Dossier: Palestijnse gewapende groepen

In zowel de Palestijnse gebieden als vluchtelingenkampen zijn verschillende gewapende groepen actief die zich zeggen te "verzetten" tegen Israël. Hierbij is echter voornamelijk sprake van aanslagen en raketaanvallen op burgerdoelen.

Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP)

De DFLP is een marxistisch Marxistisch-Leninistische factie. Ondanks haar relatieve kleinheid, is de groep verantwoordelijk voor een aantal beruchte aanslagen in Israël.

In 1969 werd het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP) onder leiding van Nayef Hawatmeh opgericht als afsplitsing van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). Hawatmeh vond dat de PFLP teveel focus legde op militaire zaken, en wilde zelf meer nadruk leggen op ideologie en grassroots.

De DFLP werkte samen met andere radicaal linkse bewegingen en genoot enige steun van Yasser Arafat. Arafat zag de PFLP als een concurrent en verwelkomde daarom de afsplitsing. Het Democratisch Front was van mening dat een Palestijnse staat alleen gerealiseerd kan worden vis à vis een wereldwijde klassenrevolutie. De Palestijnse kwestie werd door de DFLP gezien als onderdeel van een “internationale oorlog voor bevrijding”, waarbij de Verenigde Staten de centrale vijand was.

Tijdens de jaren zeventig pleegde de DFLP meerdere aanslagen. De meest beruchte hiervan is een aanval op een basisschool in Ma’alot. Drie Palestijnse terroristen gijzelden in 1974 115 Israëli’s, waarvan 105 kinderen. Voor de gijzeling hadden de drie Palestijnen onderweg naar de school al vijf dodelijke slachtoffers gemaakt, waaronder een 4-jarig kind. Bij de gijzeling eisten de DFLP-leden de vrijlating van 23 Palestijnse gevangenen en dreigden ze de gijzelaars te vermoorden. Toen de IDF de school bestormde, vermoordden de terroristen 25 gijzelaars, waarvan 22 kinderen, en vielen er 68 gewonden.

Vanaf de jaren negentig kromp de DFLP aanzienlijk. Met het einde van de Sovjet-Unie en de toenemende populariteit van islamistische groeperingen bij de Palestijnen, verloor het Democratisch Front steun. Een gematigde minderheid van de DFLP splitste zich af en vormde de Palestijnse Democratische Unie (FIDA), die meer pragmatisch ten aanzien van onderhandelingen met Israel staat. Ondanks bezwaren tegen de Oslo-akkoorden, ging de DFLP in 1999 akkoord met onderhandelingen met Israel door de PLO. Hierop werd het Democratisch Front niet langer door de VS als terroristische organisatie aangeduid, mede met als argument dat de activiteiten van de DFLP inmiddels verwaarloosbaar zouden zijn. Tijdens de Tweede Intifada wist de militanten – op een aantal schietaanvallen na – geen prominente rol te vervullen in het conflict. Door verlies aan steun van communistische machten en interne ruzies is het Democratisch Front vandaag één van de kleinere Palestijnse militante facties.

Desondanks is de DFLP opnieuw bezig aan een opmars, hetzij bescheiden. De groepering is lid van het Palestijnse gezamenlijke verzetscommando, en tijdens escalaties tussen facties in Gaza en Israel neemt de DFLP dan ook deel aan het afvuren van raketten en mortiergranaten op de Joodse staat. Dit soort activiteiten door de Palestijnse militie lijken recent toe te nemen, en suggereren dat de DFLP probeert mee te liften met grotere facties als Islamitische Jihad in de aanvallen op Israël.