Dossier: Regionale verhoudingen van Israel

Dit dossier behandelt de regionale verhoudingen van Israel, van Egypte tot Iran en van Syrië tot Saoedi-Arabië. 

Libanon

Libanon vormde tot nu toe geen noemenswaardige bedreiging voor Israel: het Libanese leger participeerde slechts eenmaal in een oorlog tegen Israel, in 1948.

Libanon ligt ten noorden van Israel en is Israels kleinste buurland. Het land is politiek instabiel vanwege haar multireligieuze samenstelling, zeer zwakke centrale gezag en strategische ligging. Jaren was de invloed van het grote buurland Syrië het belangrijkste, tegenwoordig zijn het met name Iran en Saoedi-Arabië die zich in Libanon willen laten gelden. Onder deze invloed is het land dat tot de jaren ‘50 van de vorige eeuw ook wel als het “Zwitserland van het Midden-Oosten” werd aangeduid inmiddels het toneel van een voortdurende sektarische strijd geworden, met als dieptepunt de lange burgeroorlog van 1975 tot 1990. Bovendien herbergt het land miljoenen vluchtelingen uit de regio, een grote uitdaging voor de kleine en verdeelde bevolking van het land.

Het Libanese leger participeerde slechts eenmaal in een oorlog tegen Israel, in 1948. Anti-Israelische agressie vanaf Libanees grondgebied was en is er echter wel, maar kwam steeds van niet-statelijke actoren. De groeiende macht van het Iraanse proxy-leger Hezbollah binnen Libanon vormt tegenwoordig een grote dreiging.

Bevolkingsgroepen in Libanon

Libanon kent een multireligieuze samenleving: moslims vormen 54% van de bevolking (27% soennieten, 27% sjiieten), christenen 40,5% (de helft Maronieten, de andere helft vooral Grieks-Orthodox, Armeens-Orthodox en melkitisch Grieks-katholiek) en Druzen 5,6%.

De Libanese grondwet erkent zeventien religieuze groepen: twaalf christelijke en vijf ‘islamitische’: soennieten, sjiieten, alevieten, ishmaeli’s en Druzen. In sociaaleconomisch opzicht vormen christenen de bovenlaag van de samenleving, gevolgd door de soennieten en de Druzen. De sjiieten bevinden zich veelal in de onderklasse. 

Na de Libanese onafhankelijkheid in 1943 werden de openbare posities en politieke verantwoordelijkheden onder de belangrijkste religieuze groepen verdeeld. Dit gebeurde op basis van de volkstelling van 1932, toen christenen de meerderheid in het land vormden. Het presidentschap valt sindsdien toe aan een Maronitische christen, het premierschap aan een soennitische moslim en het voorzitterschap van het parlement aan een sjiitische moslim. Christenen en moslims worden sinds 1989 gelijkwaardig vertegenwoordigd in het parlement en de regering.

Volgens de United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) verbleven er in 2014 circa 450.000 Palestijnen in Libanon. Het gaat om de (nakomelingen van de) vluchtelingen van de Arabisch-Israelische oorlog in 1947-1949. Zij zijn uitgesloten van het Libanese burgerschap, mogen niet integreren en maken ook geen onderdeel uit van de Libanese statistieken. Andere bronnen stellen overigens dat het nog maar om 250 duizend personen gaat. Vanwege de Syrische burgeroorlog hebben zich daarnaast sinds 2011 circa 1,5 miljoen vluchtelingen in Libanon gevestigd.

De demografische verhoudingen van Libanon zijn ook sterk beïnvloed door emigratie. De Libanese diaspora telt circa acht miljoen personen, waarvan er 1,2 miljoen het Libanese staatsburgerschap bezitten. 

