegeling van het wegglijden van ons politieke systeem dat van het juiste pad is afgeweken naar onduidelijke, ongeregelde, duistere marges”. Zo sprak president Rivlin

Zowel premier Netanyahu als zijn uitdager Gantz zijn er als formateurs niet in geslaagd een coalitie te vormen. Rivlin heeft Knessetvoorzitter Yuri Edelstein de opdracht gegeven om alternatieven te bedenken. De deadline hiervoor verloopt over een week. De onderhandelingen tussen de partijen van Netanyahu (Likoed) en Gantz (Kahol Lavan) om een zogenaamde eenheidsregering te vormen lopen nog steeds heel stroef. Elke partij geeft de andere de schuld van de mislukking, aangezien zij onredelijk en onbuigzaam zouden zijn.

Belangrijkste twistpunt lijkt wie als eerste premier wordt; Netanyahu probeert dit te claimen, en geeft aan zelfs genoegen te nemen met een korte periode van enkele maanden. Gantz staat er op dat hij de eerste moet zijn, aangezien zijn partij de grootste in de Knesset is. Netanyahu van zijn kant beweert dat hij een groter blok van partijen vertegenwoordigt en bovendien de ervaring in het ambt heeft die essentieel is voor de komende periode, in het licht van de ‘Deal of the century’ van president Trump. Gantz heeft een verkiezingscampagne gevoerd voor ‘schone handen’ in de politiek, en verklaarde dat hij niet met Netanyahu samen in een coalitie zou zitten zolang hij verdachte is (in enkele corruptiezaken) en zeker niet in een regering onder leiding van Netanyahu. Bovendien is het wantrouwen tegen Netanyahu bij Kahol-Lavan kopstukken zeer groot, in het bijzonder bij nummers twee en drie Yair Lapid en Moshe Yaalon. Beide waren minister in eerdere regeringen Netanyahu.

Los van politiek-inhoudelijke discussies, is Israel zeer verdeeld over de zaak Netanyahu. Zijn aanhangers zien hem als slachtoffer van “de linkse media en juridische kopstukken”, en staan achter zijn keuze om niet af te treden. De tegenstanders redeneren precies andersom: Netanyahu moet weg omdat hij van corruptie wordt verdacht. Zij vergelijken zijn situatie met die van premier Olmert. Olmert trad als premier af nog voordat de formele aanklacht werd ingediend. Een van de felste pleiters voor zijn aftreden destijds was Netanyahu.

Beide kampen kunnen in ieder geval zelfstandig geen meerderheid van 61 zetels verkrijgen in de Knesset. De beslissende stem ligt bij Israel ons Huis, de partij van Avigdor Lieberman, die tot november vorig jaar minister van defensie was en aftrad omdat hij het niet eens kon worden met Netanyahu over het beleid ten aanzien van Gaza. Lieberman eist dat de twee partijen een eenheidsregering vormen, en spreekt zich verder niet uit over wie van de twee als eerste premier moet worden. Wel geeft hij aan steun te verlenen aan de eerste die slaagt in het vinden van een coalitie. Likoed hoopt Lieberman te kunnen overtuigen om “terug te keren naar zijn natuurlijke rechtse kamp”.

Intussen is er sprake van initiatieven om de minimumperiode voor het houden van verkiezingen te verkorten en de volgende verkiezingen al voor 25 februari te plannen in plaats van ergens in maart. Verkiezingscampagnes zijn zeer kostbare aangelegenheden, en drukken zwaar op de schatkist. Bovendien is de regering al sinds december vorig jaar demissionair, en is er geen budget vastgesteld voor 2020.