Waarom de banden tussen de Arabische wereld en Israel normaliseren

Door de recente Abrahamakkoorden hebben inmiddels zes Arabische landen officiële banden met Israel: Egypte, Jordanië, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Marokko en Soedan. Maar ook onofficieel wordt er flink aan de weg getimmerd om banden tussen Israel en de Arabische wereld aan te halen. Officieuze handelsdeals met bijvoorbeeld Saoedi-Arabië maken de weg vrij voor een volgende stap richting normalisatie. Israel beheerde jarenland zelfs een ‘geheime ambassade’ in Qatar, en vervolgens in Bahrein, voorafgaand aan openlijke normalisatie van betrekkingen. 

(bron: Jos Hummelen, CIDI)

Neergang Panarabisme, islamisme verdeelt 

Het idee van panarabisme is dat de Arabische volkeren en naties in de regio zouden moeten samenkomen in een grote Arabische natiestaat. Het idee van ‘sterke leiders’ als Abdel Nasser, Moammar Al-Khadafi, Saddam Hoessein en Hafiz Al-Assad, waarbij niet de religie, maar juist het nationalistische ‘Arabische’ gevoel als belangrijkste pijler van het beleid moet gelden. Daarbij worden de ideeën door experts getypeerd als socialistisch, seculier en antiwesters. Deze regimes waren dan ook vaak gericht op de Sovjet-Unie. Een aantal fusies, tussen 1958 en 1976, mislukten (zoals de Verenigde Arabische Republiek), maar ook steun voor de ideologie kalfde, met de neergang van alle genoemde voorvechters, in de laatste decennia stevig af. Deze panarabistische beweging stuitte ook tegen nationalistische bewegingen in verschillende Arabische landen, zoals binnen Egypte, of tussen panarabistische regeringen en Palestijnse nationalistische terreurbewegingen.

Het panarabisme nam sterk in  populariteit af, nadat verschillende samenwerkingen van Arabische landen de Zesdaagse Oorlog (1967) en Jom Kipoeroorlog (1973) van Israel verloren. Naar aanleiding hiervan viel de Verenigde Arabische Republiek uiteen, en besloot Egypte dat vredesonderhandelingen met Israel meer in  hun belang. Onderlinge territoriale geschillen zorgden ervoor dat de Arabische landen nog verder verdeeld raakte.

Het idee van radicaal islamisme is juist wel gestoeld op religie en wil vaak juist één Islamitische staat (vaak als ‘kalifaat’ voorgesteld), gebaseerd op Islamitische principes en shariawetgeving. Hierbij is de verenigende factor juist niet nationalisme of een socialistische ideologie, maar staat de ‘Ummah’ (de moslimgemeenschap) centraal . Radicaal islamisme is vooral de drijfveer voor gewelddadige en extremistische groepen die geen eenheid hebben weten te maken van de Islamitische wereld, zoals Hizb ut-Tahrir of IS, maar ook voor de meer succesvolle Taliban in Afghanistan. Er bestaan natuurlijk sterk verschillende opvattingen over de Islam, die onderlinge conflicten met elkaar hebben. Denk aan het conflict tussen het sjiitische Iran en veel soennitische Arabische landen, de rivaliteit tussen IS en Saoedi-Arabië, of de onderlinge rivaliteiten binnen Syrië en Jemen. 

Ideologieën met de nadruk op etniciteit, of juist op religie volgen chronologisch gezien elkaar enigszins op, maar hebben de Arabische wereld niet weten te verenigen. Momenteel lijkt Realpolitik in de hoofdsteden van het Midden-Oosten de gekozen weg voor de toekomst.

Iran duwt Saoedi-Arabië verder in de armen van Israel

De invloed van Iran in het Midden-Oosten is voelbaar van Irak tot Libanon en van Syrië tot Jemen. Omdat Israel ‘de kleine Satan’ wordt genoemd door de Iraanse geestelijk leiders en zij de vernietiging van de Joodse staat voor ogen hebben, is dit een zeer bedreigende situatie voor Israel. Iran heeft ‘boots on the ground’ in Irak, Syrië en Libanon of militante groepen die door het vuur gaan voor de ideologie die de ayatollahs voor staan.

De militaire en paramilitaire invloed van Iran is in de hele regio voelbaar, zowel door aanwezigheid van het Iraanse leger als haar terreurproxies. De invloed van Saoedi-Arabië is militair gezien alleen voelbaar in Jemen. Aldaar maakt het Saoedische leger weinig indruk. Met een overmacht aan wapens en personeel, weet het de door Iran gesteunde sjiitische Houthi-rebellen er toch niet ‘onder’ te krijgen. Alhoewel het een simplistische weergave van de realiteit van het Midden-Oosten is, zien steeds meer experts hoe de gezworen vijandschap tussen het soennitische Saoedi-Arabië onder leiding van kroonprins Mohammed Bin Salman (MBS) en het sjiitische Iran van de zeer conservatieve Ebrahim Raisi er nu voor zorgt dat soennitische landen steeds meer neigen naar een partnerschap met Israel. Bestande informele handelscontacten tussen Israel en Saoedi-Arabië worden steeds verder uitgebreid, nu samenwerking naast economische voordelen ook geostrategische doelen dient.

De recente Abrahamakkoorden en de positieve follow-up die dat krijgt, zorgen ervoor dat de Saoedi’s steeds meer geneigd is om Israel te zien als partner in plaats van tegenstander: tijdens het sluiten van deze akkoorden werd stilletjes geregeld dat vluchten van en naar Israel Saoedi-Arabië mogen overvliegen, en bezocht Israelisch premier Benjamin Netanyahu in het geheim Saoedi-Arabië voor overleg met kroonprins Mohammed bin Salman, de de facto leider van het koninkrijk.