De PLO en Hezbollah in Libanon

De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) gebruikte Libanon tientallen jaren als uitvalsbasis voor aanslagen op Joodse doelen binnen en buiten Israel. In 1981-82 werden vanuit het door de PLO gecontroleerde Zuid-Libanon zelfs op grote schaal burgerdoelen in Noord-Israel bestookt met artillerie en Katyusha-raketten. Dit geweld bleef niet onbeantwoord. Uiteindelijk verdreef Israel in 1982 de soennitische PLO uit Libanon. De Israëli’s werden aanvankelijk verwelkomd door de voornamelijk sjiitische bevolking van Zuid-Libanon, die blij was dat de PLO was verjaagd. Nadien hield Israel in Zuid-Libanon een veiligheidszone in handen.

Van 1975 tot 1990 vond er een bloedige burgeroorlog plaats in Libanon, die het leven van zeker 120.000 mensen eiste. Het centrale gezag was zwak, en lokale, sektarische milities kregen steeds meer macht. De PLO werd in 1982 verjaagd, maar de door Iran gesteunde sjiitische beweging Hezbollah (“Partij voor Allah”) wist een groot gedeelte van Zuid-Libanon onder controle te krijgen. Na afloop van de burgeroorlog werden de machtsverhoudingen iets gewijzigd, maar bleef de centrale staat zwak; sindsdien heeft Hezbollah haar machtspositie uitgebreid, een aanzienlijk gedeelte van Zuid-Libanon weten te controleren en van daaruit meermaals aanvallen op Israel uitgevoerd. Vandaag de dag is de gewapende tak van Hezbollah beter uitgerust dan het Libanese leger.

In 2000 besloot Israel zich terug te trekken uit Zuid-Libanon, mede na meerdere aanslagen van Hezbollah op legerposten van Israel en hun lokale bondgenoten. Na de terugtrekking stortte de christelijke bondgenoten in Zuid-Libanon in elkaar. Dit veroorzaakte een christelijke vluchtelingenstroom. Een ander gevolg was dat Hezbollah de macht kon overnemen in het zuiden van Libanon.

Hezbollah en Israel hebben in 2006 een korte oorlog gevoerd na meerdere aanvallen van Hezbollah op Israelische soldaten aan de grens. Gedurende deze oorlog vochten beide kanten fel, maar het lukte Israel niet om Hezbollah definitief te verslaan. Na tussenkomst van de Verenigde Naties kwam het tot een staakt-het-vuren, maar de situatie aan de noordgrens blijft volatiel, en Hezbollah blijft doorgaan met het provoceren van het Israelische leger.

De Oktoberrevolutie: opstanden van 2019-2020

Medio oktober 2019 brak er een golf van protesten uit tegen de regering van toenmalig premier Saad Hariri. Onmiddellijke aanleiding voor de rellen was een verhoging van belastingen op mobiel internet, benzine en tabak. Al gauw begonnen duizenden Libanezen hun onvrede te uiten over de corruptie in hun maatschappij, en de zware armoede waar mensen in leven door de economische crisis waar het land in verkeert. De politie en het leger grepen hardhandig in, maar protesten gingen door. In december 2019 trad Hariri af, en kwam er een nieuwe regering onder leiding van Hassan Diab, met parlementaire steun van onder meer Hezbollah. De bevolking bleef de straat op gaan, onder andere uit woede over de zware bezuinigingsmaatregelen die de nieuwe regering neemt, en het feit dat banken mensen hun geld niet op lieten nemen. De uitbraak van het coronavirus heeft grootschalige demonstraties  het land grotendeels de kop in gedrukt, maar de situatie blijft gespannen.

Na de grote explosie in de haven van Beiroet verloor de bevolking het laatste beetje vertrouwen in de Libanese politiek. Terwijl de inwoners zelf begonnen aan de wederopbouw, was de Libanese politiek met zichzelf bezig. Europese landen, met Frankrijk voorop, eisen politieke hervormingen in ruil voor financiële steun. Libanon blijft een instabiel land, waar de centrale regering weinig invloed heeft en waar de bevolking verdeeld blijft.