GL wil Nederlandse steun voor verboden Palestijnse ngo’s

Gedurende de eerste termijn van de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken 2022 riep Kamerlid Tom van der Lee (GroenLinks) de minister op om Nederlandse steun in te stellen voor de zes Palestijnse ngo’s die recentelijk door Israel zijn geclassificeerd als terreurorganisaties. Volgens Israel hebben deze ngo’s banden met de terreurorganisatie PFLP. Ook andere Kamerleden waren kritisch op het Israelische besluit, waaronder Sjoerd Sjoerdsma (D66), Jasper van Dijk (SP) en Tunahan Kuzu (DENK).

De Tweede Kamer (bron: Flickr / pieter musterd)

Israel stelt dat de zes ngo’s – UAWC, Al-Haq, Addameer, Bisan Center, UPWC & DCI-P – fungeren als front voor de PFLP, en dat via hen hulpgelden vanuit bijvoorbeeld Nederland terecht komen bij terroristen. Enkele jaren terug bleek namelijk dat een werknemer van de ngo UAWC betrokken was bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron, waarbij de 17-jarige Rina Shnerb omkwam. Vervolgens werd duidelijk dat hij lid was van de PFLP, wat leidde tot talloze Kamervragen over de omstreden betalingen aan verschillende Palestijnse ngo’s door Nederland.

Uitzoomen tijdens de begrotingsbehandeling

De begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken is – naast het moment dat de begroting wordt vastgesteld – ook vaak het moment dat Kamerleden reflecteren op ontwikkelingen in de wereld en de rol van Nederland daarin. Zo waarschuwden enkelen van hen, waaronder Ruben Brekelmans (VVD) en Laurens Dassen (Volt), voor de positie van Europa vis à vis China en de Verenigde Staten.

Voor andere Kamerleden was ook het Israelisch-Palestijns conflict onderwerp van gesprek. Zo stelde Sjoerdsma dat het besluit om de “zes gerespecteerde Palestijnse ngo’s tot terreurorganisaties te classificeren onacceptabel is. Hij noemde het “een oorlog tegen mensenrechten” en een poging tot “delegitimering van het maatschappelijk middenveld. Agnes Mulder (CDA) legde de nadruk vooral op het belang van de dialoog, juist nu er niet gevochten wordt moet er gepraat worden. Het CDA wil ook beide kanten aanspreken indien zij over de schreef gaan en het wilde navraag over de nieuwe Israelische classificering. De partij wil naar eigen zeggen bruggen bouwen en dialoog aanwakkeren.

De PVV daarentegen was zeer kritisch op UNRWA en stelde dat deze organisatie al decennia de Palestijnen “gijzelt” en het conflict daarmee in stand houd. Raymond de Roon (PVV) vroeg daarom aan de minister om de Nederlandse steun aan deze VN-organisatie stop te zetten. Ook eiste hij meer actie van Nederland betreffende het atoomprogramma van Iran. SGP-voorman Kees van der Staaij ziet graag democratisering als extra onderdeel van het Nederlandse buitenlandbeleid. Hij uitte felle kritiek op de VN en de obsessie voor Israel daar. Zo noemde hij de nieuwe permanente onderzoekscommissie naar Israel niet neutraal en vooringenomen, daarom vroeg hij de minister om actie van Nederland.

GroenLinks was niet te spreken over de nieuwe Israelische classificatie, die zij ferm van de hand wees. Van der Lee vroeg namens de partij zelfs aan de minister of Nederland geen steun kan verlenen aan de zes betreffende Palestijnse ngo’s en daarbij ook of Nederland Israel niet moet veroordelen voor deze stap. Van Dijk (SP), al langer bekend om zich kritische houding betreffende Israel, noemde de Israelische classificatie “onaanvaardbaar”. DENK-voorman Tunahan Kuzu sprak over de “apartheidsstaat Israel en eiste dat Nederland de nieuwe classificering van de bovengenoemde ngo’s nooit en te nimmer zal accepteren.

Beantwoording minister Knapen is helder

In zijn schriftelijke beantwoording is minister Ben Knapen (CDA) helder. Op de vraag of hij de Israelische classificering onacceptabel is schrijft hij:

“Nederland neemt het zeer serieus dat Israël 6 Palestijnse NGO’s op een nationale terrorismelijst heeft geplaatst.

Dit is een zeer ingrijpend besluit, dat enkel op zwaarwegende gronden genomen zou mogen worden. Nederland heeft, net als de EU en overige donoren, Israël verzocht om alle beschikbare informatie te delen die ten grondslag ligt aan dit besluit. Die informatie kan via de daarvoor geëigende kanalen worden gedeeld. Dit verzoek is gedaan en op dit moment is de informatie nog niet ontvangen.

Nederland heeft eerder informatie ontvangen van Israël, maar dat gaf toen geen aanleiding om het Nederlandse standpunt richting betrokken NGO’s te herzien. Nederland wacht de aanvullende Israëlische informatie af. Het is daarom te vroeg om nu een oordeel te geven over het Israëlische besluit.”

Op de vraag van GroenLinks is de minister is hij ook duidelijk: “Het kabinet is op dit moment niet voornemens om deze organisaties financieel te ondersteunen.”

De beantwoording op de vragen van de SGP en PVV zijn ook niet verrassend. Zo schrijft de minister dat Nederland zich nog steeds hardmaakt tegen de eenzijdige obsessie voor Israel binnen verschillende VN-gremia, ook als het gaat om de nieuwe permanente onderzoekscommissie naar Israel. Het kabinet is ook niet van plan de financiering van UNRWA te stoppen, daar bondgenoten van Nederland, zo schrijft de minister, dit ook niet voornemens zijn.

Uit het vervolgdebat bleek dat de minister grotendeels de schriftelijke beantwoording volgt, maar bleek tevens dat hij de motie van Van der Lee c.s. over Nederlandse steun voor de VN-zwarte lijst van bedrijven die actief zijn in Israelische nederzetting ontraadde.

Het lijkt erop dat het demissionaire kabinet nu vooral op de winkel wil passen, grote veranderingen betreft het Midden-Oosten lijken daarmee niet aan de orde. Of dit bij een nieuw kabinet – met mogelijk dezelfde coalitiepartners als nu – wel het geval is, is nog maar de vraag.