Handelsdeals

Het potentieel voor economische activiteit is een component die samenwerking ten goede kan komen in de nabije toekomst. Twee regionale megaprojecten kunnen de voorloper zijn van politieke veranderingen in de golfregio.

Het eerste initiatief is het ‘tracks for regional peace’, een Israelisch voorstel dat alweer uit 2018 dateert. Het idee is om het Midden-Oosten verder te verbinden door middel van een spoornetwerk. Deze economische ‘aansporing’ moet op termijn voor vrede en stabiliteit zorgen, aldus het Israelische ministerie van Buitenlandse Zaken. Hierbij wordt Israel als ‘landburg’ gezien en Jordanië als een regionale transporthub. Jordanië deelt immers haar grens met o.a. Irak en Saoedi-Arabië.

(bron: screenshot YouTube-kanaal CaspianReport)

De haven van Haifa moest de goederen vanuit Mersin (Turkije), Piraeus (Griekenland) en Rotterdam overslaan op het spoor. Over bestaande, te heropenen en gloednieuw te bouwen spoorwegen worden deze goederen dan via Israel en Jordanië vervoerd naar Irak, Saoedi-Arabië, Bahrein, Qatar of de Verenigde Arabische Emiraten. In de communicatie destijds van het Israelische ministerie van Transport werden Palestijnen ook herhaaldelijk en expliciet genoemd. Zij worden betrokken door een spoorverbinding tussen het Israelische Afula en  Jalamah. Ook Koeweit en Oman werden indirect betrokken, zodat dit echt een regionaal multinationaal project kan worden genoemd.

Als voordeel wordt neergeschreven dat dit ‘overland-project’ ervoor zorgt dat de Straat van Hormuz (waar Iran voor gevaar kan zorgen), een minder kwetsbare ‘bottleneck’ zal vormen. In eerste instantie gaat het hier om goederen, maar uiteindelijk moeten er over dit netwerk ook passagierstreinen door heel het Midden-Oosten rijden. Men beraamd een potentiële omzet van 250 miljard dollar in het jaar 2030. Voormalig Israelisch transportminister Yisrael Katz ziet het als haalbaar, juist ook omdat veel infrastructuur er al ligt. Alle landen betrokken bij dit project werken aan het normaliseren van de banden met Israel.

Neom, Mohammed Bin Salman’s vlaggenschip

Het tweede gigantische project is iets lokaler, maar wel een ‘alles of niets’ initiatief. Bin Salman zelf heeft er zijn lot aan verbonden: Neom. Neom moet een nieuwe stad en ‘zelfvoorzienende’ regio aan de Rode Zee worden. Neom ligt aan de Golf van Aqaba, waar ook de Israelische toeristische hotspot Eilat te vinden is. Ook loopt langs deze kust de belangrijkste handelsroute ter wereld, namelijk naar het Suezkanaal. Deze regio met een hypermoderne stad als middelpunt moet zich gaan richten op biotechnologie, geavanceerde industriële productie en digitale diensten, om de Saoedische economie verder te diversifiëren dan aardolie en als privéspeeltuin van prins Mohammed bin Salman. Voor dit project is in elk geval de stille goedkeuring van Israel nodig: een brug over de Golf van Aqaba staat gepland, die niet te toegang van Israelische haven Eilat moet blokkeren.

Mohammed Bin-Salman, kroonprins van Saudi Arabië

Het idee van deze twee handelsdeals is dat gewone burgers er ook van profiteren. Het idee is gebaseerd om de ideeën die ook de Europese Unie hebben laten ontstaan: als mensen meer hebben, heeft men ook meer te verliezen, waardoor steun voor een oorlog ontbreekt.

Een derde grote deal zal spoedig worden gesloten met Israels buurland aan de overkant van de rivier de Jordaan. De verwachting is dat Jordanië en Jeruzalem spoedig de banden verder zullen aanhalen in de vorm van een samenwerking op het gebied van watermanagement en zonne-energie. Het vredesakkoord tussen Israle en Jordanië ging voor een belangrijk deel over watervoorziening. Vanwege voelbare veranderingen in het klimaat in de regio, vinden Jordanië en Israel elkaar nu steeds meer. Onder het nieuwe leiderschap van Naftali Bennett worden de banden met koning Abdullah aangehaald, waarbij Israel water aan Jordanië verkoopt, maar waar ook grotere projecten op poten worden gezet. Zo bezit Jordanië grote stukken woestijn, waar zonnepanelen van Israelische start-ups gepland zijn. Volgens experts vormt het gezamenlijk adresseren van het klimaatprobleem een nieuwe pilaar onder goede bilaterale relaties tussen de beide landen.

Israel als strategische en economische partner

Door de tanende ‘grote ideeën’ als panarabisme en panislamisme en het oprukkende Iran in de regio, zullen er steeds meer soennitische landen geneigd zijn Israel te zien als een strategische partner in de regio. Handelsdeals kunnen de weg naar een politieke samenwerking vrijmaken. Echte normalisatie komt echter pas als ook de Arabische ‘Jan met de pet’ die woonachtig zijn in de landen waar zaken mee gedaan wordt, zullen afrekenen met wijdverbreide vooroordelen en stereotypes over Joden en Israeli’s. Wat dat laatste betreft is nog een lange weg te gaan. Een manier om stereotypes en vooroordelen tegen te gaan is ontmoeting. De mogelijkheid om Israel te bezoeken en de mogelijkheden die Israeli’s krijgen om zelf op vakantie te gaan in landen waar de Abraham-akkoorden mee gesloten zijn, kunnen daartoe bijdragen